Trump gunt leider van ‘As van het kwaad’ plek op wereldtoneel

Nucleaire diplomatie

De VS hadden veel te stellen met Irak, Iran en Noord-Korea. Juist voor de enige van de drie die kernwapens bemachtigde is Trump nu opvallend soepel.

President Donald Trump en Kim Jong-un zitten er ontspannen bij tijdens een ontmoeting in het Capella Hotel in Singapore. Foto Jonathan Ernst/Reuters

In de tropische hitte van Singapore brak president Trump dinsdag tamelijk radicaal met het beleid van zijn voorgangers. Met zijn hartelijke handdruk en lovende woorden over Kim – „heel getalenteerd", „houdt erg van zijn land” – verschafte hij Noord-Korea een legitimiteit op het wereldtoneel die geen enkele Amerikaanse president deze paria van de internationale gemeenschap ooit heeft gegund.

President George Bush waarschuwde 16 jaar geleden voor de ‘As van het kwaad’. Volgens Bush bestond die uit drie landen: Irak, Iran en Noord-Korea. Voornaamste bron van zorg destijds: alle drie werden ervan verdacht het bezit van kernwapens en andere massavernietigingswapens na te streven.

Sindsdien is het beleid van de Amerikanen er steeds op gericht geweest de dreiging uit die drie landen te neutraliseren. In Irak brachten de VS, nog onder Bush, Saddam Hussein met een omstreden inval ten val. Onder Barack Obama werd het Iraanse ‘gevaar’ ingedamd door in 2015 met andere grote wereldspelers een akkoord te sluiten dat Irans nucleaire programma aan banden legde. Dit alles terwijl Iran geen kernwapens bezat en daar naar eigen zeggen ook niet naar streefde.

Noord-Korea onttrok zich intussen goeddeels aan de Amerikaanse invloed. Zijn machtige bondgenoot China, die de Kims vaak uit de wind hield, maakte Amerikaanse interventies hier te riskant. Als enige van de ‘As van het kwaad’ slaagde Noord-Korea er in een eigen kernmacht te ontwikkelen.

Uitgerekend met de leider van dat land, die binnenslands nog altijd hetzelfde schrikbewind uitoefent, is Trump nu om de tafel gaan zitten. Na afloop liet hij bovendien weten dat de militaire oefeningen van Zuid-Koreaanse en Amerikaanse militairen bij de grens met Noord-Korea worden gestaakt. Wat Noord-Korea in ruil hiervoor zal doen, bleef vaag. Het zijn concessies waarover Trumps voorgangers niet zouden hebben gepiekerd.

Het verschil in behandeling met Iran is opvallend. Vorige maand nog zegde Trump eenzijdig het nucleaire verdrag met Iran op, al waren er geen aanwijzingen dat het zich hieraan niet had gehouden. De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Mike Pompeo kondigde prompt „de strengste sancties uit de geschiedenis” aan om een eind te maken „aan elke Iraanse agressie.” Iran heeft nu in reactie gezegd dat het voorbereidingen treft zijn capaciteit voor de verrijking van uranium uit te breiden.

Op zijn beurt waarschuwde Iran Kim dinsdag dat de handtekening van de Amerikaanse president onder een nucleair akkoord van betrekkelijke waarde is. „We staan tegenover een man die zijn handtekening intrekt wanneer hij in het buitenland is”, aldus regeringswoordvoerder Mohammad Bagher Nobakht. Een verwijzing naar de G7 van afgelopen weekend. Trump trok toen na zijn vertrek van de top zijn steun aan de slotverklaring in.

    • Floris van Straaten