Opinie

    • Frits Abrahams

Trump als dealmaker

Wat je ook van Trump kunt zeggen, níét dat hij saai is. Ik had veel meer respect voor zijn voorganger, maar ik moet toegeven dat ik soms zat te geeuwen bij diens persconferenties. Obama gaf zijn antwoorden vaak met zo veel juridische omzichtigheid dat je als luisteraar halverwege het spoor bijster dreigde te raken.

Trump weet niet eens wat juridische omzichtigheid ís. Hij praat ook op persconferenties alsof hij naast je aan de bar staat met een whisky-soda in de vuist. Hij herhaalt zich vier keer in drie zinnen, of hij valt zichzelf in de rede en maakt zijn zin niet af. Soms gebruikt hij een vraag om een oude rekening te vereffenen met de steller, zelfs op de ‘historische’ persconferentie in Singapore: „Je hebt goeie stukken geschreven, maar dat is alweer een hele tijd geleden.”

Hij lult maar wat, zou je kunnen zeggen, maar omdat hij toevallig president van de Verenigde Staten is, moeten we toch erg goed naar hem luisteren. Dat heb ik dinsdag dan ook gedaan bij deze persconferentie die op CNN rechtstreeks te volgen was. Ik genoot vooral weer van de momenten waarop hij zichzelf de hemel van de wereldgeschiedenis in prees. Bescheidenheid is voor hem een vorm van wereldvreemdheid waar hij geen tijd voor heeft.

Zo legde hij de verzamelde wereldpers trots uit dat hij zo goed kon onderhandelen met Kim omdat hij nu eenmaal een geboren dealmaker is. „Ik heb mijn hele leven deals gemaakt en ik weet wanneer iemand een deal wil en wanneer hij dat niet wil.” Vorige presidenten hadden daar geen kaas van gegeten, voegde hij eraan toe, en daarom had ook Bill Clinton met Noord-Korea een nutteloze deal gesloten die alleen scheppen geld gekost had.

Die laatdunkende uitvallen naar zijn voorgangers zijn vast onderdeel van zijn repertoire. Obama beschouwt hij als een vage, besluiteloze nitwit die zijn land de afgrond heeft in gedreven. Hij geeft zo vaak op Obama af dat ik achter die minachting het minderwaardigheidscomplex begin te vermoeden van de ongeletterde ten opzichte van de erudiet.

Ook heeft hij grote behoefte om zich jovialer voor te doen dan hij is. Dan strooit hij geforceerd met complimenten naar mensen die hem kortgeleden een dienst hebben bewezen. Een gruwelijke dictator als Kim wordt opeens een ‘zeer getalenteerd man’ en natuurlijk ‘a great guy’, een lofprijzing die hij doorgaans vooral voor sportlieden en verwante politici reserveert (maar ook één keer voor paus Franciscus).

Ook is het zo sympathiek van Trump dat hij bij zijn openbare optredens vaak minstens één stommiteit begaat. Op de persconferentie in Singapore stond hij zichzelf een uur lang te feliciteren met zijn historische prestatie, totdat hij aan het einde plompverloren en ongevraagd zei: „Eerlijk gezegd, ik denk dat hij [Kim] het gaat doen, maar misschien heb ik het fout en sta ik over zes maanden tegenover jullie en zeg ik: ‘Hé, ik had het fout.’”

Het was alsof een bruidegom onmiddellijk na het geven van zijn ja-woord tegen zijn bruid zei: „Eerlijk gezegd, ik denk dat het ons gaat lukken, maar misschien heb ik het fout en zeg ik over zes maanden tegen je: ‘Hé, je was toch de verkeerde.’”

Als ik Kim was, zou ik me toch wel even op mijn opgeschoren, zeer getalenteerde bolletje krabben als ik dat hoorde.

    • Frits Abrahams