De fintech-sector bruist, en Adyen profiteert mee

Beursgang Betaalverwerker Adyen gaat woensdag naar de beurs. De uitgifteprijs van 240 euro is niet bescheiden. Een droomstart voor het Nederlandse fintech-bedrijf.

Adyen is de stille verwerker van transacties – geen consumentenmerk maar een product voor de zakelijke markt. Beeld Wenping Zheng

Je zou wat fanfare verwachten als een van de succesvolste Nederlandse techbedrijven zijn beursdebuut maakt. Maar nee, zelfs een traditionele tik op de gong kan er woensdag niet vanaf als Adyen zijn eerste dag aan het Amsterdamse Beursplein beleeft.

Die bescheiden entree past bij de manier waarop Adyen op de achtergrond betalingen afhandelt: als stille verwerker van transacties – geen consumentenmerk maar een product voor de zakelijke markt. Adyens klanten zijn wel bekend: techbedrijven zoals Facebook en Uber bijvoorbeeld, en webwinkeliers als Coolblue.

Adyens uitgifteprijs is niet bescheiden: 240 euro, aan de top van de eerder vastgestelde bandbreedte van 220 tot 240 euro. Het komt neer op een waardering van 7,1 miljard euro. Dat is tien keer minder dan beurskampioen ASML en vijf keer minder dan Philips. Maar vergeleken met andere techbedrijven die onlangs naar de beurs gingen – Spotify, Dropbox – is Adyen geen kleine speler. Het is bovendien, in tegenstelling tot Spotify en Dropbox, een winstgevend techbedrijf.

Adyen heeft de wind mee; het aantal beursgangen van techbedrijven trok in 2018 na drie dorre jaren weer aan. De fintech-sector bruist als nooit tevoren. Bijvoorbeeld door 5,4 miljard dollar aan investeringen in het eerste kwartaal van 2018. Of door overnames als die van iZettle. Deze Zweedse aanbieder van mobiele betaalautomaten wilde naar de beurs tegen een waardering van 1,1 miljard dollar en werd in mei plots gekocht door PayPal voor 2,2 miljard dollar.

Adyen vervangt een aantal tussenstappen in het betaalverkeer met één product en vraagt daar een paar cent per transactie voor. Graphic Studio NRC

PayPal is maar één van Adyens vele concurrenten. Adyen is niet de grootste verwerker van betalingen, maar wel een van de weinige partijen die een groot deel van de achterliggende waardeketen van het betalingsverkeer in één keer afhandelen.

Er is namelijk meer tussen pinpas en bankrekening dan wat je op het eerste gezicht als consument waarneemt. Adyen vervangt een aantal van die tussenstappen met één product en vraagt daar een paar cent per transactie voor.

Groeiend gemak

Adyen profiteert van het groeiend gemak waarmee mensen online aankopen doen – ook op smartphones – en de hausse aan nieuwe betaalmethoden. Nieuwkomers als ApplePay, AliPay, WePay, Google Pay of Samsung Pay (een succes in Spanje) maken de betaalmarkt voor winkeliers te onoverzichtelijk om zelf te bedienen. Zeker omdat de betaalvoorkeur per regio enorm verschilt.

Adyen vaart wel bij wat chaos en complexiteit in het betalingsverkeer. Orde scheppen in exotische betaalmethoden, de brij aan tarieven die de creditcardnetwerken rekenen, de hogere eisen voor de beveiliging van gevoelige gegevens: dat is wat Adyen in één product verpakt heeft.

Het is ook wat het bedrijf kwetsbaar maakt. Als bij toverslag één betaalmethode dominant wordt en door alle winkeliers en verkopers wereldwijd geaccepteerd wordt, dan zou dat Adyen minder relevant kunnen maken, aldus het prospectus.

Lees ook het profiel van Adyen: de Nederlandse kassa van Silicon Valley

Doordat Adyen in de haarvaten van het betaalnetwerk zit, kan het risico’s van betalingen goed inschatten. Daardoor dalen de droprates – betalingen die op het laatste moment worden geweigerd. Minder vaak ‘nee’ verkopen levert winkeliers meer omzet op.

En wat levert het Nederland op? Het succes van Adyen – nu met een officiële beurskoers – zou meer techtalent naar Amsterdam kunnen lokken. Daar profiteren andere bedrijven van. Met kantoren in alle werelddelen is Adyen klaar voor de expansie. De huidige transactievolumes (3,7 miljard betalingen in 2017) zijn nog maar het begin, belooft oprichter Pieter van der Does.

„Het is goed om in Nederland te zitten”, zei Van der Does in een eerder interview met NRC, „Dit land is zo klein zodat je wel groot moet worden.”