Krijgsmacht wil in buitenland te veel met te weinig

Inzetbaarheid

Opnieuw is er een kritisch rapport verschenen over de krijgsmacht. Kan Defensie nog wel buitenlandse missies aan?

Weer een kritisch rapport over de toestand bij Defensie. Opnieuw een onderzoek dat harde noten kraakt over de bedrijfsvoering van de krijgsmacht.

„Zeer verontrustend”, in de woorden van ChristenUnie-Kamerlid Joël Voordewind. „Stevig rapport”, aldus Tweede Kamerlid André Bosman (VVD) op Twitter. „Dit is heel zorgelijk maar verbaast ons helaas niet. Het geeft wederom aan: pas op de plaats bij Defensie is nodig,” twitterde D66-Kamerlid Selima Belhaj.

Vorig jaar concludeerde de Onderzoeksraad voor Veiligheid, naar aanleiding van een mortierongeval in Mali waarbij twee militairen omkwamen, dat Defensie ernstig tekort was geschoten in de zorg voor de veiligheid van uitgezonden Nederlandse militairen. Vorige week nog legde een rapport bloot dat Defensie tekortschoot bij de zorg voor medewerkers die jarenlang met het kankerverwekkende chroom-6 werkten – terwijl Defensie daarvan wist.

Woensdag was het de beurt aan de Algemene Rekenkamer. In een onderzoek naar de Nederlandse inzet bij de VN-missie in Mali trok zij vergaande conclusies: de missie naar Mali kende slechte voorbereiding. En algemener: de Nederlandse krijgsmacht is niet toegerust om zo veel buitenlandse missies uit te voeren. Ook al zijn de meeste van de achttien missies in zeventien landen heel beperkt – soms maar één manschap –, ook een betrekkelijk bescheiden missie als in Mali (250 militairen) legt te veel beslag op het improvisatievermogen van de krijgsmacht. Het brengt de inzetbaarheid van het leger in gevaar.

Het rapport had al voor publicatie effect: op dinsdag lekte uit dat het kabinet in de ministerraad van vrijdag zal beslissen om de Nederlandse bijdrage van de missie in Mali niet te verlengen. Wel zal de bestaande missie in Afghanistan worden uitgebreid, waarschijnlijk met zestig extra manschappen.

Geen verrassing

Voor minister van Defensie Ank Bijleveld (CDA) kwam de conclusie niet als een verrassing. „Dertig jaar bezuinigen heeft effect”, zegt ze op haar ministerie in Den Haag. „Het betekent niet dat we geen missies meer zullen doen. Maar dat we goed moeten kijken naar wat we aankunnen.”

Die vraag is relevant, ook in het licht van het versterken van de al lopende missie in Afghanistan. Kan Defensie dat wel aan? En is het verstandig om te stoppen met Mali?

„Het is bovenal verwonderlijk dat Defensie na zo’n genadeloos rapport niet even rustig aan doet”, zegt Krijn Schramade, journalist en auteur van het boek De kaalslag bij Defensie. „Neem de F16’s die ze daar zullen inzetten. De reserveonderdelen daarvoor halen ze uit de reservetoestellen. Dat is niet verantwoord.”

Volgens Arno Visser, president van de Rekenkamer, kunnen ook de kleine missies de krijgsmacht al ontregelen. „Iedere missie laat een grote voetafdruk achter in de rest van de organisatie”, zegt hij telefonisch. Dat komt door achterstallig onderhoud en een tekort aan materieel. En doordat iedere eenheid maar eenmaal kan worden ingezet. In die zin is de keuze voor Afghanistan ook een keuze tegen Mali.

Schramade kan dat verklaren. Hij wijst op het verschil in missies. In Mali gebeurt dat onder VN-vlag, Afghanistan is een NAVO-missie. „In VN-verband werkt Nederland samen met landen die een veel lagere standaard hebben. Sommige Afrikaanse landen denken dat bermbommen niet afgaan als je er maar hard genoeg overheen rijdt”, zegt hij. „Zij zijn klassiek kanonnenvoer: militairen zijn laagopgeleid en krijgen slecht betaald. NAVO-missies zijn veel professioneler opgezet. Bovendien is het een geste naar de Amerikanen.”

Dat signaleert ook Ko Colijn, verbonden aan instituut Clingendael. „De druk op Nederland om aan missies mee te doen is groot. De VS hameren al langer op het verhogen van de Europese defensiebudgetten. En omdat Nederland daar niet aan kan voldoen, proberen we op een andere manier Trump een beetje zoet te houden.”

Strategisch balanceren

Het zijn de strategische afwegingen waar Nederland mee goochelt. Naar Mali vertrok de Nederlandse krijgsmacht, op verzoek van de Fransen, om IS een halt toe te roepen in de Sahel. Die prioriteit ligt nu elders. „Nederland ruilt, kort gezegd, een Franse missie in Mali in voor een door de Amerikanen gewenste missie in Afghanistan,” aldus Colijn. De timing is bovendien gevoelig, zegt Schramade. „Als tijdelijk lid van de VN-Veiligheidsraad stoppen met een VN-missie. Dat is ongelukkig."

Het is niet voor het eerst dat de Algemene Rekenkamer kritisch is. In 2016 schreef deze al dat de operationele inzetbaarheid van de eenheden in twee jaar was gedaald van 77 procent tot 59 procent. De krijgsmacht was volgens de Rekenkamer in 2016 bovendien niet in staat om de belangrijkste en eerste hoofdtaak uit te voeren: de verdediging van het eigen grondgebied.

Aan die conclusies werd toen weinig gehoor geven. Rutte III doet dat een beetje: sinds lange tijd krijgt Defensie er weer geld bij. Wel moet daarvan zoveel achterstallig onderhoud gebeuren, dat de problemen niet direct zijn opgelost.

Door het niet verlengen van de missie in Mali kreeg dit rapport direct een politiek gevolg. Of weggaan in Mali de situatie daar niet verslechtert? Colijn: „De prioriteit van Defensie ligt nu, om het heel opportunistisch te zeggen, elders.”

    • Floor Boon