Joaquin Phoenix als de gehandicapte cartoonist John Callahan.

‘Een prijs voor mij? Dat moet een fout zijn’

Joaquin Phoenix De acteur werkt na bijna 25 jaar opnieuw samen met Gus Van Sant in ‘Don’t Worry, He Won’t Get Far on Foot’. „Ik wil mezelf in mijn werk verliezen.”

Joaquin Phoenix werkte bijna 25 jaar geleden al eens samen met regisseur Gus Van Sant in het verrukkelijke To Die For (1995). Daarin speelde hij de suffe handlanger van de dodelijk ambitieuze Nicole Kidman, die van haar man af wil. Phoenix is nu opnieuw te zien in een film van Van Sant. In de op feiten gebaseerde biopic Don’t Worry, He Won’t Get Far on Foot speelt hij cartoonist John Callahan (1951-2010), die na een auto-ongeluk tijdens een dronken nacht in een rolstoel terechtkomt.

„Ik heb me altijd afgevraagd waarom mensen in godsnaam naar filmfestivals gaan”, verzucht Phoenix op het filmfestival van Berlijn. Daar ging Don’t Worry in februari in première. „Voor mij bestaan filmfestivals altijd alleen maar uit donkere hotelkamers waarin ik met de pers moet praten. Maar gisteren was ik hier in Berlijn met Gus op een bijeenkomst met filmstudenten om over zijn films te praten. Om al die jonge filmmakers bij elkaar te zien met hun dromen van de films die ze willen maken, was heel inspirerend. Ik begin nu iets beter te begrijpen wat de aantrekkingskracht is van filmfestivals.”

In Cannes won Phoenix in mei vorig jaar de prijs voor beste acteur, voor zijn rol als de gewelddadige, maar kwetsbare wreker Joe in You Were Never Really Here van Lynne Ramsay. Phoenix: „Ik denk dan meteen dat de andere films dat jaar wel niks zullen zijn geweest. Zo cynisch kan ik soms zijn. Zo werkt mijn brein nu eenmaal. Maar natuurlijk is het ook fijn om waardering te krijgen, zeker als de prijs afkomstig is van een jury van mensen die zelf films hebben gemaakt die ik bewonder en die een smaak hebben die ik respecteer. Maar meteen daarna denk ik dan weer: nee, zo mag je niet denken. Dat betekent dat je echt oud begint te worden. Blijf geloven dat alles wat je doet verschrikkelijk is, dan werk je tenminste hard.”

Van Sant kent Phoenix al een groot deel van zijn leven. De regisseur maakte met zijn jong overleden broer River Phoenix de klassieker My Own Private Idaho (1993). „Toen ik voor het eerst met Gus samenwerkte in To Die For, was ik 19. Ik had als kind al veel voor de camera’s gestaan. Ik was er compleet aan gewend geraakt dat bij opnamen alles altijd volkomen voorspelbaar moest zijn, dat je de tekst steeds op dezelfde manier moet uitspreken en altijd op dezelfde plaats moet staan. Maar voor Gus was dat totaal niet belangrijk. Hij zei tegen me dat het ook prima was als ik midden in een scène ineens op de tafel zou willen springen. Daardoor opende zich een heel nieuwe wereld van mogelijkheden voor mij.

„Vaak staat in het scenario precies omschreven wat de scène moet zijn, maar Gus heeft er geen enkele moeite mee om daar op het moment zelf van af te wijken. Dat heeft mijn hele manier van werken veranderd. Nu is dat de manier waarop ik altijd films wil maken.”

Groot regisseur

Met het idee voor Don’t Worry heeft Van Sant jaren rondgelopen, voordat hij de film eindelijk kon maken. „Ik wist dat hij echt iets te zeggen had met deze film, want hij bleef er maar op terugkomen, als ik hem in de loop der jaren sprak. Zijn manier van werken is moeilijk precies te definiëren. Daarom is hij ook zo’n groot regisseur.

„Het is bijna alsof hij je als acteur onder een soort hypnose brengt. Hij praat altijd heel rustig en kalm, bijna mompelend. Ongemerkt word je zo zijn wereld ingezogen. Hij weet een sfeer te scheppen waardoor er nauwelijks onderscheid bestaat tussen het moment waarop de camera’s lopen en als de camera’s uitstaan, tussen je leven thuis en je leven op de set. Door die rustige, kalme sfeer ga je als acteur bijna vanzelf dieper in jezelf graven. Maar hoe hij dat precies voor elkaar krijgt blijft raadselachtig.”

Lees hier de recensie van ‘Don’t Worry, He Won’t Get Far on Foot’

Na zijn ongeluk slaagt John Callahan erin om zijn leven opnieuw op de rails te krijgen, met hulp van de AA. Hij vindt zijn nieuwe roeping als tekenaar. „Zijn alcoholisme was misschien zijn grootste handicap. Daardoor was hij niet in staat om zijn creativiteit de ruim baan te geven. Toen hij daar eenmaal in was geslaagd, veranderde zijn leven volledig. Hij kon op een gegeven moment hele nachten achter elkaar cartoons blijven tekenen. Daar kwam geen einde aan. Die ervaring ken ik ook zelf, in mijn eigen werk als acteur: dat de inspiratie als het ware door je heen golft, zonder dat je zelf nog beseft wat je precies aan het doen bent.

„Dat is het meest opwindende gevoel dat er bestaat. Al die kleine dingen waarover je je normaal gesproken de hele dag zorgen maakt, vallen weg op zo’n moment van bevrijding. Die momenten van echte creativiteit zijn de reden waarom ik acteer.”

    • Peter de Bruijn