Foto: Lars van den Brink

‘Bizar dat een hoogopgeleide middenklasse bepaalt wie straf verdient’

Rachel Kushner De hoofdpersoon van de nieuwe roman van Kushner zit twee keer levenslang uit omdat ze haar stalker doodsloeg. ‘Hoezo zou ik iemand anders mogen veroordelen?’

Het gesprek met Rachel Kushner begint in New York. Daar zit ze, begin mei, op een podium, samen met filmmaker Paul Schrader. Kushners nieuwe roman The Mars Room is net verschenen en Schrader is gevraagd om als interviewer op te treden. Althans, zo staat het in het programma en zo had Kushner het zelf ook begrepen, maar eenmaal op het podium blijkt Schrader vooral geïnteresseerd in zichzelf, zijn eigen nieuwe film en het verkondigen van boude filosofieën, zoals: „Mensen willen eigenlijk helemaal niet vrij zijn. Ook wie niet achter tralies zit, leeft toch in een gevangenis.”

In The Mars Room beschrijft Kushner de grootste vrouwengevangenis ter wereld: Chowchilla, in Californië. Kushner laat zien dat specifieke mensen (arme mensen) in specifieke omstandigheden opgroeien (armoede) en dus specifiek veel kans maken om in de gevangenis terecht te komen. Ze komen daar niet terecht vanwege kleine vergrijpen met drugs of diefstal, maar voor serieuze zaken zoals moord, of meer moorden.

De programmeur stuurde naderhand nog een mail om hen te feliciteren met een geslaagde avond, vertelt Kushner, op bezoek in Amsterdam vanwege het verschijnen van de vertaling. „Hij haakte in op het thema criminaliteit, met een citaat van Susan Sontag – je weet wel, die ene vrouwelijke intellectueel die mannen zonder mokken citeren omdat ze op de een of andere manier niet als ‘vrouwelijke’ intellectueel wordt gezien. Er stond zoiets als: je hebt twintig procent goede mensen en twintig procent slechte mensen en de overige zestig procent kan beide kanten op. Vreselijk, zulke generaliserende waarheden om de mens te vatten.” Kushner schudt haar hoofd: „Het was waarschijnlijk de slechtste zin die Sontag ooit schreef.”

Gevormd door herhaling

Waar Kushners vorige boek over Reno ging, een vrouw die van haar vrijheid ten volle genoot, op een motor rondracete en reisde, gaat haar nieuwe boek over Romy, die haar stalker heeft vermoord en twee keer levenslang in de gevangenis uitzit. In The Flamethrowers verrijkt Reno zich met nieuwe ervaringen, in The Mars Room wordt Romy gevormd door herhaling.

Lees hier de recensie uit NRC over The Mars Room (●●●●): Een tatoeage zonder spelfouten? Topper!

Vier jaar geleden was Kushner ook in Nederland, toen voor De vlammenwerpers (haar debuut Telex from Cuba, is niet vertaald). Schrijver Niña Weijers en ik vroegen haar voor onze ‘seksistische talkshow’, waarin we alleen vrouwen op het podium uitnodigden – om zo’n beetje te voorkomen wat Paul Schrader deed. Kushner herinnert zich die avond. Na het interview met haar vervolgden we het programma met een Nederlandstalige gast. De uitgever raadde Kushner aan om te vertrekken, ze zou de rest van de avond toch niet kunnen verstaan. „Maar ik wilde juist blijven. Ik durfde het haast niet te zeggen, maar ik vind het heerlijk om niet alles te begrijpen. Omdat ik niet kon volgen wat er werd gezegd, kon ik naar andere dingen kijken.”

Foto: Lars van den Brink

En kijken, dat is wat een schrijver doet. „Je moet jezelf forceren om te kijken. Juist wanneer je weg wilt kijken. Kijken heeft een ethische component; waar je naar kijkt, wat je niet ziet. Kijken is essentieel.”

Kushner benadrukt dat ze niet nieuwsgierig is geraakt naar het gevangenisleven omwille van haar boek. Het is andersom: „Ik ben ergens aan verbonden, of kom ergens mee in aanraking en besluit dan dat ik erover moet schrijven.”

