‘Befaamd urinoir is van Von Freytag’

Kunsthistorie

Het wereldberoemde kunstwerk Fountain, een urinoir, is van Elsa von Freytag en niet van Marcel Duchamp, stellen experts.

Elsa von Freytag-Loringhoven, Dada-kunstenares, vriendin van Duchamp, hier als model in New Yorkse kunstacademie. Foto Bettmann/Getty Images

Fountain, het beroemde urinoir van Marcel Duchamp uit 1917, is niet door de Franse kunstenaar bedacht. Het moet worden toegeschreven aan de Duitse Dada-kunstenares barones Elsa von Freytag-Loringhoven.

Dat stellen vier prominente, internationale wetenschappers en kunstcritici in het artikel ‘Het urinoir is niet van Duchamp’, dat vrijdag verschijnt in het Nederlandse kunstmagazine See All This.

De theorie dat een vrouwelijke kunstenaar en niet Duchamp schuilgaat achter de naam R. Mutt, waarmee de pispot gesigneerd is, zingt al langer rond in de kunstwereld. Dat komt door Duchamp zelf. Want in 1982 is een brief van Duchamp ontdekt uit 1917, het jaar dat het urinoir ten tonele verscheen, waarin hij schrijft over een tentoonstelling in New York: „Een van mijn vriendinnen heeft onder een mannelijk pseudoniem, Richard Mutt, een porseleinen pissoir als sculptuur ingezonden.”

Sindsdien zijn wetenschappers op zoek naar de ware maker van Fountain. In 2002 stelde literatuurwetenschapper Irene Gammel in een biografie over Dada-kunstenares Elsa von Freytag-Loringhoven (1874-1927) dat zij de vriendin van Duchamp was die het urinoir inzond.

In 2004 werd Fountain in de Britse pers uitgeroepen tot „het meest invloedrijke moderne kunstwerk ooit”. Het originele urinoir is waarschijnlijk al in 1917 verloren gegaan en alleen bekend van foto’s. Door Duchamp geautoriseerde replica’s van het kunstwerk bevinden zich in de grootste musea ter wereld, waaronder Centre Pompidou in Parijs, Tate Modern in Londen en het San Francisco MoMA. Maar tot op heden zijn de naambordjes in die musea niet gewijzigd.

Vorig jaar dook er nieuw bewijs op dat niet Duchamp maar Von Freytag de bedenker van Fountain moet zijn geweest. Zo bleek het verhaal dat Duchamp aan het eind van zijn leven verspreidde, dat hij het urinoir in een winkel voor sanitaire voorzieningen op 5th Avenue in New York had gekocht, niet te kloppen. Op dat adres was in 1917 een showroom van J.L. Mott Iron Works gevestigd, waar niets werd verkocht.

Ook rioolpijpkunstwerk

R. Mutt’s urinoir 1917

Foto Stieglitz/ Wikipedia

De Britse kunsthistoricus Glyn Thompson kwam vorig jaar als eerste een vergelijkbaar urinoir als het originele exemplaar op het spoor, in een oud fabrieksgebouw in St. Louis. Die bleek gemaakt door de Trenton Potteries Company uit New Jersey. Volgens de inventarislijst van de firma Mott was dat model pispot nooit in New York verkocht.

Von Freytag-Loringhoven maakte bovendien in 1917 ook een sculptuur van een rioolpijp, God, die naadloos op het urinoir lijkt te passen.

Theo Paijmans, de auteur van het artikel in See All This, noemt het bewijsmateriaal overweldigend. „Toen ik alles op een rijtje zette, wist ik het zeker: Elsa heeft Fountain gemaakt.”

De experts die hij gesproken heeft ondersteunen die visie. Paijmans noemt de mythe die Duchamp zelf gecreëerd heeft „één grote cover-up” en „een oud schandaal dat opnieuw aan het licht moet komen”. Kunstcriticus Thompson zegt in See All This dat de gevestigde belangen in de kunstwereld rond de mythische Duchamp te groot zijn om toe te geven dat een vrouw de auteur van dit belangrijke kunstwerk is. Dankzij de #MeToo-beweging lijkt, aldus Paijmans, de tijd rijp voor verandering.