Een boerka in de tram mag straks echt niet meer

Eerste Kamer Na dertien jaar heeft de PVV dinsdag haar zin gekregen: er komt echt een boerkaverbod. Met dank aan D66-minister Kajsa Ollongren.

Minister Kajsa Ollongren van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (D66) voor aanvang van het boerkadebat in de Eerste Kamer. Foto David van Dam

Het gebeurt de partij van Geert Wilders niet vaak, maar dinsdag vierde de PVV een klein feestje in de Eerste Kamer. Na dertien jaar discussie komt er een boerkaverbod in Nederland, al is het beperkt. Het wetsvoorstel, waar zich dinsdag een meerderheid in de Eerste Kamer achter schaarde, verbiedt gezichtsbedekkende kleding in overheidsgebouwen, zorg- en onderwijsinstellingen en het openbaar vervoer. Het verbod geldt voor boerka’s en nikaabs, maar ook voor bijvoorbeeld bivakmuts en integraalhelm. Hoofddoeken, die geen gezichten bedekken, mogen wel. Wie het verbod overtreedt, krijgt een boete van ruim 400 euro.

PVV-senator Alexander van Hattem vond dat het verbod ruimer had gekund. Hij ziet de boerka als „het accepteren en faciliteren van islamitische vrouwenonderdrukking en een middelvinger naar de westerse samenleving”. Toch was hij blij. Hij onderstreepte dat het Wilders was die in 2005 in de Tweede Kamer voor het eerst een motie indiende om de boerka te verbieden. Het door de PVV gedoogde Rutte I kwam in 2012 met een voorstel voor een algemeen boerkaverbod, maar dat ging weer van tafel toen het kabinet later dat jaar viel.

Uiteindelijk koos Rutte II voor de beperkte variant die het nu wordt. Minister Plasterk (PvdA) loodste het wetsvoorstel door de Tweede Kamer. Nu maakt Rutte III het af. Extra leuk voor de PVV: het was een D66-minister, Kajsa Ollongren (Binnenlandse Zaken), die het dinsdag in de Eerste Kamer verdedigde – terwijl D66 altijd tegen was.

Mainstream

Het boerkaverbod is volgens sommigen een voorbeeld van hoe PVV-ideeën mainstream zijn geworden aan het Binnenhof. GroenLinks-senator Ruard Ganzevoort hekelde in een tweet „hoe dit kabinet zich – met slechte argumenten – tot uitvoerder van PVV-moties maakt”.

Maar de politieke steun voor het verbod is stevig. In de Tweede Kamer waren eind 2016 alleen D66, GroenLinks en de huidige Denk-Kamerleden Tunahan Kuzu en Selçuk Öztürk tegen. De meerderheid in de senaat is nu minder ruim, maar in elk geval VVD, PVV, CDA, ChristenUnie, SGP en de Onafhankelijke Senaatsfractie stemmen in.

Wel is er al die jaren flink over gesteggeld. Het duurde lang voordat Plasterk werk maakte van de regeerakkoordafspraak van Rutte II over een beperkter verbod. Intussen zette Wilders het debat op scherp door fiscale maatregelen tegen hoofddoeken te bepleiten: hij sprak van een ‘kopvoddentaks’.

Nog steeds hebben middenpartijen bedenkingen bij een boerkaverbod, bleek dinsdag in de Eerste Kamer – al stemmen de meeste voor. Voor het CDA is instemming „een worsteling”, zei CDA-senator Tom Rombouts tijdens het debat. Het CDA hecht aan de godsdienstvrijheid en oplossingen vanuit de samenleving, maar vindt ook dat de overheid soms „een krachtig signaal” moet geven door een norm te stellen.

VVD-senator Koos Schouwenaar is blij dat het verbod beperkt is tot een aantal publieke sferen waar identificatie van belang is. Want, zei hij, „het privédomein moeten wij respecteren”. De ChristenUnie ziet het beperkte verbod niet als inperking van de godsdienstvrijheid en vindt het daarom „proportioneel”. De SGP vindt het verbod te rechtvaardigen vanuit de christelijke traditie van Nederland. „Ons land is niet waardenvrij”, zei senator Peter Schalk in het debat.

GroenLinks is tegen dit „onbeduidend en stigmatiserend stukje wetgeving”. Volgens deze partij vraagt de emancipatie van de paar honderd boerkadragers die er zijn om andere maatregelen dan kledingregels. De PvdA is in de oppositie weer tegen. PvdA-senator Jopie Nooren vreest voor „symbolische wetgeving die de fundamentele rechten beperkt”. Bovendien hanteren onderwijs- en zorginstellingen vaak al praktische kledingregels die boerka’s uitsluiten.

Dragers van boerka’s en nikabs zijn boos over het verbod op gezichtsbedekkende kleding. Lees ook: ‘Hoe gaat dat bij de bus? Mag ik er dan niet in?’

Nutteloos verbod, zegt D66

De hardste kritiek op het voorstel kwam saillant genoeg van D66-senator Thom de Graaf. Hij vroeg partijgenoot en verantwoordelijk minister Kajsa Ollongren (Binnenlandse Zaken) hoe zij dit voorstel „met recht en rede kan verdedigen”. Volgens De Graaf gaat het om een kleine groep vrouwen en is de boerka een hype van een paar jaar geleden. „Er zijn geen voorbeelden van problemen die dit verbod kunnen onderbouwen. Het is nutteloos.”

Voor Ollongren is het boerkaverbod weer een ongemakkelijk dossier, na het referendum en het nepnieuws. Net als haar partij staat zij niet bekend als een aanhanger van het verbod, maar zij verdedigde het verbod dinsdag als een genuanceerd compromis. Volgens haar is „een rechtvaardige balans” gevonden tussen de vrijheid om je te kleden zoals je wil en „het algemeen belang van communicatie en veiligheid”. Hoewel Ollongren moest toegeven dat er „geen concrete problemen” met boerkadragers zijn, is volgens haar „een norm die voor iedereen duidelijkheid biedt te verkiezen boven huisregels naar eigen inzicht.” Ze beloofde dat het verbod pas ingaat na afspraken over handhaving, onder meer met de politie.

Zeker acht Europese landen hebben het dragen van boerka’s verboden. Controle op naleving blijkt in de praktijk lastig. Lees ook: Hoe wordt het boerkaverbod nageleefd in andere landen?

Correctie (12 juni 2018): In een eerdere versie van dit artikel stond dat de wet dinsdag is aangenomen door de Eerste Kamer. Dinsdag vond het debat plaats, de stemming staat op de agenda voor dinsdag 19 juni.

    • Pim van den Dool