De vreemde dood van oude baobabs

Biologie

Een raadselachtige sterftegolf treft de oudste baobabs in Afrika. Klimaatverandering is verdachte nummer één.

Een grote baobab in het wildreservaat Selous in Tanzania. Foto ALEXANDRA GIESE

Het begon als onderzoek naar leeftijd en groeiwijze van de Afrikaanse baobab, de grootste boom met bloemen ter wereld. Maar eenmaal bezig ontdekte het internationale team van zeven biologen, geologen en chemici dat er iets geks aan de hand is met de baobab: negen van de oudste exemplaren ter wereld zijn in de afgelopen twaalf jaar doodgegaan. Dat schrijven ze deze week in Nature Plants.

Er is niets dat wijst op een epidemie. En het is ook niet zo dat alle gestorven bomen hun maximaal mogelijke leeftijd hadden bereikt. Daarvoor loopt hun leeftijd ook te ver uiteen. De ooit oudste Afrikaanse baobab ter wereld, ‘Panke’ in Zimbabwe, ging dood in 2011, na een leven van 2.500 jaar. En ‘Makulu Makete’ in Zuid-Afrika stierf in 2008, na 1.250 jaar. Er lijkt ook een snelle toename in het aantal oude baobabs dat nu een schijnbaar natuurlijke dood sterft. Mogelijk, zo opperen de onderzoekers, speelt klimaatverandering een rol – maar er is nog meer onderzoek nodig om die hypothese te onderzoeken.

Apenbroodboom

De Afrikaanse baobab (Adansonia digitata), ook wel apenbroodboom, is een van de negen baobabsoorten ter wereld. De boom groeit op de savanne in het midden en zuiden van Afrika en kan een houtvolume tot 500 kubieke meter bereiken. Nog niet zo groot als bijvoorbeeld sequoia’s of Nieuw-Zeelandse kauri’s, maar dat zijn allemaal naaktzadige bomen. De baobab is de enige bedektzadige boom (dus: bloem- en vruchtdragend) die een dergelijke omvang kan bereiken.

Biologen vermoedden al langer dat baobabs oud kunnen worden – tot 2.000 jaar – maar door de complexe bouw van de bomen is het niet mogelijk om met standaard jaarringenonderzoek de ouderdom vast te stellen. Die oudste bomen, schrijven de onderzoekers, bestaan altijd uit meerdere stammen, waarvan er één de oudste is. De andere stammen komen er in de loop van de tijd bij, net zoals aan andere bomen nieuwe takken groeien. Samen vormen de stammen (die in meer of minder mate met elkaar zijn vergroeid) een ring of een ellips, met open ruimte in het midden.

Voor de ouderdomsbepaling gebruikten de onderzoekers een speciale massaspectrometer waarin ze kleine stukjes baobabhout dateerden aan de hand van radioactieve koolstofisotopen. Daarmee kwamen ze op 2.500 jaar voor Panke in Zimbabwe. Bomen in Namibië en Zuid-Afrika bleken stammen van minstens 2.000 jaar oud te hebben. Maar al die drie bomen zijn inmiddels (ten dele) dood: die in Zimbabwe heeft geen enkele levende stam meer, en van de andere twee zijn alleen nog de jongere stammen in leven. Ook met zes andere oude bomen is het slecht gesteld.