Verbale handigheid helpt ‘de Neus’ in dossier vol twijfel

Zaak-Holleeder De advocaten van Willem Holleeder maken de balans op rond de eerste verdenking: de moord op Cor van Hout.

Simpele antwoorden zijn schaars in de wereld van Willem Holleeder. Dat is een veilige conclusie nu de rechtbank vrijwel klaar is met de behandeling van het eerste feit van zijn tenlastelegging: de moord op Cor van Hout in 2003.

Deze donderdag zullen Holleeders advocaten, Sander Janssen en Robert Malewicz, de rechtbank vragen de voorlopige hechtenis voor de moord op Cor van Hout op te heffen. Volgens hen is er onvoldoende bewijs om Holleeder hiervoor te veroordelen. Het is de vraag of de rechtbank een beslissing zal nemen in dit stadium van de zaak: de behandeling van vier andere vier moorden waarvan Holleeder wordt verdacht, zal volgens de planning tot het einde van het jaar duren.

Dat neemt niet weg dat het verzoek meer is dan een symbolische daad. De moord op Cor van Hout raakt de kern van de verhoudingen binnen de familie Holleeder en daarmee de kern van de strafzaak. Cor van Hout en Willem Holleeder waren jarenlang goed bevriend, Van Hout kreeg met Willems zus Sonja drie kinderen.

Na de dood van Van Hout ontstond tussen de Holleeders spanning over het nooit gevonden losgeld van de ontvoering van Freddy Heineken. Dat werd geïnvesteerd in vastgoed op de Amsterdamse Wallen en de rosse buurt van Alkmaar. Dat conflict is volgens Willem Holleeder de reden dat zijn zussen Astrid en Sonja belastende verklaringen hebben afgelegd.

De familieverhoudingen zijn de afgelopen maanden breed uitgemeten. Rechtbankvoorzitter Frank Wieland vatte dat aan het begin van het proces al treffend samen: „Geld is de as waar deze zaak om draait.”

Niets is wat het lijkt

De vaak uitputtende verhoren van Astrid en Sonja Holleeder draaiden niet zelden uit op een klasje ‘Holleederologie’, waarbij met name Astrid en Willem het met elkaar aan de stok kregen over de betekenis van bepaalde zinsnedes of uitspraken van Holleeder die door zijn zussen werden opgenomen. Astrid wierp daarbij regelmatig op dat wat je hoort niet altijd is wat er wordt gezegd. In gewoon Nederlands: bij de Holleeders is niets wat het lijkt.

Zo vroeg de rechter aan Willem Holleeder wat hij bedoelde met het woordje ‘ook’ in de zin: „Maar Sonja wilde Cor toch ook dood?” De vraag volgde na een fragment van een afgeluisterd gesprek tussen Willem Holleeder en zijn zus Astrid dat in de rechtbank werd afgespeeld.

Op de vraag naar de betekenis van dit ‘ook’ volgde een lange discussie zonder duidelijke conclusie. Rode draad daarbij is dat Willem Holleeder heel goed antwoord kan geven zonder veel te zeggen. „Weet je wat het is, edelachtbare: Astrid weet dat ze me hier opneemt, maar ik niet”, zegt hij dan.

In dit geval moest volgens Holleeder uit het woordje ‘ook’ niet worden afgeleid dat hij Cor van Hout wilde vermoorden. Het is tekenend voor de verbale lenigheid van ‘de Neus’ dat het daarbij bleef. Wat zijn zussen ook beweren, volgens Holleeder is het tegenovergestelde waar. Hij was niet uit op het geld van Cor en heeft altijd geprobeerd om hem te beschermen tegen rivalen die hem iets wilden aandoen.

De feiten in het dossier laten ruimte voor beide lezingen. Van Hout had in de Amsterdamse onderwereld zeker niet alleen vrienden. Er zijn tal van aanwijzingen dat een machtige figuur in het milieu, John Mieremet, tot twee keer toe een mislukte aanslag op Van Hout heeft laten plegen. Omdat de uitvoerders nooit zijn gepakt, valt niet uit te sluiten dat diezelfde Mieremet ook achter de moord op Van Hout heeft gezeten. Handig voor Holleeder is dat Mieremet er niet meer over kan worden bevraagd: hij is ook geliquideerd, volgens justitie in opdracht van Holleeder.

De ‘power’ van Holleeder

Aan de andere kant zijn er aanwijzingen die wel duiden op de betrokkenheid van Holleeder bij de moord op zijn zwager Van Hout. Zo vertelde zijn ex-vriendin Sandra den Hartog dat Willem op de dag van de moord op Van Hout zei: „Weet je wel hoe lang ik hiermee bezig ben geweest.” Soortgelijke beschuldigingen hebben Sonja en Astrid ook geuit.

Kroongetuige Peter la Serpe heeft verklaard dat hij uit de mond van de vermeende schutter heeft gehoord dat hij „na de moord op Cor van Hout de power van Holleeder achter zich had”. Feit is dat die vermeende schutter – Jesse Remmers – wel is veroordeeld voor andere moorden waarvan Holleeder wordt verdacht, maar niet voor die op Van Hout.

Het is niet makkelijk om uit al die verklaringen, of ze nou pro of contra Holleeder zijn, een eensluidende conclusie te trekken. Een oude vriend van Van Hout vatte het treffend samen in een opgenomen gesprek met Sonja Holleeder: „Het kan zijn dat je broer de opdracht heeft gegeven. Of dat je broer het geweten heeft. Maar die Stanley [Hillis, een oude bekende van Holleeder] kan er ook achter zitten.”

De twijfel over de rol van Holleeder die in deze woorden doorklinkt, is veelzeggend voor dit dossier. En tegelijkertijd zegt het weinig over het verdere verloop van de strafzaak tegen Holleeder. In andere zaken zal meer nodig zijn dan de verbale lenigheid van Holleeder om de twijfel over zijn rol weg te nemen.