Het alcoholgebruik van de Nederlander is flink veranderd. Tijd voor wat vragen

Alcohol Drank is alomtegenwoordig in onze samenleving. Maar zijn we ons echt bewust van de effecten van alcohol? Hoeveel drinken we eigenlijk? En wie is Bob?

Foto-illustratie Kroon & Loboka
  1. Waarom moeten we het over alcohol hebben?

    Laten we beginnen in 1989. Youp van ’t Hek riep Nederland op om te vrijen, te lachen en te drinken vol vuur. In dezelfde oudejaarsconference maakte hij Buckler kapot, het alcoholvrije bier van Heineken. De gemiddelde Nederlander dronk 10 liter alcohol per jaar.

    2017. De verkoop van alcoholvrij bier is in een jaar met bijna een kwart gestegen. Nederlanders ouder dan 16 drinken 8 liter per jaar. Het alcoholgebruik van jongeren is in tien jaar ongeveer gehalveerd. Zijn we uitgepraat?

    Niet als het aan kinderarts Nico van der Lely ligt. Hij ziet nog steeds geen afname in het aantal comazuipende pubers. Ook niet als het aan de onderzoekers ligt die in heldere grafieken laten zien dat het ook weer de andere kant op kan gaan: in 2017 werd juist weer iets meer gedronken dan in de jaren ervoor. En ook niet als het aan de mensen ligt die nog steeds moeten uitleggen waarom ze niet drinken. Tijdens borrels – alleen al de naam voor die gelegenheid impliceert de aanwezigheid van alcohol – maar ook op al die momenten dat we het kennelijk nog steeds normaal vinden om te drinken – bij sportwedstrijden, om succesjes op het werk te vieren of omdat het maar een keer vakantie is.

    Lees ook: Welk alcoholvrij biertje is het lekkerst?

    Over de effecten van alcohol op de gezondheid is nog steeds verwarring – verwarring die door drinkers hartelijk omarmd wordt, want welke drinker wil nou horen dat alcohol écht helemaal nergens goed voor is. Ook na de volgende 33 vragen zal het laatste woord over alcohol niet gezegd zijn. Wat we dan wel weten: voor een bierbuik is meer nodig dan alleen bier, Bob had ook Jos kunnen heten en praten over alcohol heeft wél zin.

    Terug naar boven

  2. Waarom is alcohol lekker?

    Het eerste biertje of wijntje dat iemand in zijn leven drinkt valt vaak vies tegen. Het eerste glaasje sterke drank is meestal ronduit een pijnlijke ervaring: branderige lippen en vooral een uitgebeten keel. Mixdrankjes en likeurtjes maskeren dat afschrikwekkende gevoel met een forse dosis zoet of vet, waardoor ze makkelijker drinken.

    Ook al smaakt alcohol aanvankelijk soms niet lekker, die ervaring wordt al snel overstemd door het effect van alcohol op de hersenen. Er volgt kort na de inname een prettig soort opwinding, een gevoel van zorgeloosheid. Dat is de ontremming die alcohol veroorzaakt. De innerlijke criticus wordt even weggedraaid. Die bevrijding kan als euforisch ervaren worden.

    Terug naar boven

  3. Wat doet alcohol met je?

    In de hersenen drukt alcohol op veel knoppen tegelijkertijd, waardoor Braziliaanse wetenschappers het typeerden als een dirty drug. Alcohol stimuleert in verschillende gebieden van het brein de werking van de belangrijkste remmende neuronen. Degene die drinkt ervaart het als een roes, als ontspanning en remmingen vallen weg. Alcohol stimuleert daarnaast ook het beloningssysteem in de hersenen. Het gevoel van welzijn en opgewektheid door alcohol wordt verklaard door het stimuleren van de afgifte van de boodschapperstoffen serotonine en endorfine in de hersenen. Ten slotte stuurt alcohol de calciumhuishouding in met name de kleine hersenen in de war, wat leidt tot een verminderde coördinatie van bewegingen en verlies van aandacht.

    Alcohol roept vaak de associatie op met vrije tijd, ontspanning en genieten. Alleen al die verwachting stemt positief, ook al weten we dat een te wild drankgelag minder goed kan aflopen. Onder invloed let je minder goed op je woorden en kun je sneller ruzie maken. Er is risico op een kater, vermoeidheid, hoofdpijn of misselijkheid de volgende dag.

    Terug naar boven

  4. Zijn Nederlanders stevige drinkers?

    Nee, niet echt – althans niet in vergelijking met andere landen. De Wereldgezondheidsorganisatie WHO zette 53 landen op een rij. Nederland zat met 8 liter pure alcohol per hoofd van de bevolking onder het gemiddelde van 10 liter, gerekend voor personen van 15 jaar of ouder. In Midden- en Oost-Europa wordt flink gedronken. Ook de Fransen (12), Britten (ook 12) en Belgen (13 liter) drinken meer alcohol dan Nederlanders. Koploper in dit onderzoek is Litouwen met 18 liter. De Turken drinken met een kleine twee liter het minst.

