Als het geldgebrek je niet nekt, dan wel de stress

Gezondheid Armoede is een grote risicofactor voor gezondheid; zeer rijke mensen leven bijna 7,5 jaar langer dan zeer arme. Zwaar werk, geldgebrek en chronische stress eisen hun tol.

Ed van Dijk voor zijn woning in Noordwijk. Foto Olivier Middendorp

Met elf andere suikerpatiënten zat Ed van Dijk twee jaar geleden in een kamer van het Leids Universitair Medisch Centrum. Ze luisterden naar een voeding-expert die tips gaf voor een gezondere leefstijl. Toen Van Dijk de coach aanhoorde over het belang van verantwoorde voeding, van fruit en groente, stak hij zijn hand op. „Gezond eten is gemakkelijker gezegd dan gedaan”, zei hij. „Ik loop bij de Voedselbank.”

Ed van Dijk vertelt erover in een strandstoel met uitzicht op de zee bij Noordwijk, nu dertig jaar zijn woonplaats. Hij is zestig jaar, 1 meter 90 lang en 140 kilo zwaar. De zon schijnt fel – hij heeft net zijn polo uitgetrokken. Zijn blote buik is groot en rond. Zijn suikerziekte type 2, vaak het gevolg van zwaarlijvigheid en weinig beweging, werd zo’n tien jaar geleden vastgesteld.

Van Dijk zit in de bijstand. Hij is voor 40 procent afgekeurd om zijn versleten rug en gewrichten. Per maand houdt hij van zijn uitkering 706 euro over – de rest gaat op aan het aflossen van schulden. Zijn vaste lasten zijn „ook zo’n beetje 700 euro”. Van Dijk leeft vooral van zijn huursubsidie, à 250 euro. Het vakantiegeld dat deze maand boven op de bijstandsuitkering kwam, gebruikt hij om zijn huurachterstand in te lopen.

Bij de Voedselbank liep Van Dijk van 2014 tot 2017 – drie jaar was het maximum. Je eet er wat de pot schaft. „Er was fruit ja”, zegt hij. „Soms kon ik twee appels meenemen, soms twee sinaasappels.” Hij leerde in die tijd ook instant-noedels in een zakje kennen. „Daar haalde ik er elke week tien van uit zo’n doos.”

Foto Olivier Middendorp
Foto Olivier Middendorp
Foto’s Olivier Middendorp

De levensverwachting van Nederlanders bij geboorte, 81,5 jaar, wordt vaak gesplitst naar geslacht – die van vrouwen is een paar jaar hoger dan die van mannen. Bij een onderscheid naar inkomen zijn de verschillen veel groter. Nederlanders uit de laagste inkomensklasse worden gemiddeld 77,0 jaar. Uit de hoogste: 84,4 jaar. Een verschil tussen rijk en arm van bijna 7,5 jaar.

Arm zijn is, kortom, een gezondheidsrisico.

Gebrek aan geld beïnvloedt de gezondheid direct. Ongezond eten is vaak goedkoop. Een zak huismerk-chips van 200 gram is ruim twee keer zo voordelig als een zakje cashews à 150 gram. Fruit en vis zijn sinds 1996 veel harder in prijs gestegen dan de gemiddelde prijs van voedingsmiddelen. Snoep en ijs zijn in de afgelopen tien jaar juist goedkoper geworden, zelfs in absolute zin.

Ook lichaamsbeweging schiet er vaak bij in. Mensen met weinig geld kunnen zich meestal geen abonnement veroorloven op de sportschool of het zwembad. Geldtekort is bovendien de belangrijkste reden om doktersbezoek uit te stellen, zo becijferde TNS Nipo al in 2016. Zeker tien procent van de Nederlanders meed in dat jaar zorg om het betalen van het eigen risico te voorkomen.

En dan zijn er nog indirecte effecten op de gezondheid. Grote geldzorgen leggen beslag op de mentale vermogens, wijst onderzoek uit. Andere cognitieve vaardigheden raken in de knel, zoals het maken van langetermijnplannen en het weerstaan van verleidingen. „Chronische stress maakt apathisch, en minder doelgericht”, zei lector armoede en schulden aan de Hogeschool Utrecht, Nadja Jungmann, eerder in NRC. Aan het eind van een stressvolle dag lijkt een frietje halen al gauw aantrekkelijker dan boontjes doppen.

