Een jaar lang pielen en dan naar Boijmans Van Beuningen

Design Experimenteren heeft ontwerper Bertjan Pot veel gebracht. In Museum Boijmans Van Beuningen toont hij het resultaat van zijn onderzoeksjaar: lampen gemaakt van cakeblikken, geodriehoeken en plastic tasjes.

Experimentele lamp van Bertjan Pot. Foto Walter Herfst

Het recept voor een hedendaagse staande lamp: men neme een cakeblik, een paar bamboestokken, plastic hockeyballen, een aquariumslang, een plantensteun en een ledstrip. Verbind de onderdelen met kabelbinders en een lijmpistool. Stekker in het stopcontact, en daar zij licht.

Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam nodigde ontwerper Bertjan Pot (1975) uit om een tentoonstelling te maken. Een retrospectief wilde hij niet, zegt Pot in zijn studio, een voormalig gymnastieklokaal in het centrum van Rotterdam.

Ter verduidelijking wijst Pot naar een hoge stellingkast met honderd genummerde kartonnen dozen. Voor een overzichtstentoonstelling had hij al die archiefdozen moeten uitpakken, verzucht hij. „En wat krijg je dan? Een expositie met winkelproducten.”

Liever maakte hij iets nieuws. Een jaar geleden veegde Pot daarom zijn agenda schoon. Zo verkreeg hij de tijd voor een ideeën-tentoonstelling. In drie zalen van Boijmans presenteert de ontwerper deze zomer vele tientallen handgemaakte en experimentele nieuwe producten.

Hot glue heet de expositie. De proeven en probeersels zijn snel gemaakt. De warme lijm uit zijn lijmpistool is letterlijk het verbindende element in zijn presentatie, zegt Pot met een lach.

Onbekommerd

Zonder verwachtingen, onbekommerd materialen en technieken uitproberen, het is een ontwerpmethode die hem zijn grootste successen heeft gebracht, zegt Pot. Neem de Random Light (1999), een grote, bolvormige lamp waar je dwars doorheen kijkt. Die wereldwijde bestseller ontstond uit een materiaalexperiment, toen Pot na zijn eindexamen aan de Design Academy Eindhoven in hars gedrenkte draden van glasvezel willekeurig rond een grote ballon wikkelde.

In Boijmans heeft hij een zaal gevuld met lampen en lampjes, vervaardigd van materialen gevonden bij Ikea, Xenos en Action: touw, plastic lepeltjes, plastic tasjes, schelpen enzovoorts. In een andere zaal hangen textiele maskers, voortgekomen uit een experiment om tapijten te maken door gekleurde stukken koord aan elkaar te stikken. Ook staan er begeerlijke chaises longues: lelijke ‘bedchairs’ voor karpervissers, die Pot bekleedde met weefsels van gekleurde veters, banden en stroken stof.

Experimentele lampen van Bertjan Pot Bertjan Pot in een door hem ontworpen masker
Foto’s Walter Herfst Foto Studio Bertjan Pot
Foto’s Walter Herfst

Door zijn ‘onderzoeksjaar’ kon hij zich eindelijk ook eens verdiepen in triaxiaal weven, zegt Pot. Deze vlechttechniek met drie in plaats van twee draden leidt tot zeer stevige resultaten. Indonesiërs vlechten zo visfuiken en kippenmanden. Pot: „Bij Ikea zie je wel rechte mandjes in deze techniek. Maar je kunt er ook prachtige, vrije vormen mee maken.”

Op zijn expositie staan grillig gevormde manden, die volgens Pot als architectonische modellen zijn te beschouwen. Hij heeft nog geen idee waartoe de vlecht-experimenten zullen leiden. Maar dat het een techniek met potentie is, staat voor hem vast. „Je zou tuinhuisjes, sportschoenen of helmen kunnen weven.”

Industriële vertaling

Bertjan Pot is ervan overtuigd dat sommige van zijn experimentele lampen zich lenen voor een industriële vertaling. Als serieproduct zullen de ontwerpen niet meer snel met tiewraps en hete lijm geassembleerd worden. Maar iets van de ambachtelijke uitstraling van zijn handgemaakte lampen moet wel overeind blijven, vindt Pot.

Hij wijst op een lamp waarvan het helgele snoer met een streep blauwe lijm op een baksteen is bevestigd. „Die blauwe lijm ontlokt goede reacties. Het geeft vermoedelijk een vrij gevoel. Hoe vertaal je dat in een industrieel product? Daar denk ik over na.”

Even later blijft Pot staan bij een tafellamp met een gevlochten rotan voet, waarop een cirkel van lampjes is gemonteerd. De rotan voet is een plantenstandaard die recent door Ikea in het assortiment is opgenomen. Pot: „Zo’n standaard herkennen we meteen als iets wat met de hand is gemaakt. Nu mensen vaak geen idee hebben hoe dingen geproduceerd zijn, wordt ambachtelijkheid weer als rijkdom ervaren. Om die reden worden zoveel spijkerbroeken met gaten verkocht. Dat is het verlangen naar producten met een verhaal of een geschiedenis.”

De kracht van zijn plantenstandaardlamp is ook, zegt Pot, dat je onmiddellijk voelt dat die lampvoet eerst iets anders was. „Dat is een soort rijkdom.”

Andere lampen op zijn tentoonstelling hebben kappen van flexibele pijp voor een wasdroger, een kunststof puinzak of zijn gemaakt van zestig ingenieus met elkaar verbonden geodriehoeken die rusten op een omgekeerde maatbeker.

Die plastic geodriehoeken, dat bleek nog een dingetje. De driehoeken van Action bleken te veel weekmaker te bevatten, dat lijmde niet prettig. Met de geodriehoeken van Hema lukte het beter.

Dat de grondstoffen van zijn ontwerpen goedkoop of lelijk zijn, en dat zijn ontwerpen constructief vaak een zekere onbeholpenheid uitstralen, dat deert niet. Het enige wat telt, zegt Pot, „is of het eindproduct in kwaliteit de optelsom van de individuele materialen overstijgt”.

De voorbereiding op de tentoonstelling heeft hem meer opgeleverd dan een serie beloftevolle ideeën, zegt Pot. Als hij in opdracht werkt, moet hij veel vergaderen, werktekeningen maken enzovoorts. „Nu heb ik een heel jaar door kunnen pielen. Toen ik echt op gang kwam en merkte hoe productief ik was, dacht ik: ‘Zo zou ik vaker moeten werken.’ Dat is de les voor mezelf.”

De tentoonstelling Hot Glue - Bertjan Pot is t/m 30 september te zien in Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam.
    • Arjen Ribbens