    Kanttekening: Nederlanders drinken misschien relatief weinig, maar de meeste mensen drinken nog altijd meer dan de Gezondheidsraad zou aanraden. En aan de jarenlange daling lijkt in 2017 een einde gekomen. Bovendien zijn dit gemiddelden; in de praktijk wordt een aanzienlijke hoeveelheid alcohol door een relatief kleine groep mensen gedronken.

    Terug naar boven

  5. Zijn we door de jaren heen meer gaan drinken?

    In de jaren vijftig was Nederland, in de woorden van onderzoeker Sybren Cnossen van het Centraal Planbureau, „bijna een droog land”. Maar in de twee decennia daarna is dat enorm veranderd: de alcoholconsumptie verviervoudigde. Cnossen noemt er verschillende redenen voor: hogere lonen, dus ook meer geld voor drank. Een vrijere moraal. Makkelijker te krijgen, omdat sinds 1964 ook supermarkten alcohol mogen verkopen. En niet te vergeten: emancipatie. Drinken (én roken) was niet langer alleen een zaak voor mannen.

    De pieken van de jaren zeventig en tachtig hielden geen stand: in de decennia daarna gingen we minder drinken.

    Terug naar boven

  6. Het gezondheidsadvies van vijftien jaar geleden luidde: twee glazen alcohol per dag voor vrouwen, en drie voor mannen. Nu is het: drink niet. Hoe kan dat?

    We ‘mogen’ steeds minder alcohol van onze overheid. Het Nederlandse Voedingscentrum adviseerde in 2005, op basis van een advies van de Gezondheidsraad: niet meer dan twee glazen per dag voor vrouwen en drie glazen voor mannen. De Gezondheidsraad, een onafhankelijk adviesorgaan voor kabinet en Tweede Kamer, baseert zich op wetenschappelijke resultaten. Het Voedingscentrum informeert het publiek over gezond eten.

    Een jaar later zei het Voedingscentrum: één glas voor de vrouw, maximaal twee voor de man. Basis? Een advies van de Gezondheidsraad.

    En nu staat op de site van het Voedingscentrum: „Geen alcohol drinken is het advies. Drink je wel wat? Dan is het advies om niet meer dan 1 glas op een dag te drinken.” Dit komt alweer uit een Gezondheidsraad-advies, uit 2015.

    Voor wie drinkt is de aanvaardbare dosis binnen vijftien jaar gehalveerd – voor mannen zelfs met 65 procent verlaagd. Het moeten wel alarmerende wetenschappelijke gegevens zijn geweest die deze omslag hebben teweeggebracht.

    Lees ook: Niet alleen maar slecht voor je lever

    Nou, nee. Het komt erop neer dat de Gezondheidsraad met een bredere blik ging kijken. Die 2 à 3 glazen per dag waren een optimale dosis voor hart en bloedvaten. Dat is nog steeds zo, laat het laatste, eind mei gepubliceerde Europese onderzoek naar alcohol en hart- en vaatziekten nog eens zien.

    Maar alcohol doet meer. Het veroorzaakt: verslaving, ongelukken, agressie, binge-drinken, leverziekten, beroertes, psychologische problemen en verschillende soorten kanker. Alcohol is ook slecht voor ongeboren kinderen.

    Matig alcoholgebruik mag dan beschermen tegen hart- en vaatziekten en tegen diabetes type 2, de kennis over kanker en andere ziekten door alcohol is verder toegenomen. Samen met de kans dat mensen doorschieten in drankgebruik leidde dat tot steeds voorzichtiger adviezen.

    Wie geen alcohol drinkt, moet dat uit gezondheidsoverwegingen zeker niet gaan doen. Wie wel drinkt, moet in ieder geval niet meer dan één glas per dag drinken. Dat is het staande advies van de Gezondheidsraad.

    Terug naar boven

  7. Is te verwachten dat de overheid nog strenger wordt?

    Jazeker. Alcohol beschermt pas tegen ziekten als je de 40 al bent gepasseerd. Voor de hand ligt om in een volgend advies tieners, twintigers en dertigers aan te raden echt geen alcohol te drinken. Er zijn ook onderzoekers die erop wijzen dat de bescherming tegen hart- en vaatziekten vooral merkbaar is bij mensen met een flinke kans op die ziekten. Als je bloeddruk en cholesterol helemaal oké zijn, als je genoeg lichaamsbeweging hebt en er zijn geen mensen met hartziekten in je familie, dan loop je alleen risico op de nadelige effecten van alcohol, bijvoorbeeld verslaving, leverziekten en verschillende kankers.

    Natuurlijk zou alles er heel veel beter op worden zonder alcohol, maar oh! wat zou veel er ook minder op worden, schrijft NRC-redacteur Marjoleine de Vos in haar column

    Terug naar boven

  8. Zijn de alcohol-adviezen in andere landen anders dan in Nederland?

    In 2005 kon de Gezondheidsraad nog wat zuur opmerken dat, vergeleken met andere westerse landen, het advies van het Voedingscentrum (2 à 3 glazen per dag) erg royaal was. Alleen in het Verenigd Koninkrijk vond de overheid 3 à 4 glazen nog goed, voor mannen. Vrouwen konden het beter bij een glas minder houden. In 2016 is dat advies in het Verenigd Koninkrijk, voor wie al drinkt, herzien in: drink niet meer dan 14 glazen per week en spreid die hoeveelheid liefst over drie of meer dagen. In de toelichting staat dat die hoeveelheid niet zonder risico is, maar ongeveer net zo gevaarlijk als autorijden.

