Er moest één centraal bakje komen

Spullen

Een korte serie van over rommelbakjes. Deel 3: het bakje van Elki en Vincent. ‘Als je nergens ibuprofen kunt vinden, kun je altijd nog het bakje proberen’
Foto Warna Oosterbaan

Het is een flink bakje, dat bakje van Elki Boerdam (30) en Vincent Knopper (29). Veertig bij vijftien centimeter. Vincent, beeldend kunstenaar, heeft het houten bakje zelf gemaakt. Ze hadden te veel bakjes, er moest een centraal bakje komen, en dit is het geworden. Samen met zijn vriendin, beeldonderzoeker, halen ze alle spullen eruit en leggen ze op een tafeltje.

Briefopener, sleutelhanger, fietslampje, zakmes. Een gekromde spiegel waarmee je een sigaret kunt aansteken in de zon. Flesje neusspray, oplader, ibuprofen, een plastic plug.

„Als ik iets vind wat van Vincent is”, zegt Elki, „zoals dit plugje, dan leg ik het in het bakje. Hoef ik het niet weg te gooien, en Vincent kan het toch vinden.” Het is echt een gezamenlijk bakje. Visitekaartjes, simcard, haarspeldjes, kroonsteentje, een verlopen museumkaart. „Die kan ik net zo goed weggooien”, zegt Vincent. „Maar kijk, mijn voornaam is als V. I. N. C. E. gespeld. Dat vind ik leuk.”

Een reserveknoop in een zakje, een hartvormig zakspiegeltje, een armband, een kapot snoertje van een iPhone. Een stukje doorzichtig plastic. „Dat is een standaard voor een lijstje, dat van een vriend van mij was. Ik heb het lijstje teruggestuurd, maar ben de standaard vergeten”, zegt Vincent. „dat kun je dus niet weggooien, want stel: hij vraagt er om.”

„Ik leg er dingen in die ik ergens moet laten, maar die geen eigen plaats hebben”, zegt Elki. ,,Je hebt ze niet echt nodig, maar je kunt ze niet weggooien.” Maar je kunt de ibuprofen toch bij andere medicijnen opbergen? ,,Ja, toch kan het handig zijn. Als je nergens ibuprofen kunt vinden, kun je altijd nog het bakje proberen.”

Nagellak, een half rolletje plakband, een verchroomd hert. „Ik krijg altijd hertjes en elanden van mijn moeder. Omdat ik Elk-i heet.” Vincent pakt een opzet-zonnebril zonder poten en zet hem op zijn eigen bril. „Is van mijn oma geweest. Die zou ik nooit weggooien.”

Elki pakt een armband uit de verzameling. „Die is van mijn oma geweest, en mijn moeder heeft hem ook gedragen.” Maar waarom ligt die dan zomaar in dit bakje? „Ik denk dat ik hem een keer heb uitgedaan en ergens heb neergelegd. En toen heeft Vincent hem in het bakje gelegd.” „Ja”, zegt Vincent. „Dan komen er mensen op de koffie, en wil je alles even snel opruimen.”

    • Warna Oosterbaan