Toni Collette als Annie Graham, een kunstenares die miniaturen maakt die zijn gebaseerd op haar eigen leven.

‘Ik ga altijd uit van het zwartste scenario’

Ari Aster en Toni Collette In het debuut van de 31-jarige regisseur Ari Aster belandt een gezin in een draaikolk van verdriet, wantrouwen en satanisme. Aster: „Het beangstigt me dat je geen keus hebt waar je geboren wordt en wat je erft.”

De 31-jarige regisseur Ari Aster oogt in het Londense Victoria Hotel wat beduusd over de adoratie die zijn horrorfilm Hereditary ten deel valt. Hij schreef de film deels uit berekening, bekent hij: sinds zijn afstuderen aan het American Film Institute in 2010 lagen tien ongerealiseerde scripts voor drama’s op de plank. „Horror leek me kansrijker, en dat bleek te kloppen.”

In Hereditary verdrinkt het gezin Graham in een draaikolk van verdriet, wantrouwen en satanisme. Aster: „Het gaat volgens mij over rouw en hoe dat aan een gezin vreet. Tegelijk is het best een frivole horrorfilm. It tries to have its cake and eat it.”

Horror is wel een genre dat hem ligt: Aster was naar eigen zeggen zo’n macaber jochie dat stilletjes tekeningen maakte die zijn leraren nogal verontrustten. „Hereditary is zo duister omdat ik een neurotisch karakter heb. Ik ben een hypochonder die altijd van het zwartste scenario uitgaat.” Bij de wereldpremière op het Sundance Festival noemde Aster Hereditary een „persoonlijke film”: twee van zijn korte films gaan ook over verknipte gezinnen waar de waanzin toeslaat.

„Productiebedrijf A24 drong erop aan dat ik dat zou zeggen”, stelt Aster nu. „Het klopt dat er jaren in mijn leven waren dat ik dacht dat mijn familie vervloekt was. Het beangstigt me dat je geen keus heb waar je geboren wordt en wat je erft. Ik ben niet bang voor wat zich onder het bed verschuilt, maar voor wat zich in mijn jeans verschuilt. Mijn angsten zijn existentieel.” Details? Aster: „Het fijne van horror is dat je persoonlijke issues opblaast tot iets grotesks en daar achteraf ontwijkend antwoorden over kan geven. Maar geloof maar dat Hereditary therapeutisch was.”

De rijpheid en controle van Hereditary vallen op: als debutant lijkt Aster zijn film in een ijzeren greep te hebben. Een Kubrick in de dop. „Toe maar”, zegt hij. „Het klopt wel dat ik ook veel takes doe. Niet om acteurs emotioneel uit te putten, maar omdat ik lange shots ontwerp waarin alles moet kloppen. Ik hou graag controle. Geen shot in Hereditary is vanaf de schouder gefilmd, alles ging met statief of dolly. Het hele huis van de Grahams is in een studio nagebouwd. En voordat ik een woord met de crew wisselde, had ik al een complete shotlist gemaakt, met elk shot afgeblokt. Ik wilde niet praten over mijn script, maar over de film in mijn hoofd.”

Aster was ook bang dat zijn film uit de rails zou vliegen: „Hoe flirt je met paranormale dwaasheid en hou je het echt? Ik moest me wel vastklampen aan een heel strak plan. Op de set vloeit namelijk alle creativiteit en overzicht uit me weg. Daar valt alles uit elkaar in een stroom details.”

Paranormale dwaasheid? Dat ziet hoofdrolspeler Toni Collette (45) toch anders. Na haar doorbraakfilm Muriel’s Wedding (1994) kreeg ze in 2000 een Oscarnominatie als moeder van een jochie dat mensen ziet, dode mensen. Net als in The Sixth Sense is haar controleverlies als moeder Annie Graham indrukwekkend: haar verdriet opent poorten die beter gesloten blijven.

Eigenlijk houdt ze niet van horror, bekent Collette: maar 3 van haar 68 films vallen in dat genre, rekent ze voor. „Wat je ziet, heeft invloed op je. Ik besef dat onze fysieke wereld niet alles is”, huivert ze. „Aan spiritistische seances zou ik ook nooit meedoen. Je weet nooit wie of wat je uitnodigt.”

Voor Hereditary maakte Collette een uitzondering. „Zo’n briljant script lees je niet vaak. Als je dan hoort dat de schrijver ook regisseert, voel je in je maag dat je misschien aan het begin van iets bijzonders staat.” Waaruit de zachtaardige Aster zijn macabere inspiratie put, wil Collette niet echt weten. En hoe hij een rol schreef waarin zij zich zo moeiteloos verplaatste, is haar een raadsel. „Het was elke dag verdriet, onbehagen en paniek voor mij”, zegt Collette. „En toch hoefde ik mij nooit op te laden, het borrelde gewoon in me op. Echt verbazingwekkend.”