Heeft de Canon van Nederland een glazen plafond?

Geschiedenis De Canon van Nederland, in 2007 ontstaan, landt door een discussie over de representatie van vrouwen midden in het identiteitsdebat en het opgekomen feminisme van 2018.

Weinig kan een natie zo splijten als de vraag wat tot de kern van die natie behoort. Dit keer begon het met een gedachtewisseling tussen twee partijgenoten, twee maanden geleden. D66-Kamerlid Sjoerd Sjoerdsma vroeg onderwijsminister Ingrid van Engelshoven (D66) in een Kamerdebat op 4 april of zij niet vond dat er erg weinig vrouwen zijn in de Canon van Nederland: drie van de vijftig ‘vensters’ gaan over vrouwen. Van Engelshoven antwoordde „graag bereid” te zijn om te kijken hoe in de canon bij een evaluatie of herziening „een meer divers gezicht” van de Nederlandse geschiedenis kan komen.

Het moment ging ongemerkt voorbij. Dat veranderde toen Sybrand Buma afgelopen weekend in De Telegraaf liet weten ontstemd te zijn over de plannen. „Ik wil geen politieke discussie over de inhoud van onze geschiedenis”, aldus de CDA-leider. Hij kreeg in de krant bijval van ChristenUnie-leider Gert-Jan Segers, vicepremier Carola Schouten en een aantal gewone Nederlanders.

Zo landt de canon, in 2007 ontstaan uit de wens te benoemen wat Nederland eigenlijk is, midden in het identiteitsdebat van 2018. Het ene kamp zegt: de geschiedenis is nooit ‘af’. Het andere kamp zegt: wij moeten de geschiedenis niet steeds herschrijven.

Grappig genoeg zat de canoncommissie onder leiding van Frits van Oostrom juist in het eerste kamp: de canon is „geen praalgraf, maar levend erfgoed; geen gesloten, maar een open canon”, schreef de commissie destijds. Ook waarschuwde ze ervoor de canon te zien als een uiting van de nationale identiteit: dat was „een gevaarlijk begrip”.

In 2007 was er ook veel discussie over de canon, maar het ging toen over andere dingen. Zo werd de canon vanwege het grote aantal Hollandse vensters ‘hollandocentrisch’ genoemd. Nu het feminisme weer in opkomst is, verschuift de aandacht naar het aandeel vrouwen. Best logisch, zegt Hubert Slings, destijds secretaris van de canoncommissie. „Elke generatie stelt haar eigen vragen aan de geschiedenis.” De commissie ging er destijds ook vanuit dat de canon na ongeveer tien jaar opnieuw bekeken zou worden.

Een blikje vrouwen

De vraag is nu: hoe zit met het die vrouwen? Er staan zeventien mannen in de canon, en drie vrouwen: Aletta Jacobs, Anne Frank en Annie M.G. Schmidt. Is dat weinig? Hoe kun je zoiets eigenlijk vaststellen? En doet het ertoe?

Slings vindt het zelf wel meevallen met het glazen plafond in de canon. „De geschiedenis is nu eenmaal lange tijd oneerlijk geweest voor vrouwen.” Toch heeft hij wel een idee voor een extra vrouw: jager-verzamelaar Trijntje, het oudste skelet dat in Nederland werd gevonden in Hardinxveld-Giessendam. „We noemen haar nu al gekscherend de vierde vrouw van de canon.”

„De loop van de geschiedenis is door mannen bepaald”, schrijft Rosanne Hertzberger in haar column Geef vrouwen een eigen vrouwencanon (10/3/18). „Die realiteit verander je niet door de Canon van Nederland aan te passen”

Maria Grever, hoogleraar geschiedtheorie aan de Erasmus Universiteit en een bekende criticus van de canon, heeft nog wel wat opties. „Feminist Wilhelmina Drucker, geleerde Anna Maria van Schurman, politica Hilda Verwey-Jonker.” Maar beter nog dan „een blikje vrouwen open te trekken” kan de canon aandacht besteden aan langetermijnontwikkelingen zoals de daling van het sterftecijfer onder vrouwen aan het einde van de negentiende eeuw en de introductie van de pil, vindt Grever.

