Van sportschool naar sportschool hoppen, is dat gezond?

Fit Via Onefit kun je bij verschillende sportscholen terecht om sporten uit te proberen. Wel oppassen voor blessures. En begeleiding krijg je niet.

Illustratie Martien ter Veen

Donderdagochtend 9.15 uur. Jack van der Lee (33) komt thuis van een uurtje crossfit. Maandag was hij bij ‘hot yoga’, „brak van het weekend, lekker alles eruit zweten”. Dinsdag kickboksen. Morgen circuittraining. Gemiddeld traint hij vijf keer per week, tussendoor checkt hij nog even in bij een ‘ijscel’: „Drie minuten in je onderbroek bij -110 graden. Daarna voel je je als herboren. Je lichaam krijgt een boost en het helpt tegen de spierpijn”.

Voor al deze trainingen betaalt Van der Lee 59 euro per maand. Via een abonnement van Onefit, door sommigen ook wel de ‘Spotify onder de sportscholen’ genoemd. Met zo’n abonnement kan hij in Amsterdam bij meer dan 180 sportscholen en yogastudio’s terecht. Het netwerk van Onefit, in 2013 opgericht, groeit dan ook snel: behalve in Amsterdam doen er ook in Rotterdam (119), Den Haag (72) en Utrecht (59) steeds meer sportscholen mee. Hoeveel leden Onefit zelf heeft, willen de eigenaren niet zeggen. Oprichter Serge Brabander (46) zegt alleen: „We zijn nog niet beursgenoteerd, dus het lijkt me niet handig dat getal te noemen.” Volgens hem groeit het aantal wel.

Vorige maand haalde Onefit ruim 4 miljoen euro op bij investeerders. De oprichters willen dat geld gebruiken om ook in Duitsland (eerst Keulen en Hamburg) en andere grote Europese steden uit te breiden. Hun overtuiging: door veel verschillende activiteiten aan te bieden, blijft sporten leuk. En zolang mensen gemotiveerd zijn, blijven ze in beweging.

Klopt dat? „Plezier is inderdaad belangrijk”, zegt Hans Zwerver, hoogleraar sportgeneeskunde bij UMC Groningen. „Als mensen het sporten leuk vinden, houden ze het langer vol.”

Variatie is ook goed voor het lichaam, weet hij. Als je alleen hardloopt, train je steeds dezelfde spieren en werk je op steeds dezelfde manier aan je conditie. Wissel je af met yoga en bodypump dan is dat een goede manier om alle motorische vaardigheden – kracht, coördinatie, lenigheid, uithoudingsvermogen en snelheid – te trainen, zegt Zwerver.

Veel topsporters doen dat ook. „Dat helpt om in die ene sport nóg meer uit te blinken”, zegt Geert Savelsbergh, hoogleraar bewegingswetenschappen aan de VU in Amsterdam. „Een topvoetballer kan nóg beter worden als hij ook aan judo doet. De balansoefeningen die je bij judo leert, kan hij gebruiken in duels.” Maar, benadrukt hij, je kunt natuurlijk ook prima binnen één sport gevarieerd bewegen, en we zijn niet allemaal topsporters.

Afvallen of spieren kweken

Maandag yoga, dinsdag krachttraining, donderdag zwemmen en zaterdag bootcamp: variatie kan je dus een ‘completere’ sporter maken. Maar wat als je maar één doel hebt: afvallen? Of gespierder worden? Werkt het dan ook?

Als je een specifiek doel hebt, moet je meestal juist focus aanbrengen in je training, zegt Zwerver. Wie spiermassa wil kweken, moet vele uren in het krachthonk doorbrengen – dus aan variatie heb je dan weinig. Is afvallen het doel, dan is afwisseling wél weer een goed idee, want „voor deze mensen is sporten op lange termijn volhouden het grootste probleem”, zegt Zwerver.

Let wel: zowel voor afvallen als spiermassa opbouwen geldt dat niet alleen bewegen belangrijk is. Je voedingspatroon aanpassen is dat nét zo, zegt Tom Barten. Hij is bedenker van het Personal Body Plan, een methode waarbij een aantal experts een trainingsplan samenstelt, dat je vervolgens zelf uitvoert. Afgelopen maand verscheen zijn boek Personal Body Plan, the fat burning guide.

