Opinie

Kim wint, zijn onderdanen zijn de verliezers

Door Kim Jong-un als staatsman te vieren, is hij thuis sterker dan ooit, schrijft . Slecht nieuws voor de mensenrechten.

Illustratie Hajo

Soms is het noodzakelijk om handen te schudden met de duivel om iets goeds te bewerkstelligen, of desnoods iets minder slechts. In dat opzicht was de top tussen Donald Trump en Kim Jong-un wellicht noodzakelijk: zolang de twee partijen zeggen met elkaar om de tafel te willen zitten, is het risico op een rampzalige oorlog beduidend lager. Zo bezien was de topontmoeting in Singapore dus winst. In alle andere opzichten niet.

De inzet van de Verenigde Staten was „volledige, permanente, verifieerbare ontwapening”. Die van Noord-Korea was internationale erkenning, erkenning van het land als kernwapenstaat en sanctieverlichting. Net als eerder bij de top tussen Noord- en Zuid-Korea op 27 april, was al duidelijk geworden dat het grootste Noord-Koreaanse probleem, de structurele en extreme mensenrechtenschendingen, ook nu niet op de agenda zouden komen.

De verwachtingen waren hooggespannen, ook omdat Trump zich bleef beroepen op zijn ongewone talent om deals te kunnen sluiten. De uitkomst van de top was echter in veel opzichten een tegenvaller.

De verklaringen, waarin beide partijen beloven zich te zullen inspannen voor vrede, betere betrekkingen, denuclearisering van het Koreaanse Schiereiland en de repatriëring van de stoffelijke overschotten van Amerikaanse soldaten die vermist zijn geraakt in de Koreaanse Oorlog, werd „veelomvattend” genoemd door Trump, maar is in feite een afgezwakte versie van eerdere – nooit uitgevoerde – akkoorden. De „volledige, permanente, verifieerbare ontwapening” is verder weg dan ooit, voor Noord-Korea was expliciteit nooit een optie.

Contrast met Iran-deal

Als je deze gezamenlijke verklaring vergelijkt met het nucleaire akkoord met Iran, in 2015 tot stand gekomen onder Obama, is het contrast zo mogelijk nog groter. De Iran-deal gaat serieus en met overleg in op allerlei gecompliceerde punten, geeft mogelijke oplossingen en verificatiemethoden. De verklaring van Kim en Trump komt niet verder dan in zeer algemene termen gestelde wensen en verwachtingen.

Als je deze algemene verklaring vergelijkt met de precieze Iran-deal (2015) kan het contrast niet groter zijn

De inzet van de VS is wellicht onbeloond gebleven, die van Noord-Korea niet. De aankondiging dat Trump en Kim elkaar als gelijken zouden ontmoeten was al een opsteker van jewelste, maar de wijze waarop Kim zich in Singapore afficheerde was waarlijk indrukwekkend; de Amerikaanse en Noord-Koreaanse aanwezigheid was in balans, zelfs het aantal vlaggen was gelijk, en Kim gedroeg zich als een staatsman. Verbazingwekkender nog was de ontvangst die hem ten deel viel toen hij een wandeling door onder andere een casino maakte, waar hij werd toegejuicht door omstanders. Trump was in geen velden of wegen te bekennen. Een selfie van Kim met de Singaporese minister van Buitenlandse Zaken bevestigde zijn nieuwe status als knuffelbare bad boy van de internationale wereld.

De belangrijkste inzet van Noord-Korea is met andere woorden genereuzer beloond dan zelfs Kim Jong-un zal hebben durven hopen.

Economische samenwerking

Of Pyongyang binnenkort sanctieverlichting kan verwachten is de vraag, maar heel pessimistisch hoeft het hierover niet te zijn. Daarnaast staat Zuid-Korea in de startblokken om met economische samenwerking en investeringen te beginnen, in weerwil van het huidige sanctieregime. Ook de facto erkenning als een kernwapenstaat is er nu: het ontbreken van een tijdsplan en van verificatiemethoden van de voorgenomen ‘volledige nucleaire ontwapening’ van het Koreaanse schiereiland impliceren dat zeer sterk.

Als Kim Jong-un de grote winnaar van de topontmoeting is, dan zijn zijn onderdanen de grote verliezers. In de aanloop naar de top zijn de stemmen van de beste DPRK-kenners die we hebben, Noord-Koreaanse ballingen, stelselmatig genegeerd of zelfs monddood gemaakt, al zien zij hun analyses nu bewaarheid worden.

Enige liberalisering van de samenleving hoeven we ook niet meer te verwachten, nu dit regime steviger dan ooit in het zadel zit dankzij ‘Singapore’. Zelfs Kim Il-sung en Kim Jong-il, Kims grootvader en vader, beschikten nooit over het magische middel van een foto waarop ze als gelijke naast de president van de Verenigde Staten staan. We kunnen natuurlijk wachten op een vermeend trickle down-effect – geef het regime de ruimte en geld, dan komen de mensenrechten vanzelf – maar dat is een illusie; mensenrechten ontstaan niet vanzelf, maar moeten worden bevochten. En de kans om dat te doen hebben we de gemiddelde Noord-Koreaan ontnomen door Kim Jong-un in Singapore zo ostentatief als internationaal gerespecteerd leider te erkennen.

Dwangarbeid en slavernij

Mensenrechten waren en blijven de sleutel tot oplossing van de problemen rondom Noord-Korea. Schendingen ervan zijn onlosmakelijk met het regime verbonden; elke duurzame vrede met Noord-Korea zal dit probleem moeten oplossen. Zolang dwangarbeid en slavernij de norm zijn voor het merendeel van de Noord-Koreaanse samenleving, kan niets wat daar geproduceerd wordt in de VS of Europa verkocht worden. Internationale bedrijven kunnen er niet legitiem zaken doen. Internationale verdragen zien daarop toe.

Als je de duivel de hand schudt, kun je er maar beter voor zorgen dat je iets terugkrijgt dat de moeite waard is. Significante mensenrechtenverbeteringen zouden zowel de Noord-Koreaanse bevolking als de internationale wereld tot voordeel hebben gestrekt. Het akkoordje dat Trump uiteindelijk heeft gesloten met Kim heeft de mensenrechtenschendingendiscussie naar alle waarschijnlijkheid volledig, permanent en verifieerbaar ontmanteld. Met als gevolg dat Trump er met lege, maar bevuilde handen bij staat.