    In de Verenigde Staten is sinds 2015 het advies aan vrouwen om maximaal één glas per dag, en aan mannen om maximaal twee glazen alcoholhoudende drank per dag te drinken. Maar een Amerikaans standaardglas bevat 14 gram alcohol. In Nederland is dat 10 gram.

    Scandinaviërs krijgen van hun overheden bijna hetzelfde advies: mannen maximaal twee glazen, vrouwen één. De glazen lijken er meer op de Nederlandse. De Scandinaviërs vinden alcohol erg slecht voor jong-volwassenen. Ook de Duitsers houden het op die hoeveelheid. Ze sluiten jong-volwassenen niet uit, maar schrijven dat hun advies geldt voor gezonde mannen en vrouwen.

    De grote westerse buurlanden zijn tegenwoordig tamelijk eensgezind. Tussen 2006 en 2016 paste de Nederlandse aanbeveling daar naadloos in, maar na het alcoholadvies van de Richtlijn Goede Voeding 2015 („Drink geen alcohol of in ieder geval niet meer dan één glas per dag”) loopt Nederland uit de pas. Of voorop. Dat zal de tijd leren, want overal worden de voedingsrichtlijnen om de paar jaar aangepast.

    Terug naar boven

  9. Waarom kan mijn buurman beter tegen alcohol dan ik en waarom kunnen Japanners na één drankje al niet meer op hun benen staan?

    Wie regelmatig alcohol drinkt kan er beter tegen. Het lichaam past zich aan. Volgens Amerikaanse onderzoekers „traint” een op de tien studenten zich in het drinken van grote hoeveelheden alcohol, met name mannelijke leden van studentenverenigingen. Ze doen dat „om hun vrienden bij te houden” of om te voorkomen dat ze buiten bewustzijn raken bij een drankgelag. In het onderzoek dronk deze groep niet alleen meer dan studenten die niet „trainden”, maar rapporteerde ook vaker alcoholgerelateerde problemen.

    Bij regelmatig drinken treedt alcoholtolerantie op in de hersenen, maar ook in de lever. In de hersenen leidt dat ertoe dat er een steeds hogere concentratie alcohol nodig is om hetzelfde effect te bereiken. Daarnaast gaat de lever in reactie op het drinken meer enzymen aanmaken die de alcohol afbreken. Door deze gewenning bestaat de neiging geleidelijk steeds meer te gaan drinken. Een aantal stopdagen in de week kan dit doorbreken.

    Of je goed tegen alcohol kunt hangt ook af van je lichaamsgrootte en vetpercentage. Mede om die reden voelen vrouwen de effecten van alcohol sneller dan mannen, ze zijn over het algemeen kleiner, hebben minder spiermassa en minder bloedvolume. Daarnaast hebben vrouwen een kleinere lever. Op oudere leeftijd kunnen mensen vaak minder goed tegen alcohol.

    Erfelijke verschillen spelen ook een rol, waardoor sommige mensen alcohol snel afbreken en anderen langzaam. Aziaten hebben door hun genetische aanleg vaker moeite met het volledig afbreken van alcohol. Zij krijgen wanneer ze drinken hogere concentraties van het giftige afbraakproduct acetaldehyde in hun bloed, waardoor ze eerder negatieve effecten als duizeligheid, misselijkheid en hoofdpijn ervaren.

    Terug naar boven

  10. Wanneer noem je iemand een alcoholist en wanneer een probleemdrinker?

    Het aantal glazen alcohol dat iemand drinkt is niet maatgevend of iemand verslaafd is of niet. Het gaat om de geestelijke of lichamelijke afhankelijkheid van alcohol. Het verlangen naar drank is zo sterk, dat iemand blijft drinken ondanks de schade die het veroorzaakt. Volgens Jellinek, instelling voor verslavingszorg, is in Nederland 0,7 procent van de bevolking tussen 18 en 64 jaar alcoholist. Dit zijn 82.400 mensen.

    Probleemdrinkers zijn er veel meer: zo’n 10 procent van de mensen tussen de 16 en 69, oftewel 1,1 miljoen mensen. Zij hebben door hun overmatig drinken problemen met hun gezondheid, werk of relaties.

