Recensie

Extreme gruwel, extreem verteld

Slasher ‘Utøya 22. juli’, een reconstructie van de bloedige aanslag door de Noorse terrorist Anders Breivik, schuurt dicht tegen horror aan. Is dat toegestaan als het trauma nog zo vers is?

De rechtse terrorist Anders Breivik schoot in 2011 op het Noorse eiland Utøya 69 jongeren dood en verwondde vele anderen, die daar bijeen waren voor een zomerkamp van de Noorse Arbeiderspartij. Ex-oorlogsfotograaf Erik Poppe besloot dit verhaal te vertellen als een horrorfilm; een slasher. Dat is het subgenre waarin een meestal anonieme, onzichtbare seriemoordenaar zijn slachtoffers achtervolgt en afslacht.

Je zou – sensationalistisch geformuleerd – misschien kunnen zeggen dat dat precies is wat er destijds op het Noorse eilandje is gebeurd. Maar is dat ook de geschikte vorm om het verhaal te vertellen? Zeker nu de herinneringen voor de betrokkenen nog zo vers zijn? Hoeveel verwerkingstijd is er nodig voordat ware gebeurtenissen, shock en trauma voor stijl- en genre-experimenten mogen worden gebruikt?

„Je kunt het niet begrijpen”, zijn de eerste woorden die de fictieve Kaja (Andrea Berntzen) aan het begin van de in één take gedraaide film tegen haar moeder aan de telefoon zegt. Het gaat dan nog over iets heel anders, maar het is een vooruitwijzing naar wat er in de volgende anderhalf uur zal gebeuren. En het is een waarschuwing: deze film zal het kwaad niet rationaliseren of normaliseren.

Maar daardoor gebeurt het tegenovergestelde. Tijdens Kaja’s zoektocht naar haar zusje, temidden van de ontredderde en chaotische vlucht van de honderden tieners op het eiland, wordt het kwaad gemystificeerd.

Lees ook een interview met regisseur Erik Poppe over zijn beweegredenen om ‘Utøya 22. juli’ te maken

De gezichten van veel slachtoffers en overlevers zijn slechts in korte kennismakingen in de film te zien. Het resultaat is dat de vermoorde kinderen voor een tweede keer geslachtofferd worden. Dat helpt de discussie over geweld, wapenbezit en rechts-extremistisch terrorisme niet vooruit.

Gus Van Sants film Elephant (2003) is destijds nog korter op het bloedbad op de Amerikaanse middelbare school in Columbine in 1999 gemaakt, maar die film laat zien dat het wel degelijk mogelijk is om gruwel waardig inzichtelijk te maken en tegelijkertijd frustrerend onvatbaar te laten zijn.

Poppes film is een splijtzwam. Zijn camera sleurt je als een machteloze getuige over het eiland. Die helletocht kan voor sommige toeschouwers wellicht als een catharsis werken. De film levert in ieder geval een bijdrage aan debatten over de therapeutische waarde van films die trauma reconstrueren. En hoe extreme vertelvormen de toeschouwer bij het verhaal kunnen betrekken, of juist op afstand zetten.

    • Dana Linssen