opinie

    • Marjoleine de Vos

Maar zó gezellig

Natuurlijk zou alles er heel veel beter op worden zonder alcohol, maar oh! wat zou veel er ook minder op worden. Neem de pinda. Twee pinda’s volstaan al om te denken: ja, lekker, een borreltje! Wat voor zin zou het hebben om pinda’s te eten als je daar appelsap of thee bij moest drinken? Ik voorzie een wanhopige toename van zoetigheid – drank vraagt om hartig. Drank is leverworst, olijven en bitterballen, drank is tégen slagroom, behalve als het om advocaat gaat.

En vooral is drank gezelligheid.

Kan het dan niet gezellig zijn zonder drank? Tuurlijk wel. Consumptie is überhaupt, ook van non-alcoholische of niet-vloeibare versnaperingen, niet per se noodzakelijk voor gezelligheid, maar een samenzijn helemaal zonder vraagt wel veel van de deelnemers. Dan is het maar het beste om met elkaar iets te gaan doen: een wandelaar wil geen campari drinken, maar wie in de zon op een terras zit zou heel goed wel op dat idee kunnen komen.

Het zou natuurlijk niet moeten, dat iedereen zich net wat meer ontspant als er een paar slokjes drank in zijn gegoten. De wangen kleuren wat roder, de ogen staan wat stralender, de grapjes zijn wat losser. Dat kan allemaal ook veel te ver gaan, de toegenomen genegenheid jegens de medemens kan een ongewenste omvang en vorm aannemen, de toegenomen spraakzaamheid kan overgaan in oeverloos gezwets. Zo ver moeten we het niet laten komen. Maar gewoon een borreltje, of twee…Het zal wel conditionering zijn, maar als je een kamer binnenkomt en er hangt zo’n damp van drank en hapjes boven de hoofden, dan denk ik direct: gezellig!

De theewolk en de koffiewolk zien er anders uit. Wat zouden we allemaal níét meer tegen elkaar zeggen als we niet meer dronken? Voor de sterkere persoonlijkheden onder ons zou het niet uitmaken, die kunnen net zo uitgesproken, hartelijk of vertrouwelijk zijn zonder ooit een drupje. Anderen moeten even losgeroerd worden. Daarvoor hoeft men nog niet eens per se zélf te drinken, gewoon dat hele gevoel van glazen op tafel en flessen die opengaan, het klokkende geluid waarmee de jenever uit een schenktuitje komt, het eerste hapje van het bolstaande glaasje waarvoor je je voorover moet buigen – misschien zou ik de jenever wel erger missen dan de wijn.

Oei. Dit geeft blijk van weinig goede smaak.

Bij het eten is wijn een mooie toevoeging tuurlijk, en als iemand zegt: ik heb er deze wijn bij uitgezocht, dan geniet je al meer vanwege die zorg. En hoe zou de toekomst van de Franse kaas eruitzien zonder wijn? Wanhopig, neem dat maar aan. Dan zijn we bovendien ook nog dat fijne kaasmoment kwijt, een uitstel van het einde van de maaltijd en juist vaak een tijdstip dat men er eens echt voor gaat zitten om wat te zeggen want er staat niets meer op tafel dat koud kan worden en wij zijn warm en oh ja – we hebben nog een glaasje wijn…

Veel hoeft niet. Vaak ook niet. Maar nooit? Het zal zoveel stroever worden.

    • Marjoleine de Vos