Mayonaise als stamgast

Ed van Dijk noemt zichzelf een „vette eter”. Hij houdt van gebakken aardappelen met spekjes. Hij bakt er ook groenten bij. „Vaak twee uien”. In zijn dressings is mayonaise een stamgast. De sportschool laat hij links liggen. Te duur. En al zou hij er het geld voor hebben, hij lijdt aan rug- en gewrichtspijn. Lopen kost moeite, na tien minuten moet hij pauzeren. ’s Avonds thuis wisselt hij zitten af met liggen vanwege de pijn. De pijn is mede het gevolg van zware arbeid. Van Dijk begon met werken op zijn veertiende, na twee jaar mavo en één jaar land- en tuinbouwschool. Hij werkte in de bouw en in de sloop. Als opperman sjouwde hij stenen en specie naar de metselaar. Als badman op het strand van Noordwijk sloeg hij stokken van windschermen in het zand met een hamer van twee kilo. Tien slagen per stok, drie stokken per scherm, honderddertig schermen per dag.

Als eigenaar van een schildersbedrijf had Van Dijk op het hoogtepunt elf mensen in dienst, van wie hij tijdens de economische crisis na 2008 één voor één afscheid moest nemen. Hij moest weer zelf „aan de kwast”. Dat ging niet meer. Hij kon niet lang staan en nauwelijks bukken en knielen. „Dus toen was het einde oefening.”

Op zijn veertigste woog Van Dijk negentig kilo. Sport had hem fit gehouden. Hij had jarenlang gebasketbald. Maar zijn vriendenteam „viel uit elkaar”. Hij stopte met sporten en kwam „eerst tien kilo aan, en daarna nog tien kilo”. Hij stopte ook met roken, waarmee hij op zijn veertiende begonnen was. Dat leverde nog twee extra tranches van tien kilo op, zegt hij. En dan was er zijn avondbesteding: drinken in de kroegen van Noordwijk, zes dagen per week. „Twintig biertjes was normaal.” Op de zevende dag dronk hij frisdrank. „Zes à zeven liter. Ik moest wel. Ik stierf van de dorst.”

Onregelmatige nachtdiensten

Van Dijks gezondheidsklachten komen dus niet puur voort uit zijn lage inkomen. Dat is ook bijna nooit zo, zegt Maria van den Muijsenbergh, onderzoeker bij kenniscentrum Pharos en bijzonder hoogleraar gezondheidsverschillen in Nijmegen. „Armoede komt nooit alleen”, zegt ze. „Arm zijn hangt samen met een kluwen aan factoren die nadelig zijn voor de gezondheid.”

Een lage opleiding staat vaak aan de wieg van de problemen. Gebrek aan scholing vergroot niet alleen de kans op een laag inkomen, maar ook op het moeten doen van lichamelijk zware arbeid of werk onder andere nadelige omstandigheden.

Gebrek aan scholing werkt laaggeletterdheid in de hand. Dat bemoeilijkt weer het begrijpen van doktersadviezen en bijsluiters. En dan is er de woonstress. De huizen van lagere inkomensgroepen staan in slechtere wijken, met minder groen. De wijken zijn vaker onveilig, zodat ouders hun kinderen minder buiten laten spelen of naar school laten fietsen – minder laten bewegen dus. De huizen staan dichter opeengepakt, zodat bewoners meer geluidsoverlast ervaren. Ze inhaleren ook vaker fijnstof. Pal langs snelwegen liggen zelden villawijken.

De lage levensverwachting van mensen met lagere inkomens vloeit dus voort uit ál het nadeel dat kleeft aan het bungelen onderaan de maatschappelijke ladder. Mensen onderaan die ladder brengen in hun kortere leven ook vijftien minder jaren door in goede gezondheid dan mensen met een hoger inkomen, meldt het CBS. Het leven van armen ten opzichte van rijken is, vrij naar Hobbes, zowel short als nasty.

En soms nog brutish ook.

