‘Mali is er slechter aan toe dan toen jullie kwamen’

Het ging nog nooit zo slecht met de veiligheid van Mali als nu. Dagelijks aanslagen, honderden scholen dicht, een etnische oorlog dreigt. Toch stopt Nederland met de VN-missie.

Premier Mark Rutte in gesprek met Nederlandse militairen tijdens zijn bezoek vorig jaar aan Kamp Castor bij Gao. Foto Michele Cattani/AFP

Toen premier Mark Rutte afgelopen november de laatste 250 Nederlandse militairen in Mali bezocht op hun legerbasis in Gao koos hij zijn woorden zorgvuldig om het belang van die missie te beschrijven. „Er ligt een ring van instabiliteit rondom Europa. Daarom zijn jullie hier”, sprak hij, mouwen opgestroopt, spijkerbroek. „We weten dat er veel vluchtelingen vanuit hier naar Europa komen. Wat we natuurlijk niet willen is dat er tussen die vluchtelingen ook terroristen mee naar Europa komen.” Er ontbrak maar een ding in zijn verhaal: de zorgen van Mali zelf.

De aankondiging van het einde van de Nederlandse bijdrage aan de VN-missie in Mali (MINUSMA) aan het eind van dit jaar komt op een moment dat de regering in de hoofdstad Bamako zelf de controle over eigen land volledig is kwijtgeraakt. Vrijwel dagelijks zijn er aanslagen. Die worden steeds beter voorbereid, zoals de aanslag in april op de VN-basis in Timboektoe toen jihadisten zich hadden vermomd als VN-militairen en liefst vier bomauto’s op de poorten van het VN-kamp afstuurden.

Lees ook: Nederlandse krijgsmacht kan missies niet aan

Zeker 500 scholen in het centrum van Mali hebben moeten sluiten onder druk van een veelvoud aan jihadistische groeperingen die nu actief zijn in Mali. Honderdduizenden kinderen gaan niet meer naar school. Het lokale filiaal van Islamitische Staat stookt in een etnisch conflict tussen Toeareg nomaden en Fulani herders in het grensgebied met Niger en Mali, ten zuiden van het gebied waar de Nederlanders de afgelopen vier jaar opereerden. Tientallen dorpelingen werden in afgelopen maanden vermoord. „Een slechter moment is niet denkbaar. De Nederlanders laten een groot gat achter”, zegt Khassim Traoré, hoofdredacteur van de krant Le Reporter. Hij bezocht de Nederlandse troepen op hun Kamp Castor in de oostelijke stad Gao. Mali houdt op 29 juli presidentsverkiezingen maar de situatie is zo onveilig dat president Ibrahim Boubacar Keïta, de premier en de ministersploeg grote delen van het land in hun campagne moeten overslaan.

„Er zijn nu 59 gemeenten in Mali waar de burgemeesters en dorpshoofden zijn gevlucht. Iedereen die zich buiten steden als Gao waagt wordt onmiddellijk beroofd of ontvoerd. Zonder militaire escorte kun je niet meer naar buiten. De staat is compleet afwezig. Het gaat nu nog slechter met Mali dan toen de Nederlanders vier jaar geleden kwamen”, zegt Traoré aan de telefoon vanuit Bamako.

Inlichtingen verzamelen

Het afbouwen van de Nederlandse aanwezigheid was al in gang gezet. Het bezoek van premier Rutte vorig jaar markeerde de overdracht van het beheer van Kamp Castor in Gao aan de Duitsers. De Nederlanders hadden zich al teruggetrokken uit Kidal, de stad waar in 2012 de opstand begon van Toeareg-seperatisten die een alliantie met jihadistische groeperingen sloten en een aantal noordelijke steden veroverden, waaronder Gao. Nederland was onderdeel van de 13.000 soldaten tellende VN-macht in Mali en stond in contact met het Franse leger, dat begin 2013 de jihadisten terugdreef. Het aantal van 450 militairen die Nederland in 2014 naar Mali stuurde, is vier jaar later bijna gehalveerd.

Nederland hield zich vooral bezig met het verzamelen van inlichtingen, die werden gedeeld met de VN en de Franse operatie Barkhane. Naast de militairen waren er ook 25 politiefunctionarissen en civiele deskundigen die de Malinese politie trainden. Maar de militarisering van de oplossingen voor Mali hebben in de afgelopen vier jaar weinig gedaan aan de onvrede onder de lokale bevolking over hun afwezige staat.

Nederlanders meer vertrouwd

Integendeel, waarschuwt de International Crisis Group in zijn laatste rapport over Mali. „Radicale groeperingen winnen aan terrein”, schrijven de onderzoekers. „Ze bieden niet alleen bescherming en wapens maar beantwoorden ook aan de roep om gerechtigheid, zekerheid en moreel gezag. Centraal Mali is vruchtbare grond. Ze verjagen de staat en zijn vertegenwoordigers en ruilen ze langzaam in voor hun eigen mensen.” De geschiedschrijver van Timboektoe, Salim Ould Elhadje, verzuchtte eerder aan deze krant dat hij weer terug verlangt naar de sharia onder de jihadistische bezetting van zijn stad in 2012. „Toen was er tenminste orde in mijn stad.”

Dus wat heeft de Nederlandse aanwezigheid Mali opgeleverd?

„De Nederlanders hebben ons hoop gegeven”, zegt professor Filosofie Issa N’Diaye van de Universiteit Bamako. „De Malinezen vertrouwden hen meer dan de troepen van oud-kolonisator Frankrijk. Maar het breed gedragen gevoel in Mali is dat de veiligheidssituatie veel slechter is dan voor uw komst. We hebben het gevoel dat juist de aanwezigheid van buitenlandse troepen jihadisten uit Irak en Syrië naar ons land trekt. Laten we hopen dat met uw vertrek er ook minder reden is voor de jihadisten om te komen.”

    • Bram Vermeulen