‘Seriewethouder’ weet hoe ’t moet

Gemeenteraad Beroepswethouders duiken steeds vaker op. Ze hebben minder binding met de gemeente, maar wel de nodige ervaring.

Het is sinds vorig jaar makkelijker wethouder te worden in een gemeente waar je niet woont. Foto Lex van Lieshout/ ANP XTRA

Berry van Rijswijk zou er in 2014 écht mee uitscheiden. Vanaf 1998 was hij haast onafgebroken wethouder geweest voor GroenLinks, eerst in Sittard, later in de nieuwe gemeente Sittard-Geleen. Hij wilde wel eens wat anders, zat onder meer in de raad van toezicht van een woningbouwvereniging. Maar toen hij eind 2015 gebeld werd of hij in het nabijgelegen Meerssen tijdelijk wilde invallen voor de lokale partij Focus, zei hij toch meteen ja.

„En toen begon ik het openbaar bestuur weer helemaal leuk te vinden”, zegt Van Rijswijk nu. „En ik dacht: als ik het dan toch ga doen, dan het liefst in mijn eigen gemeente.” Sinds vorige maand is hij als wethouder terug in Sittard-Geleen, ditmaal voor lokale partij GOB.

In de colleges die de afgelopen periode zijn aangetreden, duiken ze overal op: ervaren wethouders, die in andere gemeenten al eerder in een college zaten. Hoeveel van zulke ‘seriewethouders’ er precies zijn, kan de Wethoudersvereniging niet zeggen. Maar gemiddeld ligt hun aandeel rond de 5 procent, zegt plaatsvervangend directeur Jeroen van Gool. En hoewel dat percentage lang stabiel was, lijkt het nu licht te stijgen.

Dat kan te maken hebben met de toegenomen werklast van wethouders, die steeds grotere gemeenten besturen en verantwoordelijk werden voor onder meer de jeugdzorg. „Vroeger kon je nog wel wethouder worden als je tien jaar foldertjes had uitgedeeld”, zegt Van Rijswijk. „Maar het gaat tegenwoordig om zoveel geld en er is zo’n hoog afbreukrisico. Dan is het belangrijk dat er mensen zitten die weten hoe het werkt.”

Lees ook: Nog altijd zijn zeven op de tien wethouders mannen

Wat ook kan meespelen: er ligt een wetsvoorstel dat het makkelijker kan maken wethouder te worden in een gemeente waar je niet woont. Al sinds 2002 konden zogeheten ‘wethouders van buiten’ van de gemeenteraad jaarlijks ontheffing krijgen, mogelijk kan die ontheffing binnenkort ook voor langere tijd worden afgegeven.

‘Ervaren bestuurder met hart voor de zaak’, omschrijft Jos Huizinga zichzelf op zijn LinkedIn-pagina. De afgelopen twaalf jaar was hij CDA-wethouder in vier gemeenten, in vier provincies. Onlangs begon hij bij de vijfde: Zwijndrecht.

Meeste vrouwen bij GroenLinks

Om die ervaring werd hij niet zelden naar een gemeente gehaald waar de verhoudingen flink verzuurd waren. Bijvoorbeeld in Maasdriel in 2011, destijds volgens Huizinga, „misschien wel de moeilijkst bestuurbare gemeente van Nederland”. Of hij levensmoe was, vroegen ze hem. „Maar het is heel mooi als je het in zo’n gemeente weer op de rails kan krijgen.” Vóór hij als ‘reizend wethouder’ begon, deed Huizinga ontwikkelingswerk in Afrika en Azië. „Mensen hebben het wel eens over bananenrepublieken daar. Maar dan denk ik: in Nederland kunnen we er ook wat van!”

Verhuizen deed Huizinga nooit: hij forensde altijd vanuit zijn woonplaats Schoonhoven. Zo bleef Ben Brands, die zojuist in zijn derde gemeente (Landerd, Brabant) aan de slag ging, ook altijd in Vught wonen. „Verder dan een half uur rijden, daar begin ik niet aan”, zegt hij. „Ooit was er sprake van een klus in Harderwijk, maar toen begon men thuis te morren.”

Een ervaren wethouder van buiten de gemeente kan een voordeel zijn, denkt Van Gool, van de Wethoudersvereniging. „Bijvoorbeeld als een frisse blik gewenst is.” Wel adviseert hij buitenstaanders zich hun nieuwe gemeente snel eigen te maken. „Leer de belangrijkste spelers kennen: de voorzitter van de winkeliersvereniging, de wijkverpleger, de dominee. Wethouders hebben nog wel eens de neiging zichzelf de eerste honderd dagen op te sluiten met dossiers en hun ambtenaren. Maar je moet juist veel op straat zijn.”

Eigenlijk ging Hetty Tindemans er dit jaar al vanuit dat ze de komende tijd geen wethouder meer zou zijn. Ze was het tien jaar geweest: eerst voor GroenLinks in Valkenswaard, toen voor de lokale partij Progressief Landerd, daarna weer in Valkenswaard voor GroenLinks. Nu die partij in de formatie een wethouder moest inleveren, leek een vervolg er niet in te zitten. Tot Nuenen vorige maand belde. „Ik paste goed in het team”, zegt Tindemans. „En het coalitieakkoord, daar sta ik natuurlijk ook achter.”

Haar benoeming zorgde voor ophef toen de indruk ontstond dat de GroenLinkser voor de SP in het college zou plaatsnemen. Onzin, vindt Tindemans: ze is lid van GroenLinks maar zit er als onafhankelijk wethouder. „Door alle vier partijen is gezocht naar een ervaren wethouder, die nog beschikbaar was. Dat was ik.”

Ook Van Rijswijk is nog altijd lid van GroenLinks, hoewel hij al voor twee lokale partijen wethouder is geweest. Nu zit hij als GOB-wethouder zelfs met GroenLinks in één college. Dat levert geen verwarring op, denkt hij. „Ik steun landelijk de idealen van GroenLinks, maar op lokaal niveau spelen vaak andere dingen. En GOB heeft een prachtig programma waarin dingen als duurzaamheid en speeltuintjes ook een belangrijke rol spelen.”

Volgens Huizinga is zijn ‘CDA-profiel’ in de loop der tijd afgenomen. „Je ontwikkelt je meer als vakwethouder en bent eigenlijk nauwelijks bezig met het partijbelang.” Dit jaar werd hij 63, maar wat hem betreft gaat hij over vier jaar gewoon weer ergens in Nederland aan de slag. „Het openbaar bestuur op lokaal niveau heeft echt mijn hart. Je wilt niet weten hoe leuk het is om wethouder te zijn.”

Correctie: In een eerdere versie van dit artikel stond dat het voor een gemeenteraad reeds mogelijk is voor langere tijd een ontheffing te geven aan wethouders die niet in de gemeente wonen waar ze in het college zitten. Dat is onjuist: een wetsvoorstel dat dat regelt en de raad tevens ruimere bevoegdheden geeft voor het stellen van extra voorwaarden moet nog langs het parlement.

    • Clara van de Wiel
    • Titia Ketelaar