Ed van Dijk heeft geen gevoel meer in zijn grote tenen. En als hij ’s ochtends uit bed stapt, voelt het alsof hij „op sponzen” loopt. Zijn hoge bloedsuikerspiegel heeft de kleine bloedvaatjes rond de zenuwbanen aangetast. De baan naar de tenen is het langst, en dus het kwetsbaarst. Hij heeft een grote kans op voetwondjes door de aangetaste zenuwbanen. Suikerziekte leidt ook tot nauwere bloedvaten, en dus tot een slechtere bloedtoevoer. Die bemoeilijkt bovendien genezing. Wondjes kunnen zweren worden. Die kunnen overslaan op het bot. In het ergste geval wacht afzetting van voet of been.

Ed van Dijk moet insuline spuiten vanwege zijn diabetes. Foto Olivier Middendorp

Ed bezoekt geregeld een pedicure om wondjes te voorkomen. De rekening à 30 euro betaalt hij zelf. Hij is niet aanvullend verzekerd. Dat was hij wel, maar het indienen van de rekeningen vond hij „een hoop gedoe”. Verantwoord is een pedicurebezoek eens in de zes weken, weet hij. Om geld te besparen gaat hij eens in de acht.

Suikerziekte tast ook de kleine bloedvaten in de ogen aan. Van Dijk merkt dat zijn zicht minder scherp wordt, zegt hij. Hij draagt een dure bril. „Je gaat mij niet vertellen dat er geen verschil is tussen een bril van 300 euro en een bril van 1.400 euro.” De zijne was 1.400 euro. Hij deed een jaar over de afbetaling.

Bureaucratisch gedoe leidt ook tot financiële tegenvallers. Vier jaar geleden vroeg Van Dijk een uitkering aan. „Er was iets met mijn computer, waardoor de aanvraag mislukte. Ik naar het gemeentehuis. Eerst konden ze me niet helpen, een paar weken later ineens wel. Had ik een inkomensgat van drie weken. Sjeezus. Zo belachelijk.”

Chronische stress is niet alleen fnuikend voor de gezondheid door de impact op vaardigheden als vooruitplannen en het beheersen van impulsen. Stress zelf is ziekmakend. Er komt cortisol vrij, een stresshormoon dat het lichaam helpt alert te blijven. Verdwijnt de bron van de stress dan ebt de cortisol weg. Blijft de stressbron bestaan, zoals bij aanhoudende armoede, dan blijft het lichaam cortisol aanmaken. Dat is riskant. Er is een grotere kans op slaapproblemen, burnout, infecties als gevolg van een verzwakt immuunsysteem, hart- en vaatziekten. Bovendien beïnvloeden stresshormonen de suikerhuishouding in het lichaam, zodat de kans op suikerziekte toeneemt. „Zo draait de spiraal almaar verder naar beneden”, zegt Van den Muijsenbergh.

Cijfers spreken boekdelen. Van mensen met alleen basisonderwijs heeft bijna een kwart obesitas. Van mensen met een HBO- of universitaire graad ongeveer 9 procent. Vertaald naar suikerziekte: ruim 1 op de 10 mensen met alleen basisonderwijs lijdt aan diabetes type 2. Van universitair opgeleiden één op de 43. Juist diabetes vergt acties die patiënten, afdalend in hun spiraal, overvragen. Gezond eten. Bewegen. Afvallen. Stoppen met roken. Alleen al dat laatste is een grote opgave. Laagopgeleiden roken vaker én steviger dan hoogopgeleiden. Roken hangt samen met stress over geldgebrek.

Rijke vriend

Van Dijk is het gelukt. Hij rookte een pakje per dag. Ook uitgaan doet hij weinig meer. Het kost hem te veel. „Ik ben heel vorig jaar één keer in de kroeg geweest”, zegt hij. „Vroeger kende ik het hele dorp.” Sociaal isolement: nog zo’n kwaal die gepaard gaat met armoede.

Eenzaam zegt Van Dijk zich niet te voelen. Hij heeft een goed contact met zijn volwassen zoon, uit een vorige relatie. En hij heeft een goede vriend. Een rijke. Die neemt hem soms mee op een reisje of naar een concert. Ongemakkelijk is het wel, als hij mensen uit zijn voorbije kroegleven op straat tegenkomt. „Man, Ed!” zeggen ze dan. „Leef jij ook nog?”

Met medewerking van Rik Wassens
    • Joram Bolle
    • Ingmar Vriesema