Hoe wordt het boerkaverbod nageleefd in andere landen?

Complexe controle

Zeker acht Europese landen hebben het dragen van boerka’s verboden. Controle op naleving blijkt in de praktijk lastig.

Vrouwen in nikab op de publiekstribune van het Deense parlement tijdens de stemming voor een boerkaverbod in Denemarken, 31 mei 2008. Foto Mads Claus Rasmussen

Een sjaal mag, maar alleen als het vriest. Mondkapjes zijn verboden, behalve bij hevige smog. Een kerstmanpak is alleen in de kerstperiode toegestaan. Oostenrijk worstelt nog met de precieze invulling van het boerkaverbod dat vorig jaar oktober werd ingevoerd.

Na een half jaar had het Oostenrijkse verbod volgens het magazine Profil 29 keer tot een aanklacht geleid. Daarbij ging het in slechts vier gevallen om een boerka, steeds gedragen door dezelfde persoon. Ook in de problemen kwamen een dik ingepakte fietser, Weense muzikanten in kostuum en een man in een haaienpak – een reclamestunt van een bedrijf dat voor de prijs van een boete (150 euro) wereldwijd de aandacht op zich vestigde.

Lees ook hoe zich in de Eerste Kamer een meerderheid aftekende voor een boerkaverbod in Nederland: Een boerka in de tram mag straks echt niet meer

Europese landen die tot nu toe een verbod invoerden, stonden allemaal voor hetzelfde dilemma. Het maatschappelijk debat richt zich duidelijk op de allesverhullende boerka (gaasje voor de ogen) en de nikab (ogen zichtbaar), die als onwenselijk en vrouwonvriendelijk worden gezien. Tegelijkertijd is een wet die alleen islamitische kledingstukken verbiedt een garantie voor rechtszaken over godsdienstvrijheid. Geen overheid heeft er trek in tot aan het Europese Hof te moeten procederen.

En dus kiezen overheden voor een tussenvorm: niet alleen de boerka en de nikab, maar alle gezichtsbedekkende kleding wordt verboden. Frankrijk, België, Bulgarije en Denemarken gingen Nederland met deze maatregel voor. De Deense minister van Justitie Søren Pape Poulsen kondigde bij de invoering aan dat politieagenten hun „gezond verstand” moesten gebruiken bij de handhaving. Codetaal voor: we arresteren geen haaienpakken.

Niet alleen het wat, ook het waar van de wet verschilt. Anders dan Nederland trekken landen zoals België het verbod door tot op straat. Daar is een boerkadraagster strafbaar zodra ze het huis verlaat. Duitsland verbood gezichtsbedekkende kleding in april 2017 juist alleen voor ambtenaren en soldaten.

Het Nederlandse verbod is opvallend: dat geldt niet op straat, maar wel in ziekenhuizen, scholen en het openbaar vervoer. Daardoor is de handhaving straks niet in handen van politie.

Dragers van boerka’s en nikabs in Nederland zijn boos over het verbod op gezichtsbedekkende kleding. Lees ook: ‘Hoe gaat dat bij de bus? Mag ik er dan niet in?’

Hoe gaan die bedrijven de nieuwe wet dan naleven? „Goede vraag”, zeggen de gemeentelijke vervoersbedrijven en NS in koor. De meesten klinken verbaasd. „Als de wet doorgaat, zullen we gaan handhaven”, reageert een woordvoerder van de Amsterdamse stadsvervoerder GVB. „Maar we zoeken naar coulance.”

Toch lijkt er een uitweg voor gemeenten die niets voelen voor controle op naleving. „Het is aan de lokale driehoek van burgemeester, politie en justitie om te bepalen of er capaciteit op de uitvoering wordt gezet”, zegt een woordvoerder van de politie. Handhaving wordt daarmee aan de gemeenten overgelaten.

Als straks de eerste boetes worden uitgedeeld, dient zich alvast een oplossing aan. Rachid Nekkaz, een Frans-Algerijnse vastgoedontwikkelaar, opende na het Franse verbod een fonds om de boetes te betalen. „Ik heb 1.542 boetes in acht landen betaald, meer dan 300.000 euro”, meldt hij. Of Nederland daar straks ook bij kan, mocht het tot boetes komen? „Natuurlijk.”