    Terug naar boven

  11. Waarom is het zo moeilijk een partner aan te spreken op zijn of haar drinkgedrag?

    „Schaamte”, zegt Hent van den Elsen, die als sociaal psychiatrisch verpleegkundige bij Jellinek in Amsterdam familie en partners van drinkers begeleidt. „Rond alcohol hangt veel schaamte. En mensen vinden soms ook dat je je niet te bemoeien hebt met wat de ander drinkt. Omdat ze zelf ook drinken – ‘wat geeft mij het recht om daar dan wat van te zeggen’. Wat je ook veel hoort: ‘hij is toch lief voor de kinderen, hij werkt toch gewoon, het valt wel mee’.” Van den Elsen ziet veel partners van zware alcoholisten, maar er is wat hem betreft geen ondergrens om erover te praten. „Voor de één is twee glazen per week een probleem, voor de ander is een halve fles wijn per dag nog oké. Het gaat erom wat voor jou acceptabel is. Je kunt er nooit te vroeg over praten.”

    Lees ook het interview met Tom Thienpont, hij leert anderen nu hoe je met drankverslaafden omgaat: ‘Sommige jongeren zien hun ouders wegkwijnen door de drank’

    Terug naar boven

  12. Maar hoe begin ik erover?

    „Als je zegt: je drinkt te veel, gaan de hakken in het zand.” Geen verwijten dus. En geen argumenten, die lokken discussie uit. Spreek liever je zorgen uit: ‘ik hou van je, ik maak me zorgen, ik wil je niet verliezen.’ Als je vragen stelt, zegt Van den Elsen, komt de drinker zelf vaak met argumenten om te willen stoppen. Je kunt ook signalen benoemen die de ander misschien niet in verband brengt met alcoholgebruik, zoals somberheid of ’s ochtends niet uit bed kunnen komen. „Als iemand dan zegt: alcohol is het probleem niet, kun je reageren met: dan is even stoppen vast ook geen probleem, toch?”

    Terug naar boven

    Jongeren drinken meer dan ouders denken: niet 1 glas, maar bijna 3 in een weekend

  13. Als ik m’n partner wil aanspreken op drankgebruik moet ik dan zelf ook stoppen?

    Nee, dat hoeft niet, zegt Hent van den Elsen van Jellinek. „Maar als de drinker zegt: ik raak in de verleiding als ik jou zie drinken, dan kun je wel solidair zijn.” Van den Elsen benadrukt dat je als partner vooral grenzen moet stellen, moet zoeken naar wat jij wilt en voor jezelf moet zorgen. „Stel, jullie gaan bij vrienden voetbal kijken maar je vriend is tijdens de rust vaak al bezopen. Zeg dan: ik ga alleen mee als je tijdens de wedstrijd niet drinkt.” De drinker moet last van zijn gedrag hebben, niet jij.

    Terug naar boven

  14. We willen allebei wel minder drinken, maar hoe krijgen we het uit ons patroon?

    Eerst moet je besluiten: wat is voor jou acceptabel, hoeveel en op welk moment? „Hoe concreter hoe beter. Bijvoorbeeld: alleen bij het avondeten, maximaal één glas. Spreek zelfs af welk glas je gebruikt, want alcohol kruipt in elk gaatje, voor je het weet pak je het allergrootste glas voor dat ene wijntje.” Om patronen te doorbreken, helpt het om er iets anders voor in de plaats te doen. Van den Elsen: „Toen ik wilde stoppen met roken ging ik na het eten altijd meteen aan de afwas. Op het moment dat je thuiskomt en normaal een glas wijn nam, kun je ook een alcoholvrije cocktail maken.”

    Hulp zoeken kan natuurlijk ook. Het is een misverstand dat je een probleemdrinker moet zijn (of in je omgeving moet hebben) om hulp te krijgen. Veel verslavingsinstanties hebben laagdrempelige programma’s voor naasten. Er zijn ook onlinecursussen voor partners en familie, zoals Samen Nuchter van Jellinek.

    Lees ook: Elf tips om minder te drinken

    Terug naar boven

  15. Hoeveel drinken jongeren eigenlijk, en hoeveel jongeren drinken?

    Meer dan ouders denken. Een kwart van de ouders denkt dat hun kind weleens heeft gedronken, bijna de helft van de kinderen biechtte in onderzoek in 2013 op dit ooit gedaan te hebben. En in plaats van één glas – dat denken ouders – drinken ze er in een weekend bijna drie, weet verslavingsinstituut Trimbos.

    Het alcoholgebruik van jongeren is sinds 2003 wel spectaculair gedaald. Toen had 84 procent van de twaalf- tot zestienjarigen weleens gedronken, in 2013 was dat 46 procent. Jongeren die drinken, hebben de neiging te bingen: driekwart drinkt meer dan vier glazen per keer. Hoe lager het schoolniveau, hoe hoger de inname.

    Terug naar boven

  16. De leeftijdsgrens voor alcohol ging in 2014 van 16 naar 18 jaar. Heeft dat effect gehad?

    Je maakt alcohol aantrekkelijker voor kinderen als je het verbiedt, hoor je ouders weleens zeggen. Of: wij mochten vroeger wel drinken, daardoor leerden we er beter mee omgaan. „Aperte onzin”, zegt jongerenonderzoeker Ninette van Hasselt van Trimbos. „De dalende lijn die vijftien jaar geleden werd ingezet, is nog steiler sinds 2014, toen de minimumleeftijd voor alcohol naar achttien ging, veel minder vijftien- en zestienjarigen beginnen met drinken.”

