‘Hoe gaat dat bij de bus? Mag ik er dan niet in?’

Nikabdraagsters

Dragers van boerka’s en nikabs zijn boos over het verbod op gezichtsbedekkende kleding. „Dit is Nederland. Iedereen mag zich kleden zoals hij wil.”

Twee nikabdraagsters bij het Tweede Kamerdebat over gezichtsbedekkende kleding in 2016. Foto Bart Maat/ANP

Alleen de bruine ogen van Najat zijn zichtbaar in de spleet van haar donkerpaarse nikab. Zeker, ze weet van het ‘boerkaverbod’ waar een meerderheid van de Eerste Kamer zich dinsdag achter schaarde. Daarmee wordt gezichtsbedekking verboden op scholen, in trein en bus, in ziekenhuizen en overheidsgebouwen. Een zuster appte haar er net nog een berichtje over. Onderling houden vriendinnen die een nikab of boerka dragen elkaar op de hoogte.

Najat loopt met haar moeder en haar zoontje in de buggy door de Kanaalstraat in de Utrechtse wijk Lombok. Ze zijn van Marokkaanse afkomst, ze groeide op in Friesland. Nu woont ze in Utrecht. Ze doen inkopen voor Eid, het Suikerfeest, dat eind deze week plaatsvindt. Nieuwe kleren voor de kinderen, cadeautjes en lekkernijen.

Ze wil best uitleggen waarom ze een nikab draagt, en wat een verbod voor haar betekent. Ze gaat altijd het gesprek aan, zegt ze. Zelfs als mensen roepen: „Je hoort hier niet”, of: „Ga toch weg, rare”. Maar ze wil niet met haar achternaam in NRC, omdat ze media toch niet helemaal vertrouwt.

Najat (29) piekert er niet over om haar nikab af te doen om bijvoorbeeld de bus in te kunnen. Ze draag de gezichtssluier sinds acht jaar met overtuiging. „Het is een heel bewuste keuze, ik besloot een nikab te dragen nog voor ik trouwde. Van mijn man hoeft het absoluut niet. Het past bij de manier waarop ik mijn geloof beleef.”

Spraakwaterval

Haar moeder, kennelijk gewend aan de spraakwaterval van haar dochter, wacht geduldig. Najat legt uit dat een verbod grote gevolgen voor haar kan hebben. Een van haar drie kinderen, haar dochtertje van vijf, moet regelmatig naar het ziekenhuis. „Hoe moet dat als ik er niet meer in mag? Dan moet mijn man mee, maar die werkt.” Ze slaat de nikab naar achteren als ze alleen met een vrouwelijke arts en haar dochter in de spreekkamer zit. „Maar nu zou ik al bij de ingang geweigerd worden.”

De PVV boekte dinsdag na dertien jaar een zege: er komt echt een boerkaverbod. Met dank aan D66-minister Kajsa Ollongren. Lees ook: Een boerka in de tram mag straks echt niet meer

En hoe gaat dat bij de bus, vraagt ze zich af, mag ik er dan niet in? Zet de chauffeur me er dan weer uit? Hoe handhaaf je zo’n verbod?

Drie langslopende vrouwen – twee met hoofddoek – mengen zich in de discussie. Zij verwoorden wat veel mensen vinden in de Kanaalstraat. Zij doen het niet, maar wie een nikab of een boerka wil dragen, moet dat lekker zelf weten.

Ook Emine Ozak (38), met zwarte nikab en zoontje van drie aan de hand, doet inkopen voor het Suikerfeest in de Kanaalstraat. Alleen de grijsgroene ogen van Ozak zijn zichtbaar en die spuwen vuur als het over het naderende verbod gaat: „Op school leren we kinderen niet te pesten en niet te discrimineren”, zeg ze. „En dan kom je als land met zo’n verbod.” Ze voelt zich behandeld als schurk. „Het is echt bullshit dat mensen zich onveilig voelen door mij.”

Bekeerlinge

Ozak is bekeerlinge, ze koos bewust voor de islam en voor de nikab. „Ik vind skinheads en gothics er gruwelijk uitzien”, zegt ze. „Maar dit is Nederland, iedereen mag zich kleden zoals hij wil. Dat is juist het leuke. Dít is de kleding waarin ik me prettig voel.”

Zowel Emine Ozak als Najat zeggen dat ze hun sluier optillen als identificatie nodig is: in het gemeentehuis, of bij controle door de politie. „Natuurlijk doe ik dat”, zegt Najat. „Dat mag ook van het geloof. Maar ik ben nog nooit aangehouden want ik hou me aan de regels.”

Zeker acht Europese landen hebben het dragen van boerka’s verboden. Controle op naleving blijkt in de praktijk lastig. Lees ook: Hoe wordt het boerkaverbod nageleefd in andere landen?

Ronnie Stomp rookt een stukje verderop een sigaartje voor zijn rookwaren en tijdschriftenwinkel Vivánt. Hij ziet wel eens een enkeling met een boerka of nikab langskomen, ze kopen ook wel eens iets bij hem. „Kijk”, zegt hij, „er zijn zoveel dingen waar ik me aan kan storen, daar kan ik niet aan beginnen. De jongelui komen hier bellend binnen, en gaan bellend weer naar buiten. Daar kan ik me over opwinden. Net als over de nikab. Maar je blaast je eigen op als je je overal aan stoort.”

    • Sheila Kamerman