Opinie

    • Maxim Februari

Een betere democratie begint bij jezelf

Als vertegenwoordiger van de beschaving moet je natuurlijk het goede voorbeeld geven. Je gedragen. En dus was het niet zo mooi dat ik bij het lezen van de krant plotseling iemand uitschold voor halvegare. Ik geef toe, het was niet in het openbaar en het bleef binnen de liberale grenzen van mijn private ruimte, maar het was toch onbeleefd. „Idioot”, blafte ik.

De dagen daarvoor was ik in de wandelgangen nogal eens aangesproken over lessen in burgerschapskunde. Was ik daar voor? Verwachtte ik er heil van? Mwaoh, had ik gezegd. Niet echt. Net zo weinig heil als ik verwacht van empathiepakketten en integriteitskubussen. Je kunt sommige dingen niet versneld in een kind gieten. Het draait om pedagogiek – en om leiden door het goede voorbeeld te geven. Nou ja, u kent de vaste riedel aan argumenten. Een enkele keer had ik verwezen naar de prachtdocumentaire De kinderen van juffrouw Kiet over een briljante juf en haar klas.

En nu zag ik opeens een felle voorstander van lessen burgerschapskunde in de krant staan. Die verwachtte er kennelijk wel degelijk heil van en ook nog eens empathie. „Idioot”, bromde ik. En bij het zien van zijn naam nam mijn ergernis nog toe. Maxim Februari? Alsjeblieft zeg, die kom je werkelijk overal tegen. Ja hoor, die heeft echt van alles verstand; nu weer van onderwijs. Het citaat kwam uit een recente column van hem, maar had ik niet zelf onlangs directer met hem te maken gehad? En toen schoot me opeens weer te binnen wie hij was. „O, verdorie”, zei ik.

Zo kwam ik dus zelf in de krant terecht als overtuigd voorstander van afzonderlijke burgerschapslessen. Hoe? Waarom? Het is me een raadsel. Maar toen ik de vergissing eenmaal tot me had laten doordringen, werd ik vanzelf milder tegenover al die anderen die diezelfde dag in de media werden geciteerd met hun meningen over politiek, geld, de G7. Wat zeg ik, milder? Empathischer! Misschien bedoelden zij alles ook wel precies andersom. Of sterker nog, er precies tussenin. Deemoedig besloot ik in de toekomst voorzichtiger te zijn met mijn oordeel over andermans mening.

Maar wacht, ik was nog niet klaar met het oordeel over mijzelf. Want hoezo had ik ‘halvegare’ geblaft tegen een andersdenkende? Wat was dat voor mallotig gedrag?

Het toeval wil dat ik net deze week een boek zit te lezen van persoonlijkheidspsycholoog Hubert Hermans over innerlijke democratie. Bedreigde psychodiversiteit, heet het. Pleidooi voor een innerlijke democratie. Hermans schrijft over interne spanningen en dissonanten, over stemmen in jezelf die elkaar tegenspreken en aanvullen, beïnvloeden en veranderen. Zo’n innerlijke democratie is een leerschool voor de democratie in het groot. En ze wordt bedreigd als je innerlijke gelijkhebber te dominant wordt.

Je ingraven in je eigen standpunt – ‘de blikvernauwende zelfbevestigingstendens’ – komt in de beste kringen voor. Is een standpunt eenmaal ingenomen, dan wordt alles genegeerd wat daarop inbreuk zou kunnen maken. En niemand die intern protesteert, want de innerlijke opponent heeft geen schijn van kans in de ‘microsamenleving van onze interne huishouding’. Zo wordt het eigen gelijk groter en groter. En je morele superioriteit ook.

Hermans kijkt allereerst naar de mogelijkheden om intern in gesprek te gaan. Oppositie en tegenmacht zijn wezenlijk voor de democratie, schrijft hij. Dat geldt voor de maatschappelijke democratie, maar ook voor de psychische, en het is beter je maar niet te onttrekken aan je innerlijke tegenstrijdigheden. In plaats van jezelf tot vervelens toe te herhalen, zou je eens in gesprek kunnen gaan met de innerlijke stem die het hartgrondig met je oneens is. De gelijkhebber met de opponent, de machthebber met de rebel.

In zijn eigen leven werd Hermans ooit door een psycholoog geadviseerd te gaan praten met het ‘monster’ van de ambitie dat in hem leefde en dat hem voortdurend lastig viel. Hij zette het interne monster op een innerlijke stoel, het interne slachtoffer ernaast, en toen bleek het monster eigenlijk wel een punt te hebben. En niet alleen een intellectueel goed argument, maar ook zorgen en emoties. Het gesprek verbroederde het ambitieuze monster met het laksere deel van Hermans.

Voilà, vakkundig terechtgewezen door het boek dat ik zat te lezen. Berouwvol boog ik me over mijn eigen blikvernauwende zelfbevestigingstendens. Als ik geloof in de kracht van het goede voorbeeld, moet ik me vooral niet afsluiten voor mijn alter ego die daar niet in gelooft en die burgerschapslessen wil. Maar aan de andere kant, legde ik mijn alter ego uit, het is ook wel ontzettend stom om er niet in te geloven. Ik zette een stoel midden in mijn innerlijk neer: we gingen het er eens even flink over hebben.

Maxim Februari is jurist en schrijver, www.maximfebruari.nl.
    • Maxim Februari