FNV: het lukt niet om voldoende loonsverhoging af te dwingen

De vakbond zet bij cao-onderhandelingen in op 3,5 procent loonsverhoging. Het resultaat komt vooralsnog uit op 2,4 procent gemiddeld.

De FNV vroeg 3,5 procent loonstijging, maar gemiddeld stegen de lonen met 2,4 procent ANP

Vakbond FNV heeft grote moeite loonsverhogingen af te dwingen in collectieve arbeidsovereenkomsten (cao’s), ondanks de personeelstekorten in steeds meer sectoren. Dat zei FNV-bestuurslid Zakaria Boufangacha woensdag tijdens een presentatie over de 105 cao’s die de grootste vakbond sinds 1 december heeft afgesloten.

Hoewel de vakbond bij al die onderhandelingen 3,5 procent loonstijging eiste, kwam de afgesproken jaarlijkse loonstijging uit op gemiddeld 2,4 procent. Dat is 0,7 procentpunt hoger dan een jaar geleden.

Economische instituten zoals het Centraal Planbureau en De Nederlandsche Bank zeggen al langer dat de loonstijging achterblijft bij de stijgende winsten. Werkenden krijgen een steeds kleiner deel van het geld dat verdiend wordt. Die trend is ook zichtbaar in andere westerse landen.

Nu de winsten weer groeien, hebben werkgevers een ander argument om de loongroei laag te houden, zegt de FNV: de concurrentiepositie. Boufangacha: „In bijna ieder cao-traject zegt de werkgever: ik moet mijn kosten laag houden.”

„Het is vechten tegen de bierkaai”, volgens Boufangacha. „Het sombere is dat we allemaal met elkaar van mening zijn dat die lonen omhoog moeten. Maar het lijkt alsof wij ons daar als enige voor moeten inzetten.”

Werkgeversvereniging AWVN, die eenzelfde loonstijging ziet, was daar vrijdag in een persbericht wel positief over: „Het CBS rapporteerde eerder deze week een inflatie van 1,7 procent in mei. Dat betekent een positieve koopkrachtontwikkeling voor werknemers.”

Lees ook: Hoe Jumbo de vakbonden buitenspel zette
    • Christiaan Pelgrim