Ze keek naar beneden en zag Sharleyne

Zaak-Sharleyne In juni 2015 viel Sharleyne (8) van de tiende verdieping van een flat in Hoogeveen. Drie jaar later is de zaak heropend, met de moeder als verdachte.

De Arend, de flat in Hoogeveen waarvan Sharleyne in juni 2015 naar beneden is gevallen. Foto Sake Elzinga

‘Mag ik nog wat vragen?” Geïrriteerd wijst verdachte Heleen J. op de microfoons om haar heen. „Waarom moet die knal-oranje hier zo pontificaal staan?”

„Dat lijkt me niet zo relevant”, zegt de rechter.

„Oh. Nou. Ik vind dat nogal respectloos. RTL Boulevard of zoiets.”

„Ik heb toestemming gegeven voor bepaalde opnames.”

De verdachte, een net geklede vrouw met lange krullen en pas gelakte nagels, maakt een aantekening op het eerste vel van haar notitieblok.

„En nu wil ik beginnen”, zegt de rechter. Het is woensdag en de meervoudige kamer van de rechtbank in Assen heeft vier dagen uitgetrokken voor de strafzaak. De voorzitter vertelt over Sharleyne, het achtjarige meisje dat in de nacht van 7 op 8 juni 2015 dood onderaan een flat in Hoogeveen werd gevonden. Het Openbaar Ministerie vermoedt dat Heleen, de 38-jarige moeder, haar dochter van tien hoog over de balustrade heeft gegooid, mogelijk na verwurging.

„Zou u iets harder willen spreken”, onderbreekt de verdachte. „Ik versta u niet zo goed.”

„Ik zal mijn best doen. Geeft u aan als u het niet…”

„Precies.”

Na haar aanhouding ontkende moeder betrokkenheid, vervolgt de rechter. Ze bleef daarna zwijgen en werd vrijgelaten wegens gebrek aan bewijs. Aanvankelijk waren er drie scenario’s: zelfmoord, een ongeluk, een misdrijf. Totdat Victor, de ex van Heleen, vader van Sharleyne, eigen deskundigen inschakelde en het gerechtshof middels een artikel 12-procedure vroeg om heropening van de zaak. Hij houdt Heleen verantwoordelijk voor de dood van hun dochter. Die heropening kwam er en uit nieuw onderzoek door het Openbaar Ministerie zou blijken dat Heleen haar dochter opzettelijk, mogelijk met voorbedachten rade, van het leven heeft beroofd.

Heleen maakt aantekeningen terwijl haar ex toekijkt, vooraan op een druk bezochte tribune, zijn armen over elkaar. Een blik naar de zaal heeft ze nog niet gewaagd. Opkijkend naar de rechter: „U begrijpt toch wel dat ik me niet serieus genomen voel? Met die belachelijke microfoons?”

„We gaan niet de discussie aan”, zegt de rechter.

„Als u mij niet serieus neemt, neem ik u ook niet serieus.”

„Ik neem u juist wél serieus”, zegt de rechter.

„U neemt mij als verdachte niet serieus, als moeder niet serieus.”

„Oké”, zegt de rechter tegen een medewerker van RTL Boulevard. „Wilt u ’m nu al weghalen of dadelijk?” De medewerker haalt ’m weg. „Dit is toch slordig?!” zegt Heleen hoofdschuddend. „Dit is een réchtszitting, geen televisieprogramma. Kom nou!”

Twee bier achter haar broeksband

Hoe reageert een moeder die zich op een nacht vooroverbuigt over de balustrade en haar kind dood ziet liggen beneden aan een flat? Het is een vraag waarop – gelukkig – weinigen een antwoord weten, maar die centraal staat in de zaak-Sharleyne.

Kan een moeder zó verbouwereerd zijn dat ze reageert zoals Heleen deed? Dat ze na de val van haar dochter eerst nog bij een buurman langsging op de tweede, zoals getuigen verklaren, en minuten later met twee bier achter haar broeksband naar haar auto liep voor sigaretten? Kan een moeder zó verbouwereerd zijn van het feit dat ze wordt verdacht, dat ze, zoals Heleen deed, weigert te verklaren? Keer op keer, bij elk politieverhoor, starend naar de punt van haar schoen? En dat ze, zoals vandaag, elke poging tot rechtspraak als een aanval voelt?