    Ouders zijn strenger geworden en dat betaalt zich uit. „We hebben lang gedacht dat leeftijdgenoten allesbepalend zijn, maar je ziet dat de invloed van ouders behoorlijk groot is.” Als kinderen beginnen met drinken, drinken ze al snel te veel. Daar valt nog winst te halen, zegt Van Hasselt, want „als je eenmaal drinkt en uitgaat, word je onderdeel van die cultuur, en daarin wordt nog steeds stevig gedronken.”

    Terug naar boven

  17. Gaan kinderen niet stiekem drinken als je het ze verbiedt?

    Misschien, maar moet je het dan maar toestaan? Van Hasselt hoort ook vaak van ouders: ik heb geen recht van spreken, want ik drink zelf ook. Maakt niet uit, zegt ze. „Een goed voorbeeld helpt natuurlijk, maar ook als je zelf aan tafel elke avond een glas drinkt, kun je grenzen stellen. Voor jou gelden andere regels dan voor een minderjarig kind, dat kun je best duidelijk maken.”

    De norm stellen en daaraan vasthouden is het belangrijkste ingrediënt voor succes. En als je weet dat je kind wel drinkt, blijven zeggen: het is niet oké. „Probeer dan duidelijke afspraken te maken, zoals nooit dronken thuiskomen en op tijd thuis zijn. Als je tijd en plaats afbakent, beperk je ook de mogelijkheden om te drinken.”

    Streng zijn en tegelijkertijd de deur openhouden, dat is de grote worsteling van ouders. Was er maar een recept, maar dat heeft Ninette van Hasselt van Trimbos niet. Basisingrediënten zijn er wel: uitleggen waarom je regels stelt, toezicht houden, weten wat er speelt, je in hun cultuur verdiepen. Maar je moet je eigen „opvoedsaus” maken, en die is voor ieder kind anders.

    NRC-redacteur Peter Zantingh schreef een column over de eerste keren drinken: Gedachten werden vloeibaar, aanraken werd makkelijker

    Terug naar boven

  18. Kinderen straffen werkt alleen maar averechts, toch?

    Sommige ouders durven niet te straffen, uit angst dat hun kind dan niets meer vertelt. „Maar als er geen consequenties zijn bij overtredingen hebben regels geen zin”, zegt Van Hasselt van Trimbos. „Een maand niet uitgaan kan een passende straf zijn.”

    Tegelijkertijd moet je begrip tonen voor hoe ingewikkeld het voor kinderen kan zijn, en de goede momenten weten te kiezen om kinderen erover te laten praten. „Het ene kind moet je misschien op de bank recht in de ogen kijken. Maar wat vaak beter werkt: wel tijd hebben, niet aankijken. Als je samen in de auto zit bijvoorbeeld, of de hond uitlaat.” En misschien wel het allerbelangrijkst: „Laten weten dat ze altijd bij je terechtkunnen als het misgaat.”

    Terug naar boven

  19. Ik wil weten of mijn kind drinkt, moet ik een blaastest in huis halen?

    Geen goed idee, vindt Van Hasselt van Trimbos, tenzij kinderen er zelf mee aankomen. Met een blaastest zet je het vertrouwen op scherp. „Zorg er liever voor dat je je kind altijd even ziet als het thuiskomt. En kijk ook naar de kinderen met wie ze omgaan.”

    Terug naar boven

    Foto-illustratie Kroon & Loboka

  20. Wat maakt dat het ene kind wel gaat drinken en het andere niet?

    Je hebt van die kinderen die als kleuter al zo dicht mogelijk langs de waterkant fietsten. „Impulsieve kinderen, sensatiezoekers, die moet je in de gaten houden. Want als ze ermee beginnen gaat het sneller mis: dat impulsieve gedrag wordt door alcohol nog eens versterkt”, zegt Van Hasselt. „Bij die kinderen is begrenzing en toezicht heel belangrijk.” Erfelijkheid speelt ook een rol, hoewel genen eigenlijk niet zo relevant zijn. Een kind van alcoholisten zal alleen al door de aanwezigheid en vanzelfsprekendheid van drank eerder zelf gaan drinken. „Bekend is dat kinderen die voor hun veertiende al beginnen, een groter risico lopen verslaafd te raken. Daarom is het zo belangrijk om dat eerste drankje zo lang mogelijk uit te stellen.”

    Terug naar boven

  21. Wat moeten kinderen weten over alcohol?

    „Ouders vertellen vaak wel dat alcochol ongezond is, maar niet wat het precies met je doet.” Jongeren die in coma het ziekenhuis bereiken, hebben een gemiddeld promillage van 1,8. Een veertienjarig meisje van 52 kilo bereikt dat al met zes glazen. „Alcohol werkt op het onvolwassen brein echt anders, soms voelen kinderen niet dat ze dronken zijn en ineens zijn ze weg. Dat kan al na twee glazen gebeuren.”

