Resistent

schrijft columns gebaseerd op haar ervaringen als huisarts in Nieuw-Zeeland.

Een tien centimeter grote smiley van vies geel beslag lacht me toe, als de verpleegkundige het verband van mevrouw K.’s onderbeen optilt. De wond ziet er slechter uit dan vorige week en is nu omringd door een ring van rood, gezwollen weefsel.

Inmiddels is het bijna twee maanden geleden dat de 84-jarige vrouw haar onderbeen openhaalde aan de rand van een kastje. De gespecialiseerde wondverpleegkundige is al weken in de weer met gecompliceerde verbanden en zwachtelt haar been twee keer per week. Omdat de wond al eerder ontstoken oogde en haar bloedtest op een ontsteking wees, heb ik er de afgelopen maanden ook nog twee antibioticakuren tegenaan gegooid. Helaas allemaal zonder effect.

Mevrouw K. kijkt me somber aan. „Het doet zoveel pijn als ik loop. Er moet toch iets meer aan te doen zijn? Het wordt alleen maar erger.”

Ik zucht. De wondkweek van twee weken geleden liet een ‘pseudomonasbacterie’ zien; een bacterie die alleen reageert op ‘opperantibiotica’ als ciprofloxacine. Vanwege de groei van multiresistente bacteriën willen we deze ‘opperantibiotica’ graag achter de hand houden voor de ernstigste gevallen. Daarom mogen wij huisartsen ze alleen voorschrijven na goedkeuring door een microbioloog of infectioloog. Toen ik vorige week met de microbiologe belde en haar een foto van de wond stuurde, reageerde ze verontwaardigd: „Cipro? Nee, natuurlijk niet! In elke wond vind je na een tijdje wat oppervlakkige pseudomonas. Dat behandel je met optimale wondzorg, zwachtelen, rust, elevatie.” Ik probeerde uit te leggen dat we dat al maanden proberen, en dat haar bloedtest… „We behandelen geen bloedtest, maar een patiënte”, kapte ze me resoluut af. „Doe eerst nog maar eens een kweek van de diepste bodem van de wond, markeer de roodheid en overleg zo nodig nog een keer.”

Ik bel het laboratorium. De diepe wondkweek van eergisteren laat opnieuw pseudomonas zien, vertelt de laborante me. Ik fotografeer de wond, stuur hem naar de microbiologe, en sms haar dat mevrouw K. steeds meer pijn krijgt, de wond er steeds meer ontstoken uitziet en ik echt denk dat ze cipro nodig heeft. „Hmmm…” sms’t ze terug. „De wond is wel groter geworden, maar ik vind het er niet ontstoken uit zien. Ik zou geen cipro geven.”

Nijdig loop ik een kwartier later de praktijk in. „Wat moet ik nou?”, bries ik tegen mijn collega. „Moet ik haar dan maar laten opnemen in het ziekenhuis, omdat ik de juiste antibiotica niet mag geven?” Hij krabt achter zijn oor. „Ik zou de infectioloog bellen. Evidence-based medicine is nu eenmaal vaak een kwestie van net zoveel specialisten bellen tot je het antwoord krijgt dat je wilt.”

Ik schud mijn hoofd, bel de infectioloog, leg het verhaal uit en sms hem de twee foto’s. Tien seconden later piept mijn telefoon. „Yep: dit ziet er flink ontstoken uit. Ciprofloxacine is hier zeker geïndiceerd.”

    • Anne Hermans