Adyen: een geldmachine, geen banenmachine

Adyen Betaalbedrijf Adyen is miljarden waard, bleek woensdag bij de beursgang, en dat is uniek. Wordt Nederland daar beter van?

Kantoor van Adyen in Singapore. Foto Adyen

Geen fanfare, wel furore. De beursgang van het Nederlandse betaalbedrijf Adyen was woensdagochtend een uitslaande brand, zoals dat aan het Amsterdamse Beursplein heet. Adyen ging naar de beurs tegen 240 euro per aandeel, de koers opende boven 400 euro.

Adyen meed bij de beursgang de gebruikelijke toeters en bellen, zoals een zeilboot op het Beursplein (Delta Lloyd) of een finish op oranje fietsen (NN Group). Zelfs geen slag op de gong om de eerste handel in de Adyen-aandelen te markeren.

Adyen is, zoals dat in technologiemekka Silicon Valley heet, een unicorn, een jong bedrijf dat meer dan 1 miljard dollar waard is. In Adyens geval: 7,1 miljard euro tegen de uitgiftekoers van 240 euro, ’s middags opgelopen tot ruim 12,5 miljard.

Alleen al die status maakt Adyen in Nederland uniek. Een technologiebedrijf met Nederlandse oprichters, Pieter van der Does en Arnout Schuijff. Met hoofdkantoor in Amsterdam. Hollands glorie met een oranje randje: prinses Mabel bezat 1,85 procent van de aandelen en verkoopt eenderde daarvan à 41 miljoen euro.

Van der Does en Schuijff hebben hun sporen als ondernemers verdiend. Ook met een betaalbedrijf, Bibit genaamd. Dat verkochten zij in 2004 voor tientallen miljoenen aan een Engelse bank. Vandaar de naam Adyen: Surinaams voor ‘nogmaals’, zoals het prospectus bij de beursgang op pagina 72 uitlegt.

Dit is het soort ondernemingen dat wethouders binnen hun stadsgrenzen willen hebben. Waar ministers opgewonden van raken. Technologie! Innovatie! Vestigingsklimaat! Waar jonge mensen graag willen werken. Vorig jaar nam Adyen gemiddeld 1 op de 67 sollicitanten aan, schrijven de bestuurders in het prospectus. Er werken 50 nationaliteiten. De oprichters kunnen ‘ambassadeurs’ en schoolvoorbeelden van ondernemerschap voor andere starters worden.

Adyen is op de beurs zoveel geld waard omdat beleggers de kloeke groeipercentages van tientallen procenten belonen.

Dus is de vraag: heeft Nederland meer van zulke bedrijven nodig?

Nee. Althans: ze zijn welkom, maar het is niet genoeg voor de Nederlandse werkgelegenheid en het sociaal evenwicht.

Waar zit de spanning?

  1. Kampioen volautomatische processen

    Per eind vorig jaar had Adyen, omgerekend naar voltijdbanen, 668 werknemers, waarvan 396 in Nederland. Per 31 maart had Adyen 719 voltijdbanen, blijkt uit het prospectus.

    Adyen is een echte multinational: hoofdkantoor in Amsterdam en vestigingen in nog dertien landen. Van de inkomsten van meer dan 1 miljard euro kwam vorig jaar 60 procent uit Europa en een kwart uit Noord-Amerika. Het hoofdkantoor betekent: hoogwaardige banen in IT en commercie in de regio Amsterdam. Om de hoofdkantoren heen is er werk in de dienstverlening: van accountants tot taxichauffeurs. Sommige met goede, andere met slechtere arbeidsvoorwaarden.

    Maar een banenmachine? Nee. Vergelijk het met andere waardevolle financiële of technologiebedrijven. Die 396 voltijdbanen in Nederland komen overeen met ruim 2 procent van het aantal werknemers van ABN Amro in Nederland, 3 procent van ING in Nederland en ruim 5 procent van de vaste banen bij chipmachinefabrikant ASML in Veldhoven.

    Het geringe aantal werknemers is de aard van het bedrijf: kampioen volautomatische processen. Bij lezing van het prospectus wordt ook duidelijk dat Adyen nauwelijks kapitaalinvesteringen doet. Vorig jaar ging het om 12,5 miljoen euro, hoofdzakelijk investeringen in servercapaciteit. Geen fabriekscomplexen, geen onderzoekscentra en bijbehorende werkgelegenheid.