Als kind zag ze een goede vriend van haar ouders in de gevangenis verdwijnen. Kushner wijst naar de ratelslang die ze om haar middel draagt. „Hij maakte deze.” De pin van haar riem steekt in de kop van de slang, de leren staart priemt onder haar witte polo uit.

Ze woonde jarenlang nabij een rechtbank en volgde daar soms een zaak. „Die zijn openbaar, maar niemand gaat kijken. Soms wordt mij gevraagd of het niet voyeuristisch is om daarbij te zitten, maar ik vind het veel erger wanneer er geen getuigen zijn. Het ergste is dat verdachten zich aan allerlei regels moeten houden – geen capuchon, geen afgezakte broeken, geen blote voeten. Om kans te maken op een redelijke afloop moeten ze hun eigen armoede verbloemen en ontkennen. Er is een hoogopgeleide middenklasse die bepaalt welke mensen ongehoorzaam zijn en straf verdienen. Het is bizar.” Het juridische proces is openbaar, maar wie veroordeeld wordt tot een gevangenisstraf, verdwijnt uit het zicht, buiten de stad, naar gevangenissen die zo goed mogelijk verscholen liggen, ver van het ‘gewone leven’.

Cheesecake van Sprite

Kushner richtte zich expliciet op een vrouwengevangenis, omdat vrouwengevangenissen nog minder zichtbaar zijn dan mannengevangenissen. Ze haalt een voorbeeld aan van een dorp in Californië dat bezwaar maakte tegen de bouw van een nieuwe gevangenis. Toen het bestuur aankondigde dat het een vrouwengevangenis zou worden, verstomde het protest: vrouwen krijgen geen bezoek. Waar een mannengevangenis veel vreemd volk zou aantrekken, verstoort een vrouwengevangenis de rust niet.

Ze raakte bevriend met vrouwen die in de gevangenis leven, en huurde een adviseur in, Theresa Martinez, die lange tijd in Chowchilla zat en een uitgebreide plattegrond tekende van de gevangenis, vertelde hoe je cheesecake kunt maken van zuivelvrije room en Sprite en hoe je door de pijpleidingen van het toilet met elkaar kunt communiceren – verbaal en via briefjes.

Ik vraag Kushner waarom ze voor een witte vrouw als hoofdpersonage koos. Het doet me denken aan de televisieserie Orange is the New Black, waar in het eerste seizoen een wit, hoogopgeleid, keurig tuttig personage (Piper) lijkt te worden ingezet om een mainstream-publiek te trekken.

„Waarom niet? Er zitten heel veel witte vrouwen in de gevangenis.” Kushner begint statistieken op te sommen – om de sterke correlatie tussen armoede en opsluiting te bewijzen. „Ras speelt mee omdat armoede geracialiseerd is.” Ze begint een technisch verhaal over waarom er zoveel gevangenissen in Californië zijn gebouwd en raadt aan om het werk van activist Ruth Wilson Gilmore te lezen. Ik knik en knik en knik tot ze zichzelf afkapt met een zucht: het is zo ongelooflijk complex. Ze verduidelijkt: „Er wordt tegenwoordig vaak gezegd dat gevangenissen winst opleveren, maar dit geldt alleen voor privé-gevangenissen. Over het algemeen kósten ze de overheid geld.”

Arme mensen zijn niet moreel hoogstaand omdat ze arm zijn. Dat wenst de middenklasse, zodat die te hulp kan schieten.

Dat ik vraag waarom ze voor een wit personage koos, komt volgens haar ook door het werk van Michelle Alexander, die in haar boek The New Jim Crow. Mass Incarceration in the Age of Colorblindness aantoont hoe zwarte Amerikanen systematisch worden gecriminaliseerd en opgesloten. „Michelle Alexander schrijft belangrijk werk, maar vergeet niet dat zij het over een klein deel van de gevangenispopulatie heeft; zij heeft het over die mensen die in het systeem vastzitten na een klein vergrijp zoals diefstal of drugsgebruik. Hun situatie is vreselijk, maar als we ons alleen op die mensen richten, bedoelen we dan te zeggen dat alle andere mensen die wel serieuze misdaden begingen, in de cel moeten wegrotten? Ik wil ook een andere vorm van straf voor de moordenaars.”

