Zijn 33 beste kerkcantates, dit is bingen met Bach

Bachfest Het Bachfest in Leipzig liet in 10 concerten binnen 50 uur de 33 beste kerkcantates van Bach horen. Die marathon bood zelfs kenners nieuwe openbaringen. „Deze stukken vormen hart en ziel van zijn muziek.”

Dirigent Masaaki Suzuki in de Thomaskirche in Leipzig Foto’s Bachfest Leipzig/Gert Mothes

Alles in Leipzig ademt dezer dagen Johann Sebastian Bach. De oervader van de klassieke muziek schreef hier, begin achttiende eeuw, het ene meesterwerk na het andere. Rondom het buitenpodium op de Markt dragen zelfs versnaperingen titels van zijn cantates. De koffie met taart heet O Süßigkeit, O Himmelsbrod, rösti met kalkoen en champignons belooft Des Fleisches Heil en een goulash van varkensvlees gesmoord in bier gaat over de toonbank als hemels voedsel, Manna, das die Engel speist. En dat gebeurt allemaal onder de noemer Die Elenden sollen essen, de stumpers zullen eten, de eerste cantate die Bach componeerde voor deze stad, waar hij tot zijn dood zou werken.

Een binge-marathon van zijn kerkmuziek vormt de grote trekpleister van het openingsweekend van het Bachfest: in twee etmalen en tien concerten komen de 33 ‘beste’ cantates langs, gedirigeerd door Bach-iconen John Eliot Gardiner, Ton Koopman, Masaaki Suzuki en Hans-Christoph Rademann. „Dus eet, drink en bezoek de massagetent op het plein, want de kerkbanken hier zijn hard en genadeloos”, grijnst bedenker Gardiner.

De keuze uit de tweehonderd kerkcantates viel de driekoppige leiding van het festival zwaar. Bach Archiv-directeur Peter Wollny, intendant Michael Maul en Gardiner plengden menig traan. „Eén of twee stukken kun je zwakke broeders noemen, maar de andere 198 zijn meesterwerken”, oordeelt de dirigent. Toch leiden de cantates een leven in de schaduw van de grote passies: de Johannes en Matthäus. „Doorgaans worden deze stukken niet voor vol aangezien”, meent Wollny. „Zelfs een Bach-liefhebber als natuurwetenschapper Albert Einstein zei begin twintigste eeuw dat hij honderd Leipziger cantates zou inruilen voor een tweede Actus Tragicus.”

Luister hier naar ‘Die Elenden sollen essen’ van Bach.

Misschien is de enorme hoeveelheid het probleem van de cantates. Luisteraars weten simpelweg niet waar te beginnen. „Mensen vragen me dikwijls naar de mooiste”, zegt de Japanse dirigent Masaaki Suzuki. „Daarop blijft het antwoord onmogelijk. Pak er gewoon één uit en verdiep je erin, luidt mijn advies. Elke keus is goed. De Japanse romancier Morio Kita schreef: ‘Wie de hele dag één mier bestudeert, zal hem daarna uit duizenden herkennen.’ Het gaat erom dat je eerst Bachs taal leert verstaan. En vervolgens zul je overal schoonheid en betekenis vinden.”

Meemurmelen

Na een studie bij Ton Koopman bracht Suzuki Bach naar zijn vaderland Japan, waar de Duitse componist op massale aanbidding kan rekenen. „Ik zie bezoekers van de Matthäus daar met hun ogen dicht de aria’s meemurmelen. Voor mij blijft die nabijheid tussen Japanners en Bach een raadsel. Wellicht voelen we een intuïtieve verwantschap met het strakke grondplan van zijn muziek. Want achter alle emotionaliteit die Bach biedt, verschuilt zich een mooi en overzichtelijk heelal.”

Die vrijdagavond om acht uur opent Gardiner de Cantate-Ring van tien concerten en twee etmalen later sluit de Brit de cyclus weer af. Het publiek heeft dan cantor Bach in al zijn verschijningsvormen kunnen bewonderen. Bij Gardiner dringt het theatrale zich naar de voorgrond. Rademann zoekt zijn heil aan de andere kant van het spectrum: hij probeert elk woord diepere betekenis te geven – zijn stijl ademt tederheid. Suzuki viert de noten. Bij Koopman baden de cantates in levendigheid, met katholieke versieringen. Vier dirigenten, die allemaal een andere kant van dezelfde Bach laten klinken.

Dirigent Ton Koopman. Foto Gert Mothes

Ook de beide kerken waar de componist werkte tonen twee van zijn gezichten. De Thomaskirche oogt sober met hoekige pilaren en wit gepleisterde muren; het donkerbruine hout van de banken versterkt het kale en strenge karakter. Een paar honderd meter verder straalt de Nikolaikirche uitbundig. De balkons doen door hun rondingen denken aan een operahuis. Hier is het houtwerk geschilderd in gebroken wit met een vleug groen en de Griekse zuilen lopen uit in palmbomen die vergroeien met de roze en groene pasteltinten van het versierde plafond. Zelfs het witte kistorgel blijkt met gouden ornamenten behangen. Dit zijn Bach-heiligdommen. „Hier moet ik altijd net even meer mijn best doen dan elders”, zegt Koopman, „want misschien kijkt de geest van de oude cantor over mijn schouders mee.”