    Lees ook het interview met kinderarts Nico van der Lely: ‘Elk jaar sterven er zes kinderen door alcohol’

    Terug naar boven

  22. Moet je je kinderen dan maar een alcoholvrij biertje geven?

    In alcoholvrij bier zit geen alcohol. Maar het ziet eruit als bier, smaakt naar bier en als je het lekker vindt, is de stap naar bier kleiner. Niet geschikt voor kinderen dus. Van Hasselt: „Alcoholvrij bier geeft het signaal dat bier normaal is, en leuker dan fris. Het is hooguit een optie voor zestien-, zeventienjarigen die bijna niet weg te houden zijn van de drank en voor wie je op die manier dat moment nog even probeert uit te stellen.”

    Terug naar boven

  23. Is alcohol het nieuwe roken?

    Bijna een kwart van de volwassenen rookt, bijna 80 procent drinkt. We drinken wel iets minder maar de meeste mensen (84 procent) vinden nog steeds dat er niets mis is met af en toe een glaasje. Tegelijkertijd vindt 61 procent dat er overal in de samenleving te veel gedronken wordt. In opdracht van NRC deed Respondenten.nl een representatief onderzoek onder duizend volwassen Nederlanders. Of alcohol nog net zo geaccepteerd is als een paar jaar geleden, daarover lopen de meningen uiteen. Meer dan de helft zegt zich meer bewust te zijn van de gevaren dan een paar jaar geleden. Maar er zijn ook mensen (ongeveer een derde) die vinden dat er te veel „gezeurd” wordt over alcohol en een kwart vindt dat de gezondheidsrisico’s worden overdreven. Slechts een kwart heeft het idee dat alcohol niet meer zo normaal wordt gevonden en dat alcohol steeds meer wordt uitgebannen uit het sociale leven.

    Terug naar boven

  24. Wanneer vinden we alcohol niet oké?

    Een wijntje bij de kapper? Niet normaal, vindt bijna iedereen. NRC legde nog een paar situaties voor. Meer dan de helft van de ondervraagden vindt het niet oké om te drinken bij een werklunch, bij kinderfeestjes en verjaardagen van kinderen of borrels op de basisschool. Een glaasje champagne om successen op het werk te vieren, alcohol in het kerstpakket, op vakantie rond lunchtijd alvast een drankje: daarover zijn Nederlanders verdeeld. De helft vindt het prima, de andere helft heeft er moeite mee. Niet vreemd is dat niet-drinkers minder tolerant zijn. Opvallend is dat juist vijftigplussers, die gemiddeld meer drinken dan jongeren, gemiddeld vaker afkeurend zijn over alcohol in deze situaties.

    Terug naar boven

  25. Hoe ongezellig ben je als niet meedoet?

    De meeste mensen (77 procent) zitten in een omgeving waarin niet drinken volkomen geaccepteerd is. Hoewel er soms wel druk is om gezellig mee te doen. Vooral jongeren tot 35 krijgen vragen of er wordt aangedrongen als ze niet drinken (32 procent). Wat mee kan spelen is dat van de 18 tot 34-jarigen maar 6 procent in een omgeving zit waarin niemand drinkt.

    NRC-redacteur Joyce Roodnat drinkt niet en krijgt daar vaak vragen over: Ik doe soms of ik dronken ben, om de feestvreugde niet te bederven

    Terug naar boven

  26. Hoe lucratief is onze alcoholconsumptie?

    Alcohol levert jaarlijks ongeveer 5,5 miljard euro op aan accijnzen en winst voor horeca, winkels en producenten, berekende het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu in 2016. Toch kost drank een stuk meer dan het oplevert. Vanwege verkeersongelukken, vechtpartijen, vernielingen bijvoorbeeld. Of de inzet van politie, justitie of medisch personeel. Dit soort uitgaven telt samen op tot zo’n 8 miljard euro, meldt het RIVM. De kosten zijn dus ongeveer 2,5 miljard hoger dan de baten.

    Terug naar boven

  27. Gaat de prijs van een fles wijn echt drie keer over de kop in de horeca, zoals het hardnekkige gerucht wil?

    Dat klopt wel zo’n beetje, zegt wijnkenner Harold Hamersma. Als het niet meer is. Vooral de huiswijnen kennen volgens hem een hoge „vermenigvuldigingsfactor”. Wijnen die maar een euro of 3,50 inkoop kosten ziet hij soms voor 21 euro op de kaart (natuurlijk zit de btw en accijns daar dan ook bij in).

    Wie wijnkenners echt even aan het gniffelen wil krijgen, begint over de Brut Imperial van Moët & Chandon. De enorm populaire champagne kost zo’n 30 euro inkoop, maar chique hotels vragen er soms wel 150 euro voor. De Moët-factor, noemt Hamersma het.

    Het kan ook anders. Een bescheiden groep restaurateurs hanteert tegenwoordig een andere rekenmethode: een vaste toeslag (10 of 20 euro) per fles. Dat doen ze om wijnliefhebbers te plezieren, want vooral het hogere segment valt dan relatief goedkoop uit.

    Terug naar boven

  28. Waarom staat op etiketten van drank niet wat er precies in zit en de hoeveelheid calorieën?

    Omdat het niet hoeft. De Europese Unie verplicht fabrikanten om ingrediënten op de verpakking te zetten, maar voor dranken met meer dan 1,2 procent alcohol geldt een uitzondering.