De vraag rijst: wat vindt Els Kloek ervan? Zij was één van de drie vrouwen in de negenkoppige canoncommissie. Maar ze is óók de initiator en samensteller van het naslagwerk 1001 Vrouwen, in haar eigen woorden „een broodnodige inhaalmanoeuvre” in de door mannen gedomineerde geschiedenis. Ze zucht wanneer ze hoort over Van Engelshoven en Buma – de ophef was haar even ontgaan. „Ik vind dat geschiedenis zo’n ontzettend politiek slagveld aan het worden is. Het is zo moralistisch. Natuurlijk is het vervelend dat vrouwen zo weinig zichtbaar zijn in de geschiedenisboeken, maar dat komt doordat ze in de publieke sfeer zo weinig in de melk te brokkelen hebben gehad.”

Waarom ontbreken de heldinnen in de leerstof van onze kinderen, vragen de D66-Kamerleden Sjoerd Sjoerdsma en Paul van Meenen zich af. Lees ook: Breng de vrouwen terug in de geschiedenis

Aan vrouwen tellen deed de canoncommissie niet, zegt ze. „Het is geen wedstrijdje, en geschiedenis is ook niet democratisch. Als je moet kiezen tussen Willem van Oranje en Kenau, dan kies je toch voor Willem van Oranje, laten we wel wezen.” Hoewel ze zelf wel heeft gepleit voor opname in de canon van de vijftiende-eeuwse gravin Jacoba van Beieren: „Via haar kun je veel vertellen over adel en feodale verhoudingen.” Jacoba moest het uiteindelijk afleggen tegen graaf Floris V.

De canon is geen wetenschappelijk werk, benadrukken Kloek en Slings allebei. Het is in de eerste plaats een handvat voor docenten in basis- en voortgezet onderwijs. En daar moeten kinderen nu eenmaal iets leren over de grote gebeurtenissen: politiek, oorlogen. Typisch mannelijke terreinen. Natuurlijk waren er vrouwen die belangrijke dingen deden, die bijvoorbeeld weeshuizen leidden, maar voor de canon is dat minder geschikt, zegt Kloek. Hubert Slings: „Het is lastig om anonieme mannen of vrouwen in de canon te krijgen. We hebben het gedaan met Eise Eisinga, een hoogbegaafde wolkammer die thuis een planetarium bouwde. Volgens ons stond hij symbool voor de Verlichting. Maar toen kregen we wel als reactie: ‘Eise wie?’”

De oplossing is volgens Kloek niet om de canon te veranderen, maar om als docent óók aandacht te besteden aan het dagelijks leven in de geschiedenis, waarin vrouwen een belangrijke rol speelden. Hetzelfde als wat Maria Grever zegt: kijk naar langetermijnontwikkelingen, niet naar de poppetjes (m/v).

Ook Geertje Mak, hoogleraar gendergeschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam, ziet niet zoveel in het toevoegen van vrouwen aan de vaak politiek-militair gerichte geschiedenis. In plaats daarvan zouden docenten bijvoorbeeld de geschiedenis van het eten als uitgangspunt kunnen nemen. „Aan de hand daarvan kun je aandacht besteden aan allerlei dingen: politiek, handelsafspraken, slavernij, de cultuur van koken. Zo zouden heel veel mensen een plek krijgen in de geschiedenis.”

Emancipatie buiten de canon

Het belang van de canon moet ook gerelativeerd worden, zeggen de historici. Maria Grever: „Het tijdvakkenschema van historicus Piet de Rooy, dat tegelijk met de canon werd ingevoerd, speelt in het onderwijs een veel grotere rol.”

Binnen de tien tijdvakken van De Rooy (van ‘jagers en boeren’ tot ‘televisie en computer’) is genoeg ruimte voor geschiedenisdocenten om uit te weiden over vrouwen, denkt historica Agnes Cremers. Zij richtte F-site op, een website die vanaf oktober gratis lesmateriaal aanbiedt aan geschiedenisdocenten. Daarin wil ze bijzondere vrouwen uit de geschiedenis alsnog de eer geven die ze toekomt: vrouwen als verzetsstrijder Jacoba van Tongeren, ontdekkingsreiziger Alexandrine Tinne en legeraanvoerder Aleid van Kleef. Emancipatie buiten de canon om, dus.

Over één ding zijn ze het allemaal eens: het is niet aan de politiek om te beslissen wat docenten moeten onderwijzen. Maria Grever: „Uiteindelijk zijn het de vakhistorici die het bepalen. Aan het maken van zo’n curriculum zit veel meer vast dan politici denken.”

    • Floor Rusman