Opinie

Stedelijk museum Opkrabbelen en nu unverfroren avant-gardistisch tekeergaan

Binnen één week verschenen er twee rapporten over het Stedelijk Museum in Amsterdam, beide geïnspireerd door het voortijdige vertrek van museumdirecteur Beatrix Ruf in oktober 2017. Het ene, Governance en de WNT bij het Stedelijk Museum Amsterdam, is de neerslag van een onderzoek. Het wikt en weegt de reden voor en de manier waarop Ruf opstapte c.q. de wacht kreeg aangezegd (dat blijft onduidelijk). Het komt erop neer dat de Raad van Toezicht (RvT) onhandig heeft gehandeld. De voorzitter en twee leden van de RvT reageerden door hun functie neer te leggen.

Het andere rapport, ook in opdracht van Amsterdam, is een advies van de Amsterdamse kunstraad: Het museum als dynamisch geheugen. Ook geschreven met de affaire-Ruf als uitgangspunt, maar uitgemond in een helikopterblik op het Stedelijk Museum, nu en straks.

Wie een stap terug doet, kan denken dat een artistiek directoraat van grote namen uit de internationale museumwereld het Stedelijk geen goed heeft gedaan, en dat geldt zowel voor Ann Goldstein (Stedelijk-directeur 2010-2013) als voor haar opvolger Beatrix Ruf. De eerbied voor rijke verzamelaars nam opzichtige vormen aan. Exposities werden nogal eens gewijd aan grote namen die sowieso al rondwaarden in de internationale kunstwereld.

Het Stedelijk Museum van Amsterdam is een hybride instelling. Het is enerzijds een uitermate Amsterdams museum met een traditioneel vruchtbare relatie met de locale kunstscene, die tot spijt van de Amsterdamse kunstraad de afgelopen jaren verwaarloosd is.

Anderzijds heeft het nationale allure, met daarbovenop ook nog eens een onmiskenbaar internationale uitstraling. Samen met het Rijksmuseum is het Stedelijk cruciaal voor de artistieke reputatie van Nederland: het heeft in zijn geschiedenis vele malen artistiek talent uit alle windstreken her- en erkend, dat tot op heden hoge ogen gooit.

Maar na een dramatisch lange verbouw-periode verschoof de inzet. Het Stedelijk moest zich kunnen meten met de Londense Tate of het New Yorkse MoMA. De term ‘blockbuster’ werd het toverwoord, op aandringen van zakelijk directeur Karin van Gilst.

Dat het aan de Tate niet kan tippen, betekent niet dat het Stedelijk een kleinsteeds sufferdje is. Het heeft andere kwaliteiten. Zo zou het er wellicht bij winnen als het, net als in het verleden, weer unverfroren avant-gardistisch tekeer mag gaan. Dat vraagt om een brutale nieuwe directeur. Een dromer die open staat voor het onmogelijke. Een harde kop, die we niettemin graag zijn of haar, hopelijk goddelijke, gang laten gaan.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.