Was keiharde arrestatie van Michael P. toelaatbaar?

Verdachte moord Anne Faber

Michael P., die wordt verdacht van de moord op Anne Faber, werd keihard aangepakt bij zijn arrestatie. Gingen politie en OM over de schreef? En maakt het uit voor de strafmaat?

Politie, in 2017, bij forensisch psychiatrische kliniek Altrecht Aventurijn, waar verdachte moord op Anne Faber zat. Foto Sem van der Wal

Op zondag 8 oktober komt het telefoontje: er is een mogelijke verdachte. Michael P. is opgespoord doordat zijn DNA is gevonden op de regenjas van Anne Faber, die hij ruim een week eerder heeft gedood. Er wordt besloten hem te volgen, in de hoop dat hij de politie naar de verblijfplaats van Anne Faber leidt, van wie dan wordt gehoopt dat ze nog leeft. Een undercoveragent knoopt een gesprek aan met P., die argwaan krijgt en het op een lopen zet. P. wordt gearresteerd en later meegevoerd in een busje.

In dat busje pakken de agenten hem heel stevig aan, daarover zijn aanklager en verdediging het eens. P. wordt met kracht verplaatst en krijgt „pijnprikkels” door aan de handboeien te draaien. Het team dreigt een gemuilkorfde politiehond op hem los te laten. Ook krijgt de verdachte foto’s te zien van zijn moeder, met de vraag: „Wil je haar ooit nog zien?” Om de kans Faber snel te vinden te vergroten, wordt hij niet op zijn zwijgrecht gewezen.

De vraag is nu: zijn het OM en de agenten over de schreef gegaan? P.’s advocaat spreekt dinsdag tijdens de zitting van „onomkeerbaar vormverzuim” . Hijzelf omschrijft zijn aanhouding als een „marteling”.

De verdachte zegt ook dat hij in zijn gezicht is geslagen, dat er aan zijn geslachtsdeel is gedraaid, dat hij knietjes heeft gekregen en dat er zo hard aan zijn armen is getrokken dat hij zijn schouder breekt. Na de arrestatie wordt bij P. inderdaad een botbreuk geconstateerd. Eerder dit jaar doet hij aangifte van mishandeling.

Lees ook onze reconstructie: Hoe burgers en politie 13 dagen zochten naar Anne Faber

Rijksrecherche deed onderzoek

De Rijksrecherche deed grondig onderzoek naar de arrestatie en de gebeurtenissen in de bus, zegt officier van justitie Hester Leepel dinsdag tijdens de zitting. Vorige week heeft het OM Noord-Holland besloten om de zaak te seponeren en de leden van het arrestatieteam niet te vervolgen, onder meer omdat de handelingen die leiden tot de botbreuk niet kunnen worden herleid naar één of meer personen.

Het OM heeft de politie in oktober vorig jaar bijzondere toestemming gegeven om P. stevig aan te pakken, zonder hem te mishandelen, en om hem niet op zijn zwijgrecht te wijzen. Op het moment van arrestatie wordt nog gehoopt dat Anne Faber in leven is en dat P. naar haar verblijfplaats zou kunnen wijzen. De betrokken agenten zeggen dat ze P. „onder controle” hebben gehouden en ontkennen dat hij is mishandeld.

In situaties van „leven en dood” is het geen schending van het mensenrechtenverdrag als een verdachte tijdelijk niet op zijn recht om te zwijgen wordt gewezen, zegt de officier op de zitting op dinsdag.

Kunnen de gebeurtenissen leiden tot een kortere straf voor P.? „Zelfs áls er sprake is van vormverzuim, is dat onzeker”, zegt emeritus hoogleraar strafrecht Theo de Roos. „De kardinale vraag is: heeft het handelen consequenties gehad voor de rechtsgang?”

Daar lijkt het niet op, al zegt P. zelf dat hij aanvankelijk niets verklapte over de verblijfplaats van Anne Faber omdat hij boos was over de manier waarop hij is behandeld.

Zaanse verhoormethode

Strafvermindering kan, vrijspraak is zeer zeldzaam. De Zaanse verhoormethode, waarbij rechercheurs met toestemming van het OM intimidaties en foto’s gebruikten om bekentenissen los te peuteren, werd in de jaren negentig in de ban gedaan. De Hoge Raad oordeelde echter dat zelfs een onrechtmatig verhoor geen reden voor vrijspraak was.

De Roos wijst ook naar ‘de zaak-Gäfgen’, die voor het Europese Hof kwam. Daarbij had de politie een verdachte van ontvoering en mogelijke moord met geweldsdreigingen gedwongen mee te werken. Het Hof was kritisch, maar liet de straf staan. „Een aantal trucs bij de verhoormethode laat een zaak nog niet klappen”, concludeert De Roos.

Als de rechter vindt dat er toch gevolgen aan moeten worden verbonden, dan kan worden besloten tot strafvermindering. Van bijvoorbeeld een maand, zegt de officier van justitie tijdens de zitting.

    • Kim Bos
    • Rik Rutten