    Dit is de economie waarin een bedrijf kennis en handelsmerken wil bezitten, geen stenen en spullen. Het bedrijf húúrt al zijn kantoren. En het huurt ook z’n zes datacentra, waarvan twee in Nederland. Vier andere datacentra die Adyen ook gaat huren, worden nog gebouwd.

  2. Nederlands succes, buitenlands kapitaal

    De zes bestuurders én de drie commissarissen zijn op twee na allemaal Nederlanders. Dat is best ongebruikelijk voor zo’n internationaal bedrijf. Ze zijn allemaal man. Ze voldoen dus niet aan de richtlijn dat vrouwen tenminste eenderde van de topfuncties moeten bekleden.

    Uit het overzicht van de aandeelhouders in het prospectus kun je opmaken dat bijna de helft van de aandelen bij de beursgang in handen was van buitenlandse investeerders. Het kan best nog meer zijn, want niet van elke aandeelhouder is duidelijk wie hij/zij is.

    De eerste vermogensinjecties kwamen van de oprichters en familieleden. Zij hadden het kapitaal dankzij hun succes met dat eerdere betaalbedrijf. Daarna volgden Amerikaanse technologiefinanciers en het staatsinvesteringsfonds van Singapore. Maar de namen van grote Nederlandse professionele investeerders zie je niet op de aandeelhouderslijst.

    Dat is illustratief voor de Nederlandse verhoudingen. Nederland zwelgt in het pensioen- en verzekeringskapitaal van samen zo’n 1.500 miljard euro, maar als het om ondernemend vermogen gaat is er een soort kortsluiting. Het kapitaal is er, de behoefte is er ook, maar ondernemers en geldschieters hebben moeite elkaar te vinden.

  3. Groeiende ongelijkheid

    Adyen is een bank en moet dus voldoen aan de Nederlandse regels voor een beheerst beloningsbeleid bij financiële instellingen. De beloning van de zes bestuurders sámen van 2,5 miljoen euro is nog niet anderhalf keer zo veel als die van topman Ralph Hamers van ING in z’n eentje.

    Maar salarissen zijn maar deel van het beloningsverhaal. Adyen maakt z’n mensen rijk met opties en aandelen. Dat de oprichters miljonair worden, hoeft niet verbazen. Ondernemerschap mag lonen. Het aandelenpakket van Schuijff is bij de beursgang 518 miljoen euro waard. Dat van Van der Does ruim 386 miljoen euro.

    Een expliciet onderdeel van het beloningsbeleid voor medewerkers is dat ook zij deels eigenaar worden of zijn van het bedrijf. Adyen kan bijvoorbeeld een deel van het salaris uitbetalen in optierechten of aandelen. Anders gezegd: er is sprake van beheerste inkomensverschillen, maar ook van een groeiende vermogenskloof. Van groeiende nationale ongelijkheid.

    Alle medewerkers waren al voor de beursgang in het bezit van optierechten op aandelen Adyen. Die optie geeft jou als werknemer een kooprecht op aandelen tegen een vastgestelde prijs. Als de koers van die aandelen hoger is, kun je de optie uitoefenen, de aandelen kopen en, als je wilt, weer verkopen. Zo incasseer je de vermogenswinst.

    Dat gaat bij Adyen om substantiële bedragen. De gemiddelde personeelsoptie kan voor 22,21 euro in een aandeel worden omgezet, meldt het jaarverslag over 2017. Hoe eerder je bij Adyen bent begonnen te werken, hoe lager die koers. Per 31 maart had het personeel samen ruim 1,2 miljoen opties. Tegen een gemiddelde uitoefenprijs van 22,21 vertegenwoordigden de opties bij de beursgang een waarde van bijna 270 miljoen euro. Per persoon 375.000 euro.

    Correctie (13 juni 2018): in een eerdere versie van dit stuk werd gesteld dat elke werknemer 3,75 miljoen euro zou opstrijken. Dat moet 375.000 euro zijn. Dat is hierboven aangepast.

    • Menno Tamminga