Katja Weitering en Felix Rottenberg van de Amsterdamse Kunstraad: „Het Stedelijk is geen Kunsthal.”

Foto Maurice Boyer

‘Stedelijk is band met stad verloren’

Stedelijk Museum Amsterdam

De Amsterdamse Kunstraad geeft advies over het Stedelijk na Beatrix Ruf: zet de collectie centraal en laat het MoMA in New York niet de maatstaf zijn.

Het Stedelijk Museum Amsterdam is een inflexibele, gesloten en gebrekkig bestuurde organisatie, die het zicht op de eigen kracht is kwijtgeraakt en de band met de stad heeft verloren.

Deze harde bevindingen staan in een rapport van de Amsterdamse Kunstraad. Na het vertrek van directeur Beatrix Ruf raakte het Stedelijk in oktober in een impasse. Het gemeentebestuur vroeg de Kunstraad daarna om advies uit te brengen over de positie van het museum – in de stad, nationaal en internationaal.

Lees ook: ‘Stedelijk moet verbinding met Amsterdam herstellen’

Dat kan alleen, zegt Kunstraad-voorzitter Felix Rottenberg, als je eerst vaststelt wat het museum de afgelopen jaren heeft belemmerd om een vitaal en open museum te zijn.

Samen met bestuurslid Katja Weitering licht Rottenberg het maandag gepresenteerde advies toe.

Waarom is uw advies eerder gepubliceerd dan het onderzoek naar het bestuur van het museum en de bijverdiensten van Ruf?

Rottenberg: „Ons rapport is af. Tijd dus om het aan de wereld te openbaren. We hebben wel contact gehad met die andere onderzoekers, maar hun rapport niet gelezen.”

Uw advies heet: ‘Het museum als dynamisch geheugen’. Hoe zou u het Stedelijk van de afgelopen jaren willen omschrijven?

Weitering: „Als een tentoonstellingsmachine. Maar het Stedelijk is geen Kunsthal. De kracht van het Stedelijk zit in de rijke en gevarieerde collectie. Vanuit de collectie kan het museum nieuwe en onverwachte perspectieven bieden op ontwikkelingen van nu. Maar vooral door bezuinigingen stak het Stedelijk nog slechts 3 procent van de begroting in het beheer en het onderhoud van de collectie.”

De stad snakt naar een vitaal Stedelijk Museum, stelt u.

Rottenberg: „Ja, een museum dat een bruisende plek en een springplank voor kunstenaars is. Sinds de verzelfstandiging in 2006 is die rol steeds minder geworden.”

Weitering: „De verzelfstandiging is onder een slecht gesternte doorgevoerd. Het museum was dicht vanwege een verbouwing, de staf zat in Sloterdijk, ver van het stadscentrum, en de samenhang in de organisatie ging verloren. Daar kwamen vervolgens nog eens de bezuinigingen bij. De afgelopen tijd is de aandacht vooral uitgegaan naar mogelijke belangenverstrengeling bij het museum. Met dit advies willen wij aandacht vragen voor de structurele problemen.”

Hoe heeft het zo kunnen ontsporen?

Rottenberg: „Verzelfstandiging moet steeds opnieuw worden uitgevonden. Daar is geen handboek voor. De politiek is na de verzelfstandiging ook te veel op afstand gaan staan. Als eigenaar van de collectie heeft de gemeente nauwelijks gesprekken gevoerd over hoe het museum daarmee omgaat. We adviseren dat de gemeente extra budget voor de collectie beschikbaar stelt. Welk bedrag? Dat is niet aan ons. En laat de nieuwe directeur maar eens een tienjarenvisie voor het museum opstellen.”

Waarom wilt u dat de gemeente zich nadrukkelijker bemoeit met het benoemen van toezichthouders?

Rottenberg: „Toezicht bij Nederlandse musea gaat over governance, over bestuur. Bij het Stedelijk is de raad van toezicht zich ook gaan bezighouden met het binnenhalen van extra geldstromen.”

Weitering: „Daarbij is de raad er niet in geslaagd om een model te ontwikkelen waarbij transparantie en openheid centraal staan. En toezichthouders die zelf nieuwe toezichthouders benoemen, is minder wenselijk.”

Het Stedelijk moet de verwachtingen van bezoekers vooropstellen. Wat stond de afgelopen jaren voorop?

Samen, tegelijk: „Overleven.”

Weitering: „En de ambitie om weer mee te doen met de hoogste regionen van de kunstwereld, het Stedelijk werd regelmatig langs de meetlat van het MoMA in New York gelegd. Daarbij kwam het messias-complex, het waanbeeld dat één directeur met een toverstaf het Stedelijk zou redden. Maar als het museum niet aan de voorwaarden voldoet om aan de internationale top te bewegen, is zo’n directeur gedoemd om te mislukken.”

Rottenberg: „Directie, raad van toezicht en de gemeente moeten in permanente dialoog met elkaar komen. Om zo te bepalen hoe de lokale, nationale en mondiale ambities kunnen worden gerealiseerd. Die dialoog is onvoldoende gevoerd.”

Miste Ruf bestuurlijke ervaring of stond ze voor een onmogelijke taak?

Weitering: „Beide. De randvoorwaarden voor een succesvol programma ontbraken.”

Rottenberg: „We hopen dat het debat zich de komende tijd niet richt op de vraag of mevrouw Ruf zich aan de regels heeft gehouden. Het instituut, dáár moet het gesprek over gaan.”

De Kunstraad pleit voor doorstroming binnen het museum. Na vijf jaar zouden conservatoren in een andere functie verder moeten gaan. Kan dat volgens het arbeidsrecht?

Rottenberg: „Dat is complex. Maar een vitale en dynamische organisatie heeft doorstroming nodig. Daarom zetten we dit punt op de agenda. Voor de toekomstige directieleden stellen we ook een benoemingstermijn van zeven jaar voor. Dat geeft mogelijkheden om in te grijpen.”

De toekomstige directeur mag geen betaalde nevenfuncties hebben. Voor Beatrix Ruf waren die nevenfuncties juist een voorwaarde om naar Amsterdam te komen. Verwacht u dat deze eis de zoektocht naar een directeur lastig maakt?

Weitering: „Dat ligt eraan wie je voor ogen hebt. Misschien wordt het lastig om weer een directeur te vinden uit het lijstje met de machtigste mensen uit de kunstwereld. Misschien zouden we overigens nog iets aan het salaris kunnen doen; Ruf verdiende flink minder dan de zakelijk directeur van het Stedelijk.”

Rottenberg: „Het directeurschap van het Stedelijk is een fantastische uitdaging voor iemand tussen de dertig en de veertig. Zo’n kans kan toch niet stuklopen op het salaris?”

U benadrukt in uw advies het belang van het Stedelijk voor Amsterdam en Nederland. Gaat uw voorkeur na twee buitenlandse artistiek directeuren uit naar een Nederlander?

Rottenberg: „Nee, Amsterdam is een internationale stad. Een goede kosmopoliet wordt hier met liefde opgenomen.”

Weitering: „Als het maar iemand is die gevoel heeft voor bestuurlijke verhoudingen. Die beseft dat het merendeel van de begroting van het Stedelijk uit publieke middelen afkomstig is. Dat lijkt de laatste jaren soms een beetje vergeten. Door de directie, door toezichthouders en zelfs door de gemeente.”

Rottenberg: „En de toezichthouders en de gemeente zouden zo’n buitenlander moeten coachen. Het Stedelijk is geen zorgenkind maar wel een kind dat voortdurend aandacht nodig heeft.”

    • Daan van Lent
    • Arjen Ribbens