    Overigens kan daar wel verandering in komen. De Europese Commissie vroeg de drankindustrie om een voorstel voor zelfregulering. Dat voorstel kwam er. Een onderdeel ervan is dat fabrikanten ingrediënten straks moeten melden, maar dat ze zelf kunnen kiezen of ze het op het etiket zetten of online melden. Het wachten is nu op het oordeel van de commissie.

    Op bier vind je trouwens wel vaak een tabel met ingrediënten en calorieën. Daar kiezen brouwers vrijwillig voor. Maar dan moet je wel heel kleine lettertjes kunnen lezen.

    Terug naar boven

    Foto-illustratie Kroon & Loboka
    Foto-illustratie Kroon & Loboka
  29. Is alle alcohol even slecht?

    Dat is onduidelijk, maar wel waarschijnlijk. Er is onderzoek dat laat zien dat rode wijn gezonder is dan bier of sterke drank. Er is ook onderzoek dat bier als gezonder aanwijst. Er is zelfs onderzoek waaruit sterke drank als het gezondst rolt. En er is onderzoek waarin het niks uitmaakt.

    Hier wreekt zich dat langdurige studies waarin mensen door het lot bepaald wijn, bier of sterke drank (met gelijke hoeveelheden alcohol) drinken onuitvoerbaar is. Onderzoekers zijn dus aangewezen op het langdurig bijhouden van de gezondheid, het voedings- en leefpatroon en het sterven van grote groepen mensen. Maar binnen die groepen bestaan vaste eet- en drinkpatronen. Bierdrinkers eten vaker ongezond dan wijndrinkers, die vaak dol zijn op vis en groente. Wijndrinkers zijn gemiddeld hoger opgeleid, en hogeropgeleiden leven langer. Maar komt dat door de wijn? Daar proberen onderzoekers statistisch voor te corrigeren, maar niemand weet zeker of dat goed gebeurt.

    Wat wel vaak wordt gezien: de traditionele drank is het gezondst. In Frankrijk is dat wijn, in Tsjechië bier. Het idee is dat mensen daar traditioneel matig mee om weten te gaan en die drank vaak bij het eten drinken. Dat is misschien beter dan ‘los’.

    Er is wel een biologisch mechanisme dat rode wijn bevoordeelt: in rode wijn zitten anti-oxidanten die gezond zouden kunnen zijn. Maar eigenlijk niet in hoeveelheden die doorslaggevend zijn. Thee is een beter alternatief.

    Waarschijnlijk is de beste conclusie: alle alcohol is even slecht. Mocht er een verschil zijn tussen bier en wijn, dan is dat een klein verschil.

    Terug naar boven

  30. Hoe zit het met het verband tussen alcohol en diverse vormen van kanker?

    Alcohol bevordert kanker op alle plaatsen waar de alcohol doorheen stroomt. Kanker in mond, keel, strottenhoofd, slokdarm en darm en anus zien de artsen vaker bij (stevige) drinkers. De uitzondering, waar de alcohol geen direct contact mee heeft, is borstkanker: één glas per dag verhoogt de kans op die kanker met ongeveer 5 procent, vindt de Gezondheidsraad. Een tweede glas verhoogt de kans naar 10 procent. De kans om ooit in het leven borstkanker te krijgen is voor vrouwen 14 procent (1 op de 7). Die wordt met één glas per dag dus krap 15 procent.

    Er lijkt geen veilige dosis te zijn, maar de kans op de genoemde kankers (behalve borst- en mond-keelkanker) wordt door alcohol zo weinig verhoogd dat één, misschien twee glazen per dag nauwelijks invloed hebben.

    Een interessante discussie levert het gegeven dat voor grote groepen vrouwen de kans op hart- en vaatziekten bij één à twee glazen alcohol verder daalt dan de kans omhoog gaat. De vraag is wat een individu daarmee kan: er zijn deskundigen die vinden dat een lagere hartziektekans bij alcohol drinken alleen bestaat bij mensen die een groot risico op hartziekten hebben.

    Lees ook: Drinken is nog steeds de norm

    Terug naar boven

  31. Wat doet het met je als je meerdere keren per week niet meer weet hoe je thuis bent gekomen?

    Wie te diep in het glaasje kijkt kan ‘stukjes film gaan missen’. Je weet niet meer wat je precies gezegd hebt of hoe je in hemelsnaam thuis bent gekomen. Wat is hier gebeurd? een black-out door alcoholvergiftiging? Alcohol remt de hersenactiviteit in het algemeen, maar heeft op sommige hersendelen een extra sterk effect. Dat geldt met name voor de hippocampus, de plaats waar langetermijngeheugen wordt gevormd. Het vastleggen van herinneringen gebeurt voor een belangrijk deel tijdens de slaap.

    Bierdrinkers eten vaker ongezond dan wijndrinkers, die vaak dol zijn op vis en groente

    Nu maakt drank wel slaperig, maar de kwaliteit van de slaap die erop volgt is juist slechter, dat wil zeggen minder diep. Juist tijdens de diepe slaap worden herinneringen verwerkt, en de theorie is dat hier dus stukjes van de ‘film’ van de vorige dag worden overgeslagen bij de opslag in het langetermijngeheugen.

