Ook Kim weet: mensenrechten geen prioriteit voor Trump

Diplomatie

Door Kim en andere autocraten te prijzen verdwijnen mensenrechten uit beeld. „Autoritaire leiders voelen zich sinds Trumps aantreden vrij hun gang te gaan.”

Foto Saul Loeb / AFP Photo

Al sprak hij hem slechts veertig minuten één op één, toch had president Trump de Noord-Koreaanse leider best goed leren kennen. Op de persconferentie die hij na de top in Singapore gaf, zei Trump dat hij Kim Jong-un vertrouwde. Hij vond hem „zeer talentvol” en „een geweldige onderhandelaar”.

Gevraagd naar de mensenrechtenschendingen die de Kim-dynastie op het geweten heeft en die tot de ernstigste en meest structurele ter wereld behoren, typeerde Trump de situatie in het totalitaire Noord-Korea als „ruig”. Maar, relativeerde hij: „Het is op een heleboel plekken ruig.” De naar schatting honderdduizend Noord-Koreanen in gevangenkampen, zei Trump ook nog, behoren tot „de grote winnaars” van de top. „Ik denk dat ik ze heb geholpen.”

Op de persconferentie naderhand werden over mensenrechten veel vragen gesteld. Maar tijdens de top waren deze door Trump en de Amerikanen niet ter sprake gebracht. Evenmin kwam de term voor in de gezamelijke verklaring van de twee leiders.

Daarmee heeft Trump een grote kans laten liggen, zegt Sarah Margon, directeur van het kantoor van Human Rights Watch in Washington, aan de telefoon. „Het regime heeft zijn nucleaire arsenaal mede kunnen opbouwen door dwangarbeid en door deviezen afkomstig van dwangarbeid overzee. Het heeft dat kunnen doen door zijn volstrekte geslotenheid en volstrekte repressie van zijn bevolking. Trump had in Singapore een opening kunnen creëren door Kim duidelijk te maken dat mensenrechten hoe dan ook op tafel moeten komen. Het is zeer teleurstellend dat hij dit heeft nagelaten.”

Rijtje autoritaire leiders

Kim is bepaald niet de eerste autocraat die door Trump is geprezen. Een heel rijtje autoritaire leiders mocht al zijn prijzende woorden ontvangen. Van de Russische president Poetin tot het Saoedische koningshuis, van de Turkse president Erdogan via Sisi van Egypte tot Duterte in de Filippijnen: Trump had lovende woorden voor hun leiderschap en karakter. Soms prees hij zelfs openlijk hun mensenrechtenschendingen. De nietsontziende manier waarop Duterte drugshandel en -gebruik in zijn land bestrijdt – met volgens sommige schattingen al meer dan 12.000 doden tot gevolg – noemde Trump bijvoorbeeld „geweldig werk”. Berucht was ook het moment dat interviewer Bill O’Reilly Trump voorhield dat Poetin „een moordenaar” is. Trump verdedigde Poetin ten koste van zijn eigen land toen hij zei: „Er zijn een hoop moordenaars. Wij hebben een hoop moordenaars. Of denk je soms dat ons land zo onschuldig is?”

Trumps bewonderende woorden voor autocraten gaan soms dwars tegen het advies van zijn staf in. Dat zendt, samen met Trumps amicale gedrag als hij in hun gezelschap is, een niet mis te verstane boodschap uit, zegt Margon. „Autoritaire leiders voelen zich sinds Trumps aantreden vrij om hun gang te gaan. In landen als Bahrein en Egypte is al heel goed begrepen dat de VS het niet meer veroordelen als maatschappelijke organisaties de mond wordt gesnoerd, of als ordediensten hard optreden. Nu is voor Pyongyang ook duidelijk dat mensenrechten voor Trump geen prioriteit zijn.”

Beledigingen voor Canada

Trumps breed uitgemeten lof en opgestoken duim voor Kim volgden dinsdag pal op zijn beledigingen aan het adres van de Canadese premier Justin Trudeau. Canada is een langjarige bondgenoot van de VS. Maar Trudeau werd na de G7-top in Quebec door Trump op Twitter „zwak” en „gemeen” genoemd toen hij op een persconferentie zei dat Canada zich wat handelstarieven betreft niet zou laten koeioneren.

Trump weigerde hierop de slotverklaring van de G7 nog te tekenen en sneerde op Twitter dat Trudeau op de top zelf nog zo „zachtmoedig” en „mild” was. De uitingen markeren volgens Margon „een enorm contrast, dat duidelijk maakt dat voor deze regering buitenlandpolitiek alleen draait om transactie, en niet langer om waarden”.

Margon erkent dat ook eerdere Amerikaanse presidenten zaken deden met despoten, en dat er vrijwel altijd een politieke kant zit aan het al dan niet ter sprake brengen van mensenrechten. Maar Trump en de hardliners in zijn regering, zoals minister van Buitenlandse zaken Mike Pompeo en Nationale Veiligheidsadviseur John Bolton, zien weinig in de soft power waarmee de VS decennia lang hebben geprobeerd mensenrechtenschenders in te tomen. Dat bleek onder meer toen Trump bij zijn bezoek aan Saoedi-Arabië zei: „Wij zijn hier niet om mensen de les te lezen, of om ze te vertellen hoe ze moeten leven. […] In plaats daarvan zijn we hier om ons partnerschap aan te bieden, gebaseerd op gezamenlijke belangen en waarden.”

Lees ook: Trump beloont autocraten, verzwakt zijn bondgenoten

Enorme onverschilligheid

Deze „Amerikaanse terugtrekking uit de mensenrechten” noemde Margon in het tijdschrift Foreign Affairs eerder „de grootste bedreiging voor de mensenrechten in decennia”.

„De regering-Trump redeneert puur vanuit Amerikaanse veiligheid en Amerikaanse belangen”, zegt ze aan de telefoon. Ze brengt in herinnering hoe Trump tijdens zijn State of the Union in januari, op het hoogtepunt van de spanningen met Noord-Korea, in het Congres Kims heerschappij veroordeelde: „Geen regime heeft zijn eigen burgers erger en gruwelijker onderdrukt dan de wrede dictatuur in Noord-Korea”, zei Trump toen.

Margon: „De veroordeling toen en alle mooie woorden van vandaag – ze laten zien dat mensenrechten voor de regering Trump op zijn hoogst instrumenteel zijn; een middel zijn voor het bereiken van een breder doel. Er is verder geen visie op, geen strategie voor het uitdragen ervan. Het geeft blijk van een enorme onverschilligheid voor het lot van de mensen in Noord-Korea, die verstoken zijn van de fundamenteelste rechten. Ronduit wreed, om eerlijk te zijn.”

    • Maartje Somers