Elke dag dat Heleen langer over de val zweeg, drie jaar en zes dagen, maakte haar in de ogen van velen nog meer verdacht. Maar praten wil ze ditmaal wél. Ze neemt een slok water, haalt een pak zakdoekjes uit haar broekzak, en geeft, tot zichtbare verrassing van de rechtbank, antwoord op een groot deel van de vragen.

„Ik ben wakker geworden omdat het tochtte in huis”, vertelt Heleen over het moment dat ze merkte dat Sharleyne niet thuis was. „Haar raam stond open, ze lag niet in bed. Ik ging naar de keuken. Ook niet. Het huis rond. Ook niet. En toen naar buiten. Op de galerij was ze ook niet. En toen keek ik over de balustrade. Daar zag ik haar liggen.” Ze moet wel door het raam naar buiten zijn gestapt, denkt Heleen.

Word je met een gemeten alcoholpromillage van 2.0 nog wel wakker van de tocht, vraagt de officier van justitie. „Welke deuren stonden open? Die van uw slaapkamer naar de woonkamer?”

„Ja.”

„En die van de woonkamer naar de gang?”

„Ja.”

„En van de gang naar de slaapkamer van Sharleyne?”

„Alle deuren staan altijd open,” zegt Heleen. „Zodat de poezen naar de kattenbak kunnen.”

Geen geweld in het dossier

Heleen vertelt over de ruzie die middag met haar dochter. Sharleyne zou hebben gevraagd of ze mocht barbecueën bij een vriendinnetje in de flat. Heleen wilde dat ze thuis kwam eten, maar ze was tóch gegaan. „Ik heb haar daarop aangesproken en haar telefoon afgepakt. Ze bleef huilen want ze wilde een spelletje erop doen. Dat was het.” Ze heeft haar dochter nooit geslagen, zegt ze. De rechter knikt. „Geweld tegen Sharleyne kom ik ook niet tegen in het dossier.”

Ze had die avond stress, zegt Heleen. Ze had aanmaningen gekregen vanwege haar hypotheekschuld en jeugdzorg, onder meer bezorgd over haar drankgebruik, wilde dat ze verplicht ging meewerken aan een onderzoek. Toch had ze Sharleyne rond acht uur in bed gelegd, zegt ze. Ze had daarna in haar eentje bier en Martini gedronken en was rond middernacht naar bed gegaan.

En hoe verklaart u dan dat een buurman vlak voor de val stemmen heeft gehoord, van u en Sharleyne, vraagt de rechter. „Dat kan niet”, zegt Heleen. „Of hij moet de televisie hebben gehoord.”

Lees ook: Zes vragen over de rechtszaak tegen de moeder van Sharleyne

En dat briefje dan, vraagt de rechter, waarop stond: ‘mama ik haat je’, gevonden op de slaapkamer van Sharleyne. „Ik kan me niet herinneren dat ik dat briefje toen gelezen heb.”

Heleen kan zich vanaf het moment dat ze over de balustrade keek helemáál niets meer herinneren, zegt ze met een derde zakdoek in haar hand. „En weet je, dát is ook zo frustrerend. Mensen denken dat ik overal een antwoord op heb, maar dat héb ik niet. En dan word je weggezet als de moordenares van je eigen dochter. En elke keer die suggestieve vragen.”

Victor, haar ex, heeft het hele verhoor zijn ogen naar beneden gericht.

„Weet je, ik zit hier niet vrijwillig”, vervolgt Heleen. Wijzend naar de media: „Die mensen dáár, dat zijn allemaal ramptoeristen. Maar ik zit hier gewoon als een moeder die haar kind is verloren.”

De komende zittingsdagen zal blijken welk bewijs het Openbaar Ministerie heeft voor het tegendeel.

    • Freek Schravesande