Soms voelt een jong slachtoffer zich bij de politie zelf een dader

Mensenhandel Minderjarige slachtoffers van mensenhandel zijn vaak loyaal naar hun uitbuiter. Zo zijn er meer drempels voor aangifte.

Een meisje van 16 uit de omgeving van Amersfoort wordt gehoord door een politierechercheur. Het vriendje dwong haar tot betaalde seks met andere mannen en de rechercheur wil weten hoe dat in zijn werk is gegaan. Om daar achter te komen, vraagt hij wat ze precies heeft gedaan, en met wie. Het meisje begint aan zichzelf te twijfelen. Is het misschien toch haar eigen fout? Gelooft de politie haar wel? Het gevolg: haar onzekerheid om te praten groeit.

Martien Fagel van hulpverleningsorganisatie Pretty Woman in Utrecht begeleidt het meisje: „Sommige meisjes ervaren de gesprekken met de politie alsof ze zelf de dader zijn.” Het risico is dat slachtoffers hun verhaal niet vertellen, geen aangifte doen en de uitbuiter niet wordt aangepakt.

Het is één van de drempels die minderjarige slachtoffers van mensenhandel tegenkomen als ze aangifte willen doen, volgens het Centrum Kinderhandel Mensenhandel (CKM). Dat onderzocht de hobbels die een uitgebuite 18-minner moet nemen bij aangifte. Het sprak met ruim twintig mensen: slachtoffers, slachtofferadvocaten, hulpverleners, politiemedewerkers, officieren van justitie belast met de aanpak van mensenhandel en een rechter. Deze dinsdag worden de uitkomsten gepubliceerd.

Eerst een disclaimer, zegt hoofd van het CKM Frank Noteboom: niet alle drempels worden opgeworpen door de politie. Duur en heftigheid van het strafproces, angst voor de mensenhandelaar, onbekendheid met wat strafbaar is en vrees voor pittige gesprekken met de rechter-commissaris en de advocaat van de verdachte zorgen er ook voor dat uitgebuite jongeren niet snel naar de politie stappen.

Misdrijf herkennen

De cijfers: in 2016 telden politie en hulpverleners 952 slachtoffers van seksuele, criminele en arbeidsuitbuiting, blijkt uit de Slachtoffermonitor 2012-2016. Dat zijn er minder dan in 2015 (1.150) en in 2014 (1.256). Volgens deskundigen is er niet minder mensenhandel, wel minder aandacht voor opsporing ervan. Iets minder dan een kwart van de slachtoffers in 2016 was minderjarig. Ten minste 182 slachtoffers deden uiteindelijk aangifte. Hoeveel van hen minderjarig waren, weet Noteboom niet. „Maar”, zegt hij, „wij krijgen signalen uit het veld dat het er steeds minder zijn.”

Een eerste stap om te komen tot aangifte, aldus het rapport, is dat slachtoffers de gebeurtenis herkennen als seksuele uitbuiting, en dus als misdrijf. Maar vaak blijven ze, door manipulatie, loyaal aan de uitbuiter. Een slachtoffer in het rapport: „Moest ik die jongens nou gaan verraden?”

Bovendien weten jongeren niet goed wat wel en niet strafbaar is. Als ze daar een beter beeld van zouden hebben, een beeld dat aansluit op hun belevingswereld, zegt Noteboom, leren ze dat eerder zelf herkennen.

Angst is een tweede beletsel voor aangifte. Want iemand aangeven kan gevaarlijk zijn; de uitbuiter dreigt bijvoorbeeld de familie op te zoeken. Maar zonder verklaring van het slachtoffer ben je nergens, zegt mensenhandelofficier Warner ten Kate. „Die heeft ondervonden wat er gebeurd is.”

Om slachtoffers te laten verklaren, moet je hun angsten wegnemen. Een uitkomst kan zijn de verdachte al vroeg een locatie- of contactverbod op te leggen, volgens Noteboom. Maar ook door technische hulpmiddelen, bijvoorbeeld een app die het slachtoffer kan gebruiken als hij gevaar dreigt te lopen.

Derde hobbel, aldus het rapport: het aantal keer dat een slachtoffer wordt gehoord en de gedetailleerde vragen daarbij kunnen zorgen „voor herbeleving van het trauma” en „als te belastend worden ervaren”.

Forensisch psycholoog

Deze maand begint de politie een proef die onderzoekt of het helpt om slachtoffers van mensenhandel door iemand anders dan een rechercheur te laten horen, bijvoorbeeld door een forensisch psycholoog. De proef richt zich in eerste instantie op minderjarige slachtoffers van mensenhandel, zegt Monique Mos, hoofd Operatiën bij de politie-eenheid Den Haag.

Psychologen zouden ervoor kunnen zorgen, zegt Mos, dat slachtoffers zich meer op hun gemak voelen en beter kunnen vertellen wat hun overkomen is. Zo zouden de eerste gesprekken kunnen worden gevoerd door de psycholoog en kan later de rechercheur aanhaken. De politie hoopt zo dat meer slachtoffers van mensenhandel aangifte doen. Mos: „Een psycholoog benadert zo’n slachtoffer anders dan een rechercheur.”

Lees ook: Psycholoog gaat helpen bij aangifte mensenhandel

Heeft het horen door een psycholoog dezelfde waarde voor de rechter als een officieel proces-verbaal van een opsporingsambtenaar? Dat gaan we onderzoeken, zegt Mos. Wat Noteboom betreft, zit de forensisch psycholoog in de toekomst ook bij het gesprek tussen de advocaat van de verdachte en het slachtoffer. Als de advocaat zijn vragen via het ‘oortje’ van de psycholoog stelt, zegt Noteboom, voelt het slachtoffer zich minder onder druk gezet.

    • Martin Kuiper