    Bij regelmatig alcoholmisbruik kan de verstoring van de slaap gevolgen hebben voor het dagelijks functioneren, met onder meer geheugenstoornissen en stemmingswisselingen.

    Terug naar boven

  32. Krijg je van veel bierdrinken een bierbuik?

    Een Duits wetenschappelijk bevolkingsonderzoek naar het verband tussen de buikomvang en de mate van bierconsumptie heeft geen bewijs opgeleverd voor het bestaan van de bierbuik. De buikomvang van zware bierdrinkers neemt wel toe, maar dat is sterk gerelateerd aan een algemene toename van het lichaamsgewicht. Van regionale ophoping van buikvet rond de navel is dus geen sprake.

    Overigens is het ook nog de vraag of de toename in lichaamsgewicht puur is toe te schrijven aan de extra calorieën uit het bier. Mensen die veel drinken hebben vaak in het algemeen een ongezonde leefstijl, ze eten slecht en bewegen te weinig.

    De extra calorieën die glazen bier toevoegen aan de energie-inname zijn niet buitensporig. Volgens het Voedingscentrum bevat een glas bier ongeveer 110 calorieën (evenveel als een glas halfvolle melk). Dat is meer dan een glas wijn (70 tot 80 calorieën) maar nauwelijks meer dan een glas cola (ongeveer 100 calorieën). Alcoholvrij bier bevat per glas 55 calorieën. Maar een breezer bevat wel 180 calorieën.

    Terug naar boven

  33. Is alcohol nog ergens goed voor?

    Een drankje maakt mensen wat losser. Dat is het cliché, maar het is ook echt waar. Alcohol is een anxioliticum, een stof die angstgevoelens onderdrukt. Uit onderzoek onder studenten blijkt dat zij zich met een drankje op naar eigen zeggen minder druk maken over het houden van een praatje. Dat wordt bevestigd door de grafieken van hun hartslag; die blijft een stuk lager met een drankje op. Maar over de kwaliteit van de presentaties zegt het onderzoek niets.

    Het effect van alcohol is ook onderzocht bij gynaecologisch chirurgen (afgezet tegen slaapgebrek). Die moesten verschillende chirurgische handelingen uitvoeren met instrumenten in een doos, om een kijkoperatie te simuleren waarbij via een klein gaatje in de buikwand moet worden geopereerd. Artsen met een slok op waren sneller en vaardiger in eenvoudige taken dan wanner zij slaperig waren, maar bij ingewikkelde handelingen maakten ze wel meer fouten. De onderzoekers haasten zich om in het artikel te benadrukken dat zij „op geen enkele manier” zouden willen suggereren dat chirurgen hun diensten op makkelijke dagen wel beschonken zouden kunnen draaien.

    Alcohol kan mogelijk ook „bepaalde aspecten van creatief denken” bevorderen, zo concluderen Oostenrijkse psychologen na vergelijkend onderzoek waarbij de deelnemers alcoholhoudend of alcoholvrij bier dronken. Het effect van een lage dosis alcohol bevorderde het creatieve probleem oplossen vooral door een verbeterd vermogen om niet voor de hand liggende associaties te maken. Maar pas op, waarschuwen de onderzoekers, het resultaat mag niet geïnterpreteerd worden als een algemene conclusie dat alcohol de creativiteit bevordert. De positieve effecten treden alleen op bij zeer bescheiden hoeveelheden alcohol; overmatige alcoholconsumptie draait de creativiteit al gauw de nek om, aldus de onderzoekers.

    Harold Hamersma selecteerde de 100 lekkerste wijnen uit de supermarkt en koos de 25 beste bubbels. Vind hier de Mobiele Hamersma.

    Terug naar boven

  34. Wie is Bob?

    De kans dat u niet weet wie Bob is, is kleiner dan 5 procent. Dat betekent niet dat er nooit meer iemand met alcohol achter het stuur kruipt – naar schatting bij maximaal een kwart van de dodelijke ongelukken is alcohol in het spel: dat zijn 75 à 140 doden per jaar. Het goede nieuws: bij controles worden steeds minder alcoholovertredingen geconstateerd. Tussen 1970 en 2015 is het alcoholgebruik in weekendnachten met circa 85 procent afgenomen. ‘De Bob’, in 2001 in Nederland geïntroduceerd, is overigens in België bedacht, hoewel de bedenkers van het reclamebureau en het Belgische instituut voor verkeersveiligheid niet meer te traceren zijn, volgens Stef Willems van het instituut. Hij weet wel te vertellen dat Bob in 1995 nooit als Bewust Onbeschonken Bestuurder bedoeld is. „Het had ook Jos kunnen zijn. Diverse andere landen die de campagne overnamen hebben hun eigen naam gekozen.”

    Terug naar boven

    • Martine Kamsma
    • Geertje Tuenter
    • Sander Voormolen
    • Wim Köhler