Van ‘backpay’ naar ‘collectieve erkenning’. Maar van wat?

Nederlands-Indië

Het kabinet wil af van de slepende ‘Indische kwestie’. Nu de eerste generatie bijna is verdwenen, komt er geld. Maar de omvang valt tegen.

Schip met repatrianten aan boord wordt in 1948 door het Noordzeekanaal naar Amsterdam getrokken. Tussen 1945 en 1963 liep het aantal immigranten uit Indonesie op tot ruim 300.000 onder wie 255.000 Indische Nederlanders. Foto: ANP

Is dat echt nou de beste methode om een subsidie te verdelen: wie het eerst komt, die het eerst maalt? De vraagstelster weet zelf het antwoord: „Ik voel me zo niet erkend, en collectieve erkenning daar was dit toch om begonnen?” Het wordt steeds warmer in het zaaltje van de Indische Pleisterplaats in Den Haag. Ambtenaren van het ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Sport (WVS) leggen donderdagmiddag uit aan een bont geschakeerd gezelschap van vertegenwoordigers van allerlei organisaties die zich op een of andere manier bezighouden met de vaak emotionele nalatenschap van de kolonie Nederlands-Indië, hoe de verdeling van een ‘flexibele’ subsidie voor de collectieve erkenning van de Indische kwestie in zijn werk gaat. Kort gezegd gaat het om een pot van telkens vijfhonderdduizend euro die dit jaar en in 2019 en 2020 beschikbaar is voor niet op winst gerichte rechtspersonen die projecten willen doen ter bevordering van collectieve erkenning van Indisch en Moluks Nederland. Subsidieaanvragen mogen vanaf 2 juni een maand lang worden ingediend. Maar voor veel aanwezigen is de regeling wel erg vaag.

„Mag ik als vertegenwoordiger van blanke, pardon, witte jongetjes die in Jappenkampen zaten ook meedoen?” vraagt een oudere man. Ja, dat mag, zegt de ambtenaar, want er zijn geen toelatingscriteria.

Lees ook een commentaar van NRC: Indische doden horen bij verleden dat nog lang niet voorbij is

Filmproducent San Fu Maltha slaat de afwikkeling van dit laatste hoofdstuk post-koloniaal Nederland gade. Hij vraagt hoe men aanspraak kan maken op andere, meer structurele, subsidiegelden. „Ik zie daarover nergens informatie.” Dat ontaardt in een verbaal handgemeen met een ambtenaar die verwijst naar „Kamerstukken”. Maltha riposteert dat de overheid de plicht heeft burgers helder te informeren over subsidieregelingen. Achteraf spreekt de filmproducent van „erkenning maar dan wel zonder respect”.

De verhouding tussen de Nederlandse staat en de mensen die gemakshalve worden aangeduid als „de Indische gemeenschap” is altijd gespannen geweest. Veel van de 300.000 mensen die de kolonie Nederlands-Indië moesten verlaten na de onafhankelijkheid van Indonesië werden door de staat stiefmoederlijk behandeld. Maar elke groep weer op een andere manier. Voor de Molukkers zit Leo Reawaruw van de stichting Maluku4Maluku in de zaal, die eigenlijk vindt dat hij de enige is die namens die groep mag spreken. Verderop zegt een jongeman die actief is voor Papoea’s, of dat wel wordt meegewogen bij de subsidieaanvraag.

Indische Nederlanders zijn niet een groep, betoogt San Fu Maltha. En zo kan de overheid hen makkelijk uit elkaar spelen. Van een structurele schadeloosstelling van geleden verliezen is het nooit gekomen. Dat blijkt wat betreft niet betaalde Indische salarissen uit De Indische Rekening, het NIOD onderzoek van 2006 naar die zogeheten backpay-regelingen.

Dat Indische Nederlanders onderling zeer verdeeld zijn, zegt ook Peggy Stein van het Indisch Platform 2.0, daags voor de informatiemiddag. Zij heeft zich in het verleden ingespannen voor het achterhalen van mensen die voor ‘backpay’ in aanmerking komen. Maar in april 2016 heeft ze zich afgesplitst van het Indisch Platform dat functioneert als gesprekspartner van de overheid. Stein vindt dat de nu beëindigde backpayregeling nog zeker twee jaar moet doorlopen. Ze verwijt de voorzitter van het Indisch Platform, Silfraire Delhaye, dat hij onvoldoende is opgekomen voor de belangen van de achterban.

Delhaye, wel bij de bijeenkomst in Indische Pleisterplaats, is verrast door de grote opkomst van de vele organisaties. „En men heeft zo veel ideeën! Maar een ding is duidelijk. Die 500.000 euro subsidie per jaar, die moet omhoog. Dat ga ik zeker voorleggen aan de staatssecretaris.”

Correctie (15 juni 2018): In een eerdere versie van dit stuk stond dat het totaal uitgekeerde bedrag aan ‘Backpay’ 1,9 miljoen euro bedroeg. Dat moet zijn 19 miljoen. Ook stond er dat het Indisch Platform vorig jaar opsplitste. Dat gebeurde echter al in april 2016. Het artikel is aangepast.
    • Frank Vermeulen