Sofyan Amrabat heeft twee paspoorten. „Ik heb daar niet echt een speciaal gevoel bij. Het zijn voor mij gewoon reisdocumenten, één groen, één rood.”

Foto Bastiaan Heus

‘Dan denk je: hé, zie je wel. Je blijft toch een Marokkaan’

Interview Sofyan Amrabat, Marokkaans international De Marokkaans-Nederlandse voetballer Sofyan Amrabat (21) groeide op in een gezin van vier zoons in Het Gooi. Hij verkoos het Marokkaanse elftal boven Oranje en gaat nu met zijn broer Nordin naar het WK.

‘Mijn vader is het grootste voorbeeld van integratie, van opgaan in de samenleving. Hij kwam op zijn vijftiende naar Nederland, hij ging uit zichzelf naar school. Wilde leren, volgde extra lessen om de taal onder de knie te krijgen, ging werken. Zo bouwde hij hier een goed bestaan op.”

„School was heel belangrijk, daar hamerde hij op. En: iedereen respecteren, op tijd thuis zijn. Ik durfde geen kattekwaad uit te halen. Hij zei altijd: als er ooit politie voor de deur staat, heb je een groot probleem. Toen ik jong was, mocht ik nooit naar de stad, ik mocht alleen naar het kooitje om te voetballen.”

„Ik heb een goede opvoeding gehad, ook veel liefde gekregen. Ze zaten er kort op. Tegenwoordig is dat minder, bij zowel Marokkaanse als Nederlandse ouders. Ze zijn meer bezig met hun eigen dingen, de kinderen laten ze hun gang gaan.”

„Ik ben met drie oudere broers opgegroeid in Huizen. Ik heb het er altijd goed naar mijn zin gehad, ik denk dat ik uiteindelijk ook terugkeer. Mijn broer [Nordin, ook profvoetballer] heeft er ook een huis.”

„Mijn familie komt uit het Rifgebergte. Mijn opa van vaderskant kwam vooral naar Nederland om geld te verdienen, hij werkte hier keihard. Eerst in de kaasfabriek in Huizen. En bij BN International [behang- en kunstlederfabrikant], ook in Huizen, waar mijn vader nu werkt als laborant.”

„Ik heb twee paspoorten. Ik heb daar niet echt een speciaal gevoel bij. Het zijn voor mij gewoon reisdocumenten, één groen, één rood. Tegenwoordig is dat normaal. Ik ben Marokkaan, maar ik ben hier geboren, ik voel me in beide landen thuis.”

De keuze

Najaar 2017, Amrabat moet kiezen tussen het nationale team van Marokko of van Nederland. Beide landen zien potentie in de middenvelder. Zijn korte interlandgeschiedenis, tot dan: vier wedstrijden voor Nederland onder-15, uit beeld geraakt, vervolgens enkele duels voor Marokkaanse (jeugd)elftallen en begin vorig jaar zijn debuut voor de nationale ploeg.

Na een aantal goede optredens bij Feyenoord aan het begin van dit seizoen ontstaat een mediastorm: moet hij niet voor Oranje kiezen? Op dat moment kan Amrabat nog switchen. De vrees bestaat dat Oranje na Hakim Ziyech opnieuw een talentvolle speler kwijtraakt aan Marokko. Er volgt een twee uur durend gesprek met toenmalig bondscoach Dick Advocaat en Jong Oranje-coach Art Langeler.

In Marokko maakt bondsvoorzitter Fouzi Lekjaa zich hard voor de zaak. In een interview zegt hij: „Als de coaches van het Nederlands elftal jou willen vanwege jouw voetbalkwaliteiten, weet dan dat er 35 miljoen Marokkanen zijn die jou als mens willen.”

Amrabat: „Ik snap wat hij bedoelt. Met andere woorden zegt hij: ‘Je bent een Marokkaan, wij zijn Marokkanen, we houden echt van je, zij [Nederlanders] zien je als Marokkaan, zij willen je alleen omdat je goed kan voetballen.’ Maar, zo voel ik het niet. Het is niet zo dat ik dacht: ik word hier als Marokkaan gezien.”