Om je doel te halen moet je volgens hem ook goed letten op ‘herstel’ na het sporten: ga op tijd naar bed en neem een eiwitrijke maaltijd voor het slapen gaan – ’s nachts maakt je lichaam veel eiwitten aan, dus als het dat niet zelf hoeft te doen kan het beter tot rust komen. Je ‘gedrag’ tot op zekere hoogte aanpassen, is tot slot ook belangrijk, zegt hij: plan je trainingen, en hou je aan het schema. Dat geldt ook voor sociale afspraken: bepaal van tevoren of je twee wijntjes neemt of spa rood, en hou je aan die afspraak.

Barten is, niet geheel verrassend gezien zijn eigen bedrijf, dus voorstander van een op maat gesneden trainingsplan. Want elk lichaam is anders, en wat voor de één fantastisch werkt, werkt voor een ander minder goed, zegt hij. Krachttraining is de basis van zijn trainingsplannen. Je hebt trainingsdagen en actieve hersteldagen. „Op die dagen adviseren we yoga te doen of te boksen. Dat zou dan wel kunnen met dit abonnement.”

Wat hem met name tegenstaat van Onefit is dat er geen inhoudelijke begeleiding is. „Ze zijn een marketingplatform dat klanten aanbrengt bij verschillende sportscholen. De vraag is of Onefit wel wil dat mensen veel gaan sporten, want per keer dat iemand gaat, moeten ze een fee afdragen.”

Je mag bij Onefit maximaal vier keer per maand naar dezelfde sportclub. Dat heeft het bedrijf zo afgesproken met alle aangesloten sportscholen. Anders is het niet rendabel voor de sportclubs; ze krijgen van Onefit een bedrag per keer dat iemand komt trainen en die vergoeding is lager dan wat ze aan eigen leden verdienen. Voor sportscholen is Onefit vooral handig om groepslessen op te vullen, als er tien eigen leden komen spinnen en er is plek voor vijftien. Maar een hele les opvullen met ‘Onefitters’ is voor sportscholen niet prettig omdat ze aan hen dus minder verdienen dan aan eigen leden.

In die aanpak schuilen wel risico’s voor de sporters. Ten opzichte van de groep waarbij ze zich aansluiten zijn ze vaak veel minder ervaren – omdat ze maar maximaal vier lessen volgen, zegt hoogleraar Zwerver. „Dan kan je veel fout doen en liggen blessures op de loer.” Het is aan de trainer om daarop te letten, maar in grote groepen lukt het niet altijd om iedereen goed in de gaten te houden. Dat kan trouwens ook gebeuren als je lid bent van één sportclub.

Sportschool hoppen

Onefitters hoppen dus van de ene sportstudio naar de andere. Deskundigen vragen zich af: wie bewaakt de grote lijn, doen de sporters dat zelf? En houdt Onefit bij wie geblesseerd raakt en welke trainingen ze hebben gevolgd? „Informatie over reden van uitval en blessures hebben we niet”, zegt oprichter Brabander.

Wat de gesproken leden het meest aantrekt aan de formule: nieuwe sporten ontdekken. De app van Onefit doet suggesties voor lessen bij klanten in de buurt. Zo hing Montse van Brakel (43) uit Rotterdam op een dag aan een paaldanspaal bij een studio bij haar om de hoek. „Normaal zou ik hier niet zo snel naar binnen zijn gelopen.” Ze is vastgoedjurist en sport vijf keer per week met Onefit. Geen duidelijk trainingsdoel, „gewoon om fit te blijven”.

Ze vindt het prettig dat ze naast de meer standaard groepslessen op sportscholen allerlei verschillende activiteiten kan doen. Dans, ballet en yoga zitten elke week in haar programma, daarnaast probeert ze van alles uit. „Het paaldansen was heel zwaar.” Hoelahoepen heeft ze ook geprobeerd. En aerial yoga: met doeken die aan het plafond hangen werk je aan kracht en balans.

Voor sommige lessen schrijft ze zich een week van tevoren al in. Soms kijkt ze in de app waar vriendinnen de volgende avond heengaan en sluit ze aan. Een nadeel is dat lessen een maximaal aantal plaatsen hebben voor Onefitters. „Als je dat vervelend vindt, past dit niet bij jou. Dan kan je beter een abonnement bij één sportschool nemen.”