Onderhandelingen over klimaatakkoord verlopen stroef: niemand wil als eerste springen

Klimaatonderhandelingen

Overheid, bedrijfsleven en belangengroepen praten al weken over klimaatbeleid tot 2030. Wordt het een akkoord of discussiestuk?

Met name op het gebied van industrie liggen de standpunten nog ver uiteen. ANP

Het streven om al vóór de zomer met een concreet klimaatakkoord op hoofdlijnen te komen, lijkt te ambitieus.

Aan vijf thematische ‘tafels’ onderhandelen overheid, bedrijfsleven en andere belangengroepen dit voorjaar achter gesloten deuren over een klimaatakkoord met beleid tot 2030. Met name aan de onderhandelingstafel voor de industrie, met de bedrijven die het meest CO2 uitstoten, liggen de standpunten nog ver uiteen, vertellen betrokkenen.

Aanvankelijk was het plan om voor het zomerreces een ‘hoofdlijnenakkoord’ te presenteren, maar inmiddels is dat ‘hoofdlijnen van een akkoord’ geworden. Een betrokkene vergelijkt de huidige situatie met een groep jongens aan de rand van het zwembad. Iedereen wil wel springen, maar niet als eerste of enige.

Vóór het begin van het zomerreces van de Tweede Kamer wil verantwoordelijk minister Eric Wiebes (Economische Zaken en Klimaat, VVD) aan het parlement een tussenstand presenteren. Sommige deelnemers vrezen dat het een vrijblijvend ‘kaderscheppend stuk’ wordt.

Als concrete plannen uitblijven, heeft het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) deze zomer niets om door te rekenen. In de tweede helft van het jaar moeten de plannen worden uitgewerkt, zodat er eind 2018 een klimaatakkoord ligt dat de uitstoot van broeikasgassen in 2030 halveert. Dit past bij het VN-klimaatakkoord van Parijs, waarbij het streven is de mondiale opwarming tot ruim onder 2 graden te beperken.

Er zijn tafels voor industrie, elektriciteit, gebouwde omgeving, landbouw en mobiliteit, en een overkoepelende tafel onder voorzitterschap van oud-milieuminister Ed Nijpels.

Complimentjes

Dinsdag stuurde minister Wiebes een brief naar de Tweede Kamer over de voortgang van de tafelgesprekken. Hij besprak de inhoud in algemene termen en deelde complimentjes uit. Er wordt „constructief” gewerkt (gebouwde omgeving, mobiliteit), de partijen zijn „ambitieus en gemotiveerd” (landbouw) en er is „veel overeenstemming” (elektriciteit).

De industrietafel was de enige die geen pluim kreeg. Er wordt gewerkt aan „een gedeelde langetermijnvisie voor de transitie van de industrie in 2050”, schrijft de minister.

Dat de problemen met name bij de industrie liggen, komt niet als een verrassing. Het is de enige tafel waar individuele bedrijven onderhandelen. Zij willen zich met hun duurzame plannen niet al te zeer in de kaarten laten kijken. Er is zelfs een subtafel van de twaalf grootste uitstoters, zoals Tata Steel, Shell, ExxonMobil en Akzo Nobel. Zij zorgen samen voor 75 procent van de CO2-uitstoot van de industrie, of ongeveer 20 procent van de hele Nederlandse uitstoot.

Daar komt bij dat die bedrijven bang zijn door Nederlandse milieumaatregelen internationaal gezien op achterstand komen. Vooral de oliebedrijven in Rotterdam werken slechts voor een klein deel voor de Nederlandse markt. Aan de andere kant, stellen betrokkenen, werken ook andere landen aan maatregelen om ‘Parijs’ te halen.

Lees ook: Nederlandse staat wil vonnis over klimaatbeleid 2020 van tafel

De totale benodigde besparing voor Nederland is bijna 49 miljoen ton CO2 in 2030. De industrietafel en de elektriciteitstafel nemen het leeuwendeel op zich: 14 miljoen ton voor de industrie en 20 miljoen ton voor de stroomproducenten.

Aan de elektriciteitstafel wordt al deze week een concreet voorstel besproken voor vergroening, maar zij weten dan nog niet hoeveel elektriciteit de industrie straks nodig heeft. Die stroomvraag kan sterk toenemen, als fabrieken bijvoorbeeld massaal overstappen op elektrische ketels voor hete stoom.

De elektriciteitstafel zal ook moeten buigen over de CO2-minimumprijs voor centrales – of over een alternatief, nu er discussie is ontstaan. Alleen de sluiting van kolencentrales is geen onderwerp voor de tafel: dat valt onder een afzonderlijk wetsvoorstel.

Lees ook: Invoering CO2-prijs centrales onzeker

Personenauto’s

De tafel ‘mobiliteit’ moet na elektriciteit en industrie voor de grootste CO2-besparing zorgen: 7 miljoen ton. Er ligt inmiddels een dik rapport, maar dat is volgens ingewijden vooral een inventarisatie, geen akkoord.

Een belangrijk gesprekspunt aan die tafel is de fiscale aanpak van personenauto’s. Iedereen is het er over eens dat elektrisch rijden minimaal belast moet worden. Maar met de stijgende populariteit van ‘elektrisch’ stijgt de rekening voor ‘fossiel’ rijden, als de staatsinkomsten gelijk moeten blijven. Die hogere rekening kan niet iedereen waarderen. Daar komt nog bij dat rekeningrijden politiek moeilijk ligt. De kans is groot dat de grootste regeringspartij VVD zich tegen invoering zal verzetten.

Bij landbouw ligt de lat voor 2030 niet zo hoog, met een besparing ter grootte van 2 miljoen ton CO2. De inzet van landbouw was al bij het formuleren van de doelstellingen een politiek strijdpunt.

Het PBL rekende eerder voor dat er ook 4 miljoen ton kon worden bespaard door herbebossing en verhoging van de waterstand. Dat leidde tot verzet bij het landbouwministerie, omdat hierdoor het landbouwareaal kleiner wordt. Over de huidige beperkte besparing zei tafelvoorzitter Pieter van Geel (oud-staatssecretaris van milieu, CDA) in de Volkskrant deze week: „Dat zal wel lukken”. Pas na 2030 zou inkrimping van de veestapel aan de orde zijn.

Ook bij de tafel ‘gebouwde omgeving’ is de opdracht getalsmatig niet groot (3,4 miljoen ton reductie). Maar daar is de complexiteit groot. Bijvoorbeeld bij het aardgasvrij maken van huizen. Een concreet stappenplan ligt er al, maar aan doorzettingsmacht – een wet die regelt dat de gaskraan definitief dicht gaat – ontbreekt het nog.

Dat ontbreken van wetgeving kan ervoor zorgen dat het PBL deze zomer inschat dat het tempo om Nederland aardgasvrij te maken, veel minder snel gaat dan gehoopt. Om de reductie wel te kunnen halen zouden in elf jaar twee miljoen huizen afstand moeten doen van hun cv-ketel en gasfornuis.

    • Hester van Santen
    • Erik van der Walle