Rodrigo Duterte: populair bij de middenklasse, gevreesd door de armen

Filippijnen

Internationaal krijgt president Rodrigo Duterte forse kritiek voor zijn War on Drugs. In de Filippijnen is er ook veel lof voor zijn keiharde aanpak. „Hij is gemaakt voor deze baan.”

Aanhangers van de Filippijnse president Duterte in Manila. Foto Mark R. Cristino/EPA

Je zou verwachten dat autoverkoper Louie Pinera niet zo blij is met president Rodrigo Duterte. De Toyota-dealer waar hij werkt, verkocht elke maand tussen de vier- en vijfhonderd auto’s. Maar sinds begin dit jaar zijn dat er nog maar tweehonderd.

In januari voerde de Filippijnse regering een nieuwe belastingwet in. De prijzen van allerlei producten gingen omhoog, ook die van benzine en auto’s. Louie Pinera vist als bewijs oude en nieuwe flyers met de prijsverschillen uit zijn snelle mapje.

Toch vindt de verkoper die hogere belasting prima. Op de lange termijn is het alleen maar goed voor de Filippijnse economie, zegt hij, de regering kan dat extra belastinggeld investeren. Pinera ziet het op straat, overal wordt gebouwd. „Niet alleen in Manila, deze president vindt ook de rest van het land belangrijk. Eerst had ik mijn twijfels over Duterte, ik kende hem niet echt. Nu zie ik: hij is gemaakt voor deze baan.”

Internationaal krijgt de Filippijnse president Rodