Trumps simpele kijk op handel

Handelsruzie De G7 heeft op het gebied van handel niets bereikt. Duits onderzoek laat intussen zien dat de handelscijfers die Trump gebruikt, niet kloppen.

Het Witte Huis is onder Trump bezig met een offensief om te voorkomen dat de VS, in de woorden van Trump, „de spaarbank blijven die door iedereen wordt beroofd”. Foto David Maxwell/EPA

„Een op regels gebaseerd internationaal handelssysteem.” Zelfs deze open deur, opgenomen in de beoogde slotverklaring van de G7-ontmoeting dit weekeinde in Canada, bleek de Amerikaanse president Trump te veel. De Verenigde Staten ondertekenden niet, en dat droeg bij tot wat volgens veel waarnemers de meest teleurstellende G7 was in de geschiedenis van het forum. De steen des aanstoots: handel.

Het Witte Huis is onder Trump bezig met een offensief om te voorkomen dat de VS, in de woorden van Trump, „de spaarbank blijven die door iedereen wordt beroofd”. De rode draad: internationale handel is geen bezigheid waarin beide partijen winnen. Het is juist een zero-sum game, waarbij de winst van de één het verlies betekent van de ander.

De simpele kijk op internationale handel en de belemmering daarvan is als volgt: export is een krat met producten dat door een schip op een kade wordt gezet, waarna een douanier zijn potlood van achter zijn oor pakt, en er een bon van 30 procent op plakt. Hier kloppen twee zaken niet of nauwelijks.

Allereerst: tarieven zijn het probleem al vrijwel niet meer. Ja, er zijn uitzonderingen. De tarieven die Canada heft op sommige landbouwproducten zijn fors, maar dat treft slechts een miniem deel van de handel.

Het lijkt erop dat Trump de Europese btw aanziet voor een importheffing, terwijl die ook geldt voor alle Europese goederen

Er zijn misverstanden. Zo ziet Trump volgens de Amerikaanse econoom Paul Krugman de Europese btw aan voor een importheffing, terwijl die alle goederen treft: ook die in Europa zelf worden gemaakt. Het deed Krugman verzuchten dat Europa hier wordt gestraft voor iets wat het helemaal niet doet.

De Wereldbank houdt bij hoe hoog de invoertarieven in landen zijn, als gewogen gemiddelde voor alle tarieven over alle goederen. Econoom Justin Wolfers wees daar dit weekeinde nog op. In de VS en de Europese Unie zijn de tarieven gemiddeld 1,6 procent. In Japan is dat 1,4 procent en in Canada 0,8 procent. Het is vooral het resultaat van de jarenlange onderhandelingen die sinds de Tweede Wereldoorlog juist onder aanvoering van de VS zijn gevoerd.

Dat nieuwe handelsrondes de laatste tijd zo moeizaam gingen, komt met name doordat de tarieven eigenlijk al vrijwel weg zijn. Het ging daarna vooral om het slechten van resterende handelsbarrières: importrestricties met verwijzing naar nationale veiligheid, volksgezondheid, cultuur of speciale sectoren en belangengroepen. Dat gaat veel moeilijker: zie de TTIP-onderhandelingen tussen de VS en de EU die vorig jaar op sterk water werden gezet, waarbij veel Europeanen zich verzetten tegen ‘chloorkippen’ of genetisch gemanipuleerd ‘Frankenfood’.

Tarieven zijn dus eigenlijk het issue al lang niet meer. Maar de tweede simplificatie – het krat op de kade – gaat ook al niet meer helemaal op. Handel in goederen is voor een belangrijk deel handel in halffabricaten. Veel producten zijn het resultaat van lange, uitgebreide productieketens die de globe omspannen. Welk deel waar wordt gemaakt, welke toegevoegde waarde waar valt: het is allemaal erg complex geworden.

En dan zijn er nog de diensten. De gemiddelde Europeaan kan zich afvragen: de VS heeft inderdaad een handelstekort van 153 miljard dollar met de EU, maar waar passen Google of Facebook eigenlijk in dit verhaal? Zij, en tal van andere Amerikaanse giganten, halen flinke winsten in Europa, zonder noemenswaardige lokale concurrentie.

Amerikaans overschot met de EU

De econoom Gabriel Felbermayr, verbonden aan het Duitse Ifo-instituut, publiceerde vorige week een berekening op basis van de betalingsbalans tussen de VS en andere landen. Op basis van Amerikaanse cijfers, overigens. De ‘lopende rekening’ van de betalingsbalans omvat betaalstromen uit de handel in goederen, in diensten en de stromen van bijvoorbeeld bedrijfswinsten. Ter simplificatie verdeelt Felbermayr deze stromen onder de ‘oude economie’: de handel in goederen. En in de ‘nieuwe economie’: diensten die over de grens worden verleend en de winsten die daar uit voortvloeien.

Het resultaat is treffend. De VS hebben weliswaar een fors tekort in de goederenhandel met de EU, maar juist een fors overschot bij de handel in diensten en de transfer van bedrijfswinsten. Per saldo, als alle relevante betaalstromen bij elkaar worden opgeteld, resteert een klein Amerikaans overschot met de EU. Nederland figureert prominent in deze cijfers, omdat het, samen met Ierland, om fiscale redenen een spil is in het web van betaalstromen. Felbermayr wijst erop dat veel Amerikaanse winsten die in Duitsland worden gehaald, daardoor niet in de Duitse cijfers terugkeren. Met China blijft het Amerikaanse tekort fors, vooral omdat de Amerikaanse techsector daar geen voet aan de grond krijgt.

Zo liggen de zaken voor de VS gecompliceerder dan Trump en zijn adviseurs voorstellen. De verhoudingen zijn, zeker met Europa, veel gunstiger voor Amerika dan op het eerste gezicht lijkt. Maar dat is geen boodschap waar je in het Amerikaanse Midden-Westen mee kunt thuiskomen.