Column

Geopolitieke risico’s? Nog niet op de beurs

Nadat acteur Robert de Niro afgelopen weekeinde alleen nog maar schuttingtaal over had voor de Amerikaanse president Donald Trump, reageerde die laatste met een argument dat gebruikelijk is geworden. Kijk naar de fantastisch groeiende economie, kijk naar de record-lage werkloosheid. Elke kritiek kan daar mee worden weggewuifd. Trump levert. Al is het dan ogenschijnlijk.

Nu is die fantastisch groeiende economie mede een gevolg van een begrotingsimpuls die op de langere termijn ten koste kan gaan van de welvaart van de VS. En per volgend jaar valt de sugar high die de Amerikaanse economie nu wordt toegediend sowieso al grotendeels weer uit de cijfers.

Intussen groeien wat onder economen en beleggers ‘politieke risico’s’ worden genoemd. In één week tijd was er een ongekende ruzie tussen de VS en zijn trouwste bondgenoten in Europa, tijdens de G7, met de dreiging van een handelsoorlog. En vervreemdde Trump ook zijn Aziatische bondgenoten Zuid-Korea en Japan van zich met zijn toezegging aan Noord-Korea om militaire oefeningen met Zuid-Korea op te schorten én zelfs te zinspelen op een terugtrekking van de Amerikaanse troepen.

Dit is de-globalisering in actie, van een Amerika dat zich lijkt terug te trekken in een nauw gedefinieerd eigenbelang. Het idee dat Trump een verschijnsel van voorbijgaande aard is, wordt intussen steeds meer een vorm van wensdenken. Dat de Congresverkiezingen van november een effectieve Democratische oppositie gaan opleveren is al lang geen zekerheid meer. Kijk naar de economie: ‘fantastisch’. De werkloosheid: laagterecord. Nuances dat er nog steeds veel mensen buiten de arbeidsmarkt staan die eigenlijk bij de arbeidsreserve horen, klinken sleets.

En intussen had Europa zijn eigen bijna-doodervaring met de nieuwe Italiaanse regering, is de Iran-deal zo goed als dood en steeg de prijs van ruwe olie in driekwart jaar tijd van 50 naar 75 dollar per vat.

Maar slaat dit alles neer in lagere economische prognoses? Tot dusverre niet of nauwelijks. Het gros van de onlangs gepubliceerde vooruitzichten voor de tweede helft van 2018 blijft gunstig. Ja, banken, beleggingsfondsen en economische instituten noemen alle risico’s wel, maar die zijn in de cijfers nauwelijks terug te vinden.

Nu zou er een plek moeten zijn waar verwachtingen bij uitstek de hoofdrol spelen: de aandelenbeurzen. Daar is de fut wel een beetje uit: sinds begin dit jaar doen de belangrijkste aandelenbeurzen per saldo niets. Nu de koersen stilstaan, maar de bedrijfswinsten stijgen, lopen de aandelenmarkten de hoge waarderingen van een, twee jaar geleden in.

De gemiddelde koers-winstverhouding van de AEX was twee jaar geleden 21. Die is nu nog geen 16. Dat voelt al een stuk gematigder dan voorheen. Maar om nu te zeggen dat de geopolitieke dreigingen van nu in de koersen neerslaan, nou nee.

Het is al vaker gezegd: zolang de beurzen het goed doen, is de regering-Trump ervan overtuigd op de goede weg te zijn. Wat zeggen de aandelenmarkten ons? Allereerst: er blijft een enorme hoeveelheid geld op zoek naar een doel. Of dat nu van kleine beleggers komt, van grote instituten of van grote ondernemingen met een ‘schatkist’ als een waterhoofd.

Daarmee samenhangend: er is nog steeds sprake van een buitengewoon stimulerend monetair beleid, ook al schroeven de Amerikaanse en Europese centrale banken dat dezer dagen terug. En als laatste: er is optimisme. Zie de verdubbeling van de introductiekoers van Adyen, woensdag nog in Amsterdam. Overmoed wint het nog van onbehagen.

Maarten Schinkel schrijft over economie en financiële markten.