Scholieren van het Beatrix College beginnen aan het eindexamen in sporthal Dongewijk in Tilburg.

Foto Bas Czerwinski / ANP

‘Examen doen kan vroeger én vaker per jaar’

Pieter Hendrikse Discussie over normering van de eindexamens zal er altijd zijn, zegt de voorzitter van het College voor Toetsen en Examens.

Op het kantoor van Cito in Arnhem vergaderen commissies van drie, vier leraren per vak. Het is een dag vóór de uitslag van de eindexamens – een „hele belangrijke dag voor de 200.000 examenkandidaten”, zegt Pieter Hendrikse, voorzitter van het College voor Toetsen en Examens (CvTE). De commissies adviseren het CvTE over de normering van de havo- en vwo-examens. Op basis van die norm, de zogenoemde N-term, worden de eindexamencijfers woensdagochtend berekend.

Over die N-term is veel te doen. Het is de kern van de rechtszaak die een vwo-scholiere vorig jaar aanspande tegen het CvTE vanwege de uitslag van haar examen Frans – die zaak ligt nu bij de Hoge Raad. SP-Kamerlid Peter Kwint stelde vrijdag Kamervragen over de N-term.

Als een fout in het correctiemodel van een examen niet meer kan worden aangepast, worden leerlingen via de N-term gecompenseerd. De leerlingen die de vraag niet volgens het correctiemodel invulden, maar naar later bleek toch goed (zoals de scholiere van de rechtszaak) worden dan niet benadeeld. De leerlingen die de vraag wél volgens het correctiemodel invulden, krijgen eigenlijk een iets te hoog cijfer. Critici vinden dit oneerlijk: die eerste groep leerlingen had de vraag immers óók goed. Hendrikse benadrukt dat de compensatieregeling al jaren geldt. „We hebben de formule onlangs alleen uitvoeriger uitgelegd.”

Leraren en wiskundigen zeggen: technisch gezien is de regeling misschien juist, maar moreel niet.

„Ons startpunt is dat geen enkele leerling benadeeld mag worden door een onvolkomen vraag. Daaraan voldoet dit beoordelingssysteem. We hebben dat de afgelopen jaren meerdere malen door deskundigen laten beoordelen; ook de rechter heeft vorig jaar vastgesteld dat we onze procedures correct toepassen. Maar dan nog zullen er altijd mensen zijn die de aanpak niet goed vinden. Er zal altijd discussie blijven.”

Lees ook: Gevoel van onrecht over het antwoord ‘en effet’

Critici verwijten het CvTE arrogantie. Ze zeggen dat ze worden ‘afgepoeierd’ als ze op fouten in examens wijzen.

„Ik herken dat niet. Dat er soms iets niet deugt, dat snap ik. Maar we hebben veel instrumenten om dat te herstellen. Iedere klacht wordt binnen een nette termijn beantwoord. De suggestie dat wij een ivoren toren zijn, wijs ik stellig van de hand.”

Waarom wordt het correctiemodel niet gewoon aangepast bij fouten?

„Dat gebeurt ook, dit jaar bij 38 examenvragen. Soms blijken daarna nog aanpassingen nodig. Correctie en normering van examens moet binnen een hele korte periode. Daardoor kunnen we niet voorkomen dat er na het definitieve correctiemodel toch nog een handvol fouten opduikt. Overigens zijn de correcties maar een fractie van de 12.000 examenvragen.”

Sommige docenten wijken af van het correctiemodel. Daarmee overtreden zij de wet, maar zij weigeren een goed antwoord fout te rekenen.

„Ik begrijp hun dilemma, maar het correctiemodel is een algemeen verbindend voorschrift. Bovendien hebben docenten nu al veel ruimte om open vragen in overleg met de tweede corrector alsnog goed te keuren. Als ik nog rector was, zou ik mijn docenten vragen: hebben jullie wel genoeg overleg gevoerd? Veel vakken voeren in de weken na het examen vakinhoudelijk beraad. Dat leidt meestal tot consensus over het correctiemodel.”

Hoe kan het dat de vwo-examens Frans en Nederlands elk jaar weer voer zijn voor discussie?

„Bij Nederlands is er niet altijd consensus over waar we de accenten moeten leggen, ook niet onder Neerlandici. Dus ik leg het óók bij hen terug: zij zijn medeverantwoordelijk voor het examen. En voor een journalist is het vaak makkelijker iets over Nederlands te schrijven dan over natuurkunde. Over Frans zeg ik: in mijn ogen hangt kritiek samen met de mate waarin leden van vakgroepen landelijk wel of niet het vakinhoudelijk debat voeren. Ik ben er niet van overtuigd dat dit in alle gevallen voldoende gebeurt.”

Lees ook: ‘Dit examen Nederlands is een terugval’

De VO-raad wil de eindexamens vernieuwen. Ze zouden leiden tot ‘teaching to the test’, waardoor het onderwijs diepgang verliest.

„Die discussie stemt mij optimistisch. Je kunt je afvragen of de balans tussen de schoolexamens en de centrale examens, die nu allebei 50 procent uitmaken van het eindcijfer, de juiste is. Je kunt je ook afvragen waarom we niet vroeger én vaker in het jaar centrale examens afnemen. We produceren immers drie volwaardige examens per vak per jaar. Dan is meer flexibiliteit mogelijk en kan een leerling bijvoorbeeld makkelijker een extra vak doen. Digitalisering van examens, zoals in het vmbo al gebeurt, biedt mogelijkheden voor gepersonaliseerd leren. Die ontwikkeling gaat wat mij betreft lang niet snel genoeg.”

    • Mirjam Remie