Opinie

    • Georgina Verbaan

Doen

Houtworm. Ik dacht dat ik houtworm had. Maandenlang bekeek ik op zolder aardeachtig zaagsel en dan dacht ik ‘Oei. Dat is ook niet best’. En dan pakte ik de stofzuiger. En een glas wijn. In wisselende volgorde. Het is een oud huis. Alles dondert uit mekaar hier. Het halve dak stortte een paar maanden geleden in. Het regende in de gang. Ja, alleen als het regende natuurlijk. Niet de hele dag. Tenzij het de hele dag regende. Overal pannen en emmers. Je went eraan. Kastdeuren flikkeren op de grond – gewoon terugzetten –, de oven doet het niet – een pan pakken, bestellen, of koek eten, net zo makkelijk –, eigenlijk is alles hier wel aan vervanging toe.

Ik ook. Ik doe niet wat een mens hoort te doen. Zoals specialisten bellen over houtworm bijvoorbeeld. Het komt wel in me op, maar ik doe het niet. Ben je gek. Je gaat toch niet toegeven dat je houtworm hebt? Wat je je dan allemaal niet op de hals haalt. Dan komen er mannen door je huis lopen, of vrouwen, of gender fluïde menspersonen met een diepe fascinatie voor in hout levende insectenlarven en een grote genegenheid tot het doden ervan. Moet je alles opruimen, krijg je ruzie met huisgenoten over het opruimen, moet je je werk afbellen omdat je nog niet opgeruimd hebt en omdat je jezelf overal stervend op de grond wil gooien. Nee. En dan die mannen/vrouwen/gender fluïde menspersonen. Je weet al hoe dat gaat. ‘Zo mevrouwtje, dat ziet er niet best uit’, zeggen ze dan met hun buik vooruitgestoken. ‘En het schilderwerk is nog door Rembrandt zelf gedaan zeker? Hahaha.’

Moet je je werk afbellen omdat je jezelf overal stervend op de grond wil gooien

Nee. Alsjeblieft zeg. Dan werp ik mezelf veel liever kermend op de plavuizen van de broodafdeling wanneer kruimels mij op een onverwacht moment herinneren aan wat mogelijk mijn huis opvreet. Maar goed, dat bleek ineens niet nodig te zijn geweest. Waren tulpenbollen. Een vermolmde doos vol goede bedoelingen op een kastje vol vergeten zaken. Ze zitten in plastic zakjes met gaatjes als droge hondendrollen, die bollen. Waren al tijden bezig tot celniveau uiteen te vallen. Op elk van de zakjes staat een foto van wat de drollen hadden kunnen worden. Als ik ze had opgestuurd. Prachtige tulpen, pagegaaitulpen in alle kleuren, tulpen die op rozen lijken, tulpen met tweekleurige bladeren. En de zogeheten double late tulp.

Dat is achteraf voorspellend gebleken. Zoals veel dingen dat achteraf zijn. Ik had alleen maar even naar het postkantoor moeten lopen, maar heb dat niet gedaan. Natuurlijk niet. Ik ben een lul. Ze hield van tulpen, de oudere vrouw die dagelijks revalidatieoefeningen deed in het zwembad. De vrouw die ons een huisje vol spinnen verhuurde op haar landgoed aan Lago di Bracciano. Een papegaai was er, die oude ringtones kon en ‘Hoe hoe!’ riep. Ruziënde familieleden liepen af en aan. Vers verdriet. Een zoon met witte tanden in een rode sportwagen, een ongewassen zoon op bed met Netflix in een verduisterde kamer.

Op het slingerweggetje langs het meer had de vrouw een ongeluk gekregen. Ze werd in coma opgenomen in het ziekenhuis waar haar man lag te sterven aan kanker. Hij stierf zonder haar. Daarna moest het leven door. Laat mij één ding wel doen. Laat mij nieuwe bollen kopen, en die opsturen.

    • Georgina Verbaan