Che Guevara

Met Gardiner behoort Koopman tot de pioniers van de oude muziek, een eigenzinnige generatie die de oude Bach – want kreupel klonk hij bij veel moderne orkesten – weer een jeugdig vuur gaf. Vier decennia geleden leerde zanger Klaus Mertens de dirigent kennen. „Met het lange haar, de grote baard en een sigaret in de mondhoek leek Ton de muzikale broer van de marxistische guerrillastrijder Che Guevara. Hij was een wervelwind achter het klavecimbel. Wij zangers zeiden: ‘Waanzinnig hoe snel jij speelt, maar wij kunnen je niet bijhouden.’ Hij richtte die kinderlijk verbaasde blik op ons. ‘Oh, denk je?’ En vervolgens schakelde hij terug.”

Mertens herinnert zich hoe de kopstukken van deze muziekrevolutie in de beginjaren met elkaar in één orkest speelden: Gustav Leonhardt, Reinhard Goebel, Philippe Herreweghe, de broers Kuijken, Koopman. „Met zoveel alfa-mannen kon het niet lang goed gaan. Iedereen koos ten slotte zijn eigen weg, want ze hadden allemaal iets anders te zeggen over Bach. Dat heeft ons grote rijkdom gebracht.”

Lees ook het interview met Jos van Veldhoven,35 jaar lang voorzitter van de Nederlandse Bachvereniging: ‘Bach bezit de sleutel tot de innerlijke mens’

Dat laatste bewijzen Koopman en Mertens een uur later wanneer ze het gehoor in de Thomaskirche hypnotiseren met hun vertolking van Ich habe genug. Gedurende de aria ‘Schlummert ein, ihr matten Augen’ buigt zelfs het eigen Amsterdams Baroque Choir deemoedig het hoofd voor het duet tussen menselijke stem en hobo da caccia. Countertenor Maarten Engeltjes sluit de ogen en zingt stil de woorden mee. „Iedere musicus vraagt zich wel eens af of Bachs teksten voor ons nog iets betekenen”, filosofeert Mertens. „Zijn ze niet ouderwets? Ik geloof van niet. De kerk ligt voor veel mensen in het verleden, maar ook de moderne techniek en het heersende materialisme blijven het antwoord schuldig op grote bestaansvragen. Die zijn wel te vinden bij Bach.”

En vooral in de cantates blijkt in het openingsweekend van het Bachfest. Zijn ‘Herr, gehe nicht ins Gericht’ over de hebzuchtige rentmeester hield de bankiers en handelslieden van Leipzig een spiegel voor – het werk heeft nog niets aan kracht en actualiteit ingeboet. Bach levert kritiek zonder moralisme, met humor: in de zestiende noten van de violen hoor je het geld rinkelen.

Nooit uitgekeken

Deze onderdompeling van één weekend in 33 cantates – met bijpassende schriftlezingen – werpt een helder licht op het genie en mysterie van Bach. Het herinnert onderzoeker Wollny aan een reisverslag van de Duitse dichter Goethe. „Na een bezoek aan de immense Notre Dame-kathedraal in Straatsburg schreef hij: ‘Elke keer wanneer ik om haar heen loop, doe ik nieuwe ontdekkingen. Dat gebeurt eveneens bij Bach. Je kunt een leven lang rondom hem zwerven en nooit uitgekeken raken. Grote kunst laat zich niet in één blik vangen.”

Reinbert de Leeuw dirigeerde dit jaar voor het eerst de ‘Johannes-Passion’. Lees het interview met hem: ‘Ik geloof niet in God, wel in Bach’

Ook de artistiek leider van het Bachfest, Michael Maul, ondergaat de Cantate-Ring als een openbaring. Met zijn veertig jaar vormt hij de voorhoede van een nieuwe generatie onderzoekers. Op zijn 28ste ontdekte hij in een bibliotheek in Weimar – na zeventig decennia stilte – de onbekende Bach-aria Alles mit Gott. „Ik wist”, zegt hij, „dat de cantates kunnen wedijveren met de passies. Maar na deze tien concerten dringt bij mij het besef zich op dat deze stukken het hart en de ziel zijn van Bachs muziek.”

Een oude vrouw klampt hem aan. Zal de Thomascantor overleven? vraagt ze. Veel Duitse kinderen kennen zijn naam al niet meer. Maul kijkt om zich heen in de Nikolaikirche. De bezoekers spreken talen uit alle windstreken, zelfs uit landen zonder enige klassieke traditie. „Maakt u zich geen zorgen”, sust hij. „Wanneer de wereld vergaat, zal Bach het licht uitdoen.”

Het Bachfest in Leipzig duurt tot en met zondag 17 juni. Met onder meer nog alle Brandenburgse Concerten, de Hohe Messe, en de zes Cellosuites (door Pieter Wispelwey). Inl: bachfestleipzig.de
    • Joost Galema