Sofyan Amrabat: „Je voelt warmte, zelfs bijna liefde, hoe graag ze willen dat je voor Marokko speelt.”

Foto Bastiaan Heus

„De bond liet mijn hele familie naar Marokko overkomen voor een wedstrijd tegen Gabon. Alles was top geregeld. Je voelt warmte, zelfs bijna liefde, hoe graag ze willen dat je voor Marokko speelt. Bij de KNVB was dat wat minder. Het was op dat moment ook niet duidelijk wie verantwoordelijk was. Er was geen technisch directeur, Advocaat zou weggaan. Bij Marokko had de trainer net verlengd, de bondsvoorzitter zit daar waarschijnlijk nog tien jaar, er was stabiliteit.”

„Niet alleen dat. Mustapha Hadji [voormalig Marokkaans topspeler, nu assistent-bondscoach] belde mij meteen op, toen het verhaal rond Nederland speelde. Hij is een icoon in Marokko. ‘Hé broertje’, zei hij. ‘Je moet voor ons blijven spelen.’ Op Instagram heb ik duizenden berichten gehad, niet normaal, van Marokkaanse mensen over de hele wereld.”

„De bondscoach van Marokko [Hervé Renard] zei: jij bent een van onze grootste talenten, we zien in jou de nieuwe leider. Samen met Hakim Ziyech op het middenveld kun jij de komende tien jaar voor ons gaan spelen en belangrijk zijn.”

Begin november maakt Amrabat bekend dat hij voor Marokko kiest. „Het was echt lastig, ik heb goede gesprekken gehad, ze wilden beide graag. Uiteindelijk zei mijn gevoel dat ik voor Marokko moest blijven spelen.”

De kritiek

De zaak-Amrabat staat niet op zich, meerdere Marokkaans-Nederlandse voetballers kiezen de laatste jaren voor Marokko, waar spelers in het verleden eerder voor Oranje kozen. Kritiek kwam: bij welk land lag hun loyaliteit eigenlijk?

Bij Voetbal Inside zei Johan Derksen dat spelers die hier zijn opgegroeid „de morele verplichting hebben om voor Nederland te kiezen”. Omdat zij hier worden opgeleid door de clubs en „meeprofiteren van de sociale welvaartsstaat”.

Voor het eerst sinds 1998 gaat het Marokkaanse elftal naar het WK. Van de elf basisspelers is er slechts één geboren in Marokko. “Marokkaanse spelers willen duidelijkheid en een arm over de schouder.”

Amrabat vindt dat „puur populisme”. Hij zegt: „Je hebt ook schaatsers die onder de vlag van Canada of België uitkomen. Uiteindelijk is het mijn leven en mijn keuze. Natuurlijk, je wordt geholpen door trainers, familie, ook Nederland heeft geholpen. Maar uiteindelijk heb ik zelf het grootste deel gedaan. Ik vind dat zoals je vrijheid van meningsuiting hebt, je ook vrijheid van keuze moet hebben. Marco Asensio [geboren en getogen in Spanje, Spaanse vader en Nederlandse moeder, speelt voor Spanje] zouden we toch ook met open armen ontvangen als hij voor Nederland had gekozen?”

De teneur rond Amrabat verandert als hij in de periode rond zijn keuze twee keer in de fout gaat: door zijn balverlies leidt hij tegengoals in tegen Ajax en Sjachtar Donetsk. Amrabat: „Je bent professional, je moet om kunnen gaan met kritiek. Dat waren grote fouten, mag niet gebeuren. Maar dan wordt er opeens lacherig over je gedaan. Mensen die je een maand daarvoor nog de hemel in prezen, maken je met de grond gelijk. Dat is het opportunisme van de voetbalwereld waar de waan van de dag heerst.”

„Ik probeer mij daarvoor af te sluiten, maar je krijgt het toch mee. Komen er reacties als: ‘Gelukkig heeft hij niet voor ons gekozen.’ ‘Donder maar op.’ Dan denk je: hé, zie je wel. Je blijft toch een Marokkaan. Op dat moment. Niet iedereen hoor. Maar er zijn dan toch blijkbaar mensen die anders naar je kijken. Terwijl ik mij ook gewoon Nederlander voel.”

