Zonder arbeidsmigranten worden tomaten niet geplukt

Onderzoek Zij doen het werk dat Nederlanders niet willen doen: arbeidsmigranten uit Centraal- en Oost-Europa. Hun bijdrage is groot.

Roemeense arbeidsmigranten plukken aardbeien bij een teler in Brabant. Foto Ed Oudenaarden/ANP

Ze doen laaggeschoold en veelal gestandaardiseerd werk, vaak tegen relatief lage lonen en met minder gunstige werktijden. Zij doen het werk waar nauwelijks Nederlanders voor zijn te vinden: arbeidsmigranten uit Centraal- en Oost-Europa. Ze zijn hard nodig voor de Nederlandse economie, zo luidt de conclusie van een studie van SEO Economisch Onderzoek, uitgevoerd in opdracht van uitzendbrancheorganisatie ABU.

Volgens SEO hangt er in de publieke opinie met regelmaat een negatief sentiment rond de inzet en het verblijf van arbeidsmigranten uit landen als Polen, Bulgarije of Roemenië, terwijl zij een vaste waarde zijn geworden. Ze werken als tomatenplukker in de kassen in het Westland, als heftruckchauffeur in distributiecentra of als inpakker in sorteerbedrijven. Ze doen seizoensarbeid of ander kortstondig werk waarvoor de Nederlandse taal minder belangrijk is.

Maar zonder deze arbeidskrachten – in 2016 ging het om 371.00 arbeidsmigranten die 514.000 banen vervulden – verwachten werkgevers hun productieproces te moeten aanpassen, inperken of verplaatsen. De bijdrage van deze groep arbeiders aan de Nederlandse economie is dan ook substantieel, concluderen de onderzoekers.

Bijna één op de twintig banen in Nederland wordt vervuld door een arbeidsmigrant. En van het ‘inpikken’ van de baan van een Nederlander is zeer beperkt sprake, ze zorgen juist voor additionele werkgelegenheid, productie en inkomen, met name op regionaal niveau.

Onderkant van de arbeidsmarkt

Zeker op lange termijn is er „niet of nauwelijks sprake” van verdringing, legt onderzoeker Arjan Heyma uit. „Dit zijn de banen aan de onderkant van de arbeidsmarkt. We willen allemaal dat het pakketje dat we voor 23 uur hebben besteld, de volgende dag ook aankomt. Dan moet er ’s nachts worden gewerkt en daar zijn arbeidsmigranten, vaak jonge mensen zonder gezin die hier heen komen om snel geld te verdienen, eerder toe bereid.”

Zouden arbeidsmigranten hier niet werkzaam zijn, dan vindt veel productie niet meer hier plaats, zouden bezorgkosten omhoog gaan, of zou het productieproces eenvoudiger gemaakt worden. „Dan liggen er dus niet meer vier of vijf verschillende soorten tomaten in de supermarkt. Dus hoe profiteert Nederland van arbeidsmigranten? Zo dus.”

En als er al sprake van concurrentie is dan voelen vooral traditionele allochtonengroepen, zoals Turken en Marokkanen, en laagopgeleide jongeren dat. Maar ook die werken daardoor op termijn niet in minder goede functies, stellen de onderzoekers.

    • Anne van der Schoot