FC Twente moet fiscus 4,4 miljoen betalen

De voetbalclub uit Enschede droeg te weinig loon- en omzetbelasting af in de periode 2011-2015.

De Grolsch Veste, het stadion van FC Twente. Foto ANP

FC Twente heeft met de Belastingdienst overeenstemming bereikt over een naheffing van 4,4 miljoen euro. Dat meldt de voetbalclub uit Enschede op zijn website. De Tukkers moeten dat bedrag betalen omdat ze te weinig loon- en omzetbelasting hebben afgedragen tussen 2011 en 2015. De fiscus had Twente eerder al een boete van 250.000 euro opgelegd.

2,9 miljoen euro van de naheffing heeft te maken met de transfer van de Servische oud-speler Dusan Tadic, het overige deel mogelijk met het contract van de inmiddels gepensioneerde Orlando Engelaar en de transfer van voormalig speler Jesús Corona in 2015.

FC Twente hield al rekening met een naheffing en nam daarom in de laatste jaarrekening een voorziening van 5,9 miljoen euro op. Dit betekent echter niet dat dit bedrag zomaar voor handen is, laten de Enschedeërs weten op hun website. De club degradeerde dit jaar uit de eredivisie en zit al tijden in financiële problemen. De naheffing raakt de club dan ook “hard”, aldus het statement. Algemeen directeur Erik Velderman zegt dat Twente gaat inventariseren hoe de claim gefinancierd kan worden.

Lees ook: De fatale flirt van FC Twente

Belastingontduiking

In maart publiceerde de beroepscommissie van de KNVB een vonnis waaruit bleek dat de Belastingdienst bewijs had dat oud-Twente-bestuurders Tadic via zijn zaakwaarnemer een vetrekbonus van 1,8 miljoen euro zwart wilden uitbetalen. Via facturen voor scoutingswerkzaamheden betaalde de club de speler uiteindelijk ruim 700.000 euro.

“De belastingclaim heeft lange tijd als een donkere wolk boven het stadion gehangen”, reageert Velderman op de naheffing. “Het is goed dat we nu weten waar we aan toe zijn. Voor iedereen in en rondom FC Twente is het in ieder geval belangrijk dat er ‘een hek omheen staat’ en dat we het verleden echt achter ons kunnen gaan laten. Al onze energie hebben we nodig voor de toekomst en dit is daarin een uiterst belangrijke stap.”

    • Kasper van Laarhoven