Discriminatie in of bij het stadion maakt hij zelden mee, zegt hij. Wel was er dit seizoen in de uitwedstrijd bij PSV een voorval. „Ik maakte een overtreding bij de zijlijn, toen zei iemand tegen mij: hé schaap, of schapenneuker. Ik keek die man recht in de ogen aan, hij zat best laag. Moest ik lachen, en hij ook. Toen was het klaar. Dat is humor.”

De atleet

Amrabat speelde tien jaar bij FC Utrecht, tot hij vorige zomer naar Feyenoord vertrok. Hij is fysiek sterk, breed, heeft stevige bovenbenen. In de jeugd was hij relatief klein en tenger. Vanaf zijn zestiende, zeventiende is hij specifiek gaan werken aan zijn fysiek, ging dagelijks de gym in. „Van een jongetje werd ik een man.”

Hij werd geïnspireerd door een artikel uit Voetbal International over hoe Memphis Depay in zijn lichaam investeerde. Zijn coach bij de A1 van Utrecht, Robin Pronk, had het verhaal opgehangen in de kleedkamer. Amrabat: „Bij meerdere jongens opende dat de ogen. Ik ben ermee aan de slag gegaan, veel buikspieroefeningen, stabiliteitsoefeningen. Ook kracht, maar niet overdreven, ik moet geen bokser worden.”

Het ligt in lijn met wat er, zeker internationaal, tegenwoordig gevraagd wordt van spelers. Amrabat: „Het zijn atleten, het gaat veel meer op kracht, power. De intensiteit is hoger, je moet veel fitter en sterker zijn, zeker op het middenveld, in de as. Je ziet vaak dat de fitste teams het verst komen.”

In de voorbereiding op de afgelopen twee seizoenen deed hij extra trainingen buiten de club onder Randy Sedoc, looptrainer en voormalig atleet, en dit seizoen parttime werkzaam bij Ajax. Amrabat ging drie keer per week langs bij Sedoc en tijdens het seizoen wekelijks – ook Frenkie de Jong van Ajax was bij die sessies.

Amrabat deed met name oefeningen om zijn rompstabiliteit, explosiviteit en voetenwerk te verbeteren. En om zijn heupen (die van nature vrij ‘vast’ zitten) soepeler te krijgen.

Bekijk hier een reportage over Nordin (en Sofyan) Amrabat bij hun thuis in Huizen, uit 2008:

De WK-droom

Hij beleefde een wisselend debuutjaar bij Feyenoord. In de eerste maanden manifesteerde hij zich, met name in de Champions League. Bij Manchester City (1-0 verlies) tikte coach Pep Guardiola hem aan. „Hij zei: well done en gaf me een knipoog.”

De tweede seizoenshelft speelde hij nauwelijks, mede door zware concurrentie op zijn positie. Hij sprak over zijn situatie met broer Nordin. „Die zei: je kan twee dingen doen, of zelfmedelijden hebben, of gaan vechten. Ik zal altijd blijven vechten.” Volgend seizoen wil hij spelen. „Nog zo’n tweede seizoenshelft wil ik absoluut niet.”

Hij bleef in beeld bij Marokko, werd geselecteerd voor het WK. „We zijn echt een collectief”, zegt Amrabat, die geen basisplaats heeft. „Marokko heeft altijd wel goede voetballers gehad, maar nooit wat bereikt, omdat het nooit echt een team was. Veel van de jongens zijn al lang bij elkaar. Het is een goede mix van ervaring en talenten, technische spelers en bikkelaars.”

Mooie beelden waren het, in een reportage tien jaar terug van RTL over Nordin in het voetbalkooitje in Huizen: Sofyan als schuchter elfjarig ventje, Nordin vol branie, hij maakt in die jaren naam als watervlugge aanvaller. Nu gaan ze samen naar het WK. Amrabat, tien jaar jonger: „Echt een droom. Het is sowieso altijd een droom geweest om samen met hem te spelen, hij is mijn grote broer, ik kijk tegen hem op. Als je dan ook nog op een WK samen speelt, is dat het mooiste wat er is, denk ik.”

    • Steven Verseput