Recensie

Sneue huzaren doen zich voor als begaafde acteurs

Acteurs Flip Filz en Bram Coopmans koesteren als ongeziene helden grootse dromen in ‘Huzarenstuk’.

Huzarenstuk door Bellevue Lunchtheater ism Het Nationale Toneel. Foto Ben van Duin

Ze heten ook wel ‘achtergrondacteurs’, de figuranten die in historische films of kostuumdrama’s slechts één opdracht hebben: niet opvallen in de nabijheid van beroemde acteurs. Dus er zijn en tegelijk er niet zijn.

Aan dit drama van de ongeziene held wijdt acteur Flip Filz een intrigerende korte toneeltekst, Huzarenstuk. Filz zelf en Bram Coopmans zijn gekleed in zwarte huzarenkostuum met koorden, muts, versierselen. Ze staan op de filmset van een oorlogsdrama en verdoen hun tijd met wachten. Vervuld van onzekerheid proberen de beide sneue huzaren zich als begaafde acteurs voor te doen. Ze hebben zich ingeschreven bij een castingbureau maar het woord ‘figurant’ is een verboden woord. Ze beschouwen hun roemloze acteerwerk als ‘bestaansrecht’, een prachtig woord waar het allemaal om draait.

De droogkomische acteerstijl van Filz vormt een mooi contrast met Coopmans die aan zijn huzaar een grote ernst en zelfs beladenheid geeft. Bij Coopmans proef je de ingehouden woede van de figurant, Filz mist dat pathos.

Eigenlijk gaat de voorstelling over veel meer dan het figurantendom. Dat blijkt uit een scherp detail: Coopmans leest de krant, maar houdt de pagina’s op de kop. Als Filz hem daarop wijst, volhardt hij in het op-de-kop lezen. Is het spel of ernst? De oorlog is ver weg, af en toe knalt een onzichtbaar kanon. Huzarenstuk roept een melancholieke sfeer op. De acteurs koesteren grootse dromen maar ze zijn veroordeeld zijn tot het niemandsland achter de coulissen. „Ik wil niet degene zijn die een mooi shot verpest”, aldus Coopmans.

Hiermee is het lot van de figurant gegeven. Verpesten is nog tot daaraantoe, erger is weggepoetst worden in de montage. Dan heeft de figurant voor niets gefigureerd. Hierdoor is Huzarenstuk ook een bijna filosofische dialoog over idealen in een illusieloze wereld.

    • Kester Freriks