Iedere daad apart

The Mars Room is heel Amerikaans, vanwege de beschrijvingen van het gevangenisleven, maar ook vanwege de verwijzingen naar Henry David Thoreau en de dagboekfragmenten van Ted Kaczynski, die in de jaren negentig dodelijke bombrieven verstuurde. „Klopt. Dit is mijn grote Amerikaanse roman. En ook: mijn contemporaine roman. Mijn vorige boeken speelden in Cuba en Italië en bovendien een aantal decennia eerder – in de jaren vijftig en zeventig.” Dit boek speelt tijdens de Bush-regering; voelt alles vóór Trump niet ineens oud? „Nee, het is een voortzetting van hetzelfde.” Vergeet niet: er zijn ook veel arme mensen die op Trump stemmen, voegt Kushner toe. Ze keert zich tegen de romantisering van armoede. „Mensen die slachtoffer zijn van de overheid houden er evengoed vooroordelen op na. Lijden maakt je niet nobel en empathisch. In de gevangenis waren er bijvoorbeeld vrouwen die ‘Shelley’ telkens ‘Richard’ noemden, naar haar oude naam, toen ze nog als man werd gezien. Ze wilden haar niet opnemen in de gemeenschap, omdat ze als transvrouw geen echte vrouw zou zijn. Arme mensen zijn niet moreel hoogstaand omdat ze arm zijn. Dat wenst de middenklasse, zodat die te hulp kan schieten.”

De natuur biedt een ander perspectief: in Californië staan bomen die tweeduizend jaar oud zijn. Die wijsheid, snap je?

Ik begrijp de aanwezigheid van Thoreau en Kaczynski in het boek niet, maar wanneer ik naar uitleg vraag, steek ik even mijn duim op, om aan te geven dat deze verwarring juist prikkelend is. Dat komt niet helemaal over. „Niet alles hoeft duidelijk passend te voelen, een roman moet wat mij betreft niet te opgeruimd zijn. Thoreau was een transcendentalist die geloofde dat de maatschappij de goede natuur van de mens corrumpeerde, Kaczynski trok de wildernis in en ontpopte zich als misantroop. Hoorde hij andere mensen op een sneeuwscooter, dan brak hij in hun huis in en vernielde hun spullen, als wraak omdat ze zijn rust verstoorden. Hij tolereerde anderen niet. Dat kun je heldhaftig noemen, maar het is evengoed zeer problematisch om niet vanuit andermans perspectief te kunnen denken. Thoreau schreef daarentegen: I never knew a worse man than myself. Daar voel ik mij verwant mee: hoezo zou ik iemand anders mogen veroordelen?

Lees hier de recensie over Kushners tweede roman, De vlammenwerpers: Authenticiteit is een razende illusie

„De natuur staat voor de afwezigheid van mensen. Mensen verzinnen wetten en regels en zeggen: als je iets slechts doet, dien je te worden gestraft. Hoe dat moet, wordt vastgelegd, zodat iedereen ongeveer hetzelfde wordt behandeld. De natuur, zo wens je ergens, volgt geen afgebakend idee van goed en kwaad, maar kijkt naar elk detail an sich, naar iedere daad apart, en behandelt niemand gelijk, maar benadert juist alles en iedereen specifiek. De natuur biedt een ander perspectief: in Californië staan bomen die tweeduizend jaar oud zijn. Die wijsheid, snap je?”

Als we afscheid nemen, beloof ik Kushner dat ik de programmeur van de bibliotheek in New York zal mailen, om te protesteren tegen de avond met Paul Schrader. „Het zou helpen als hij van verschillende kanten hoort dat het de volgende keer anders moet”, vindt Kushner. Verschillende perspectieven – zolang de bomen het niet overnemen, schuilt daarin de meeste hoop op verandering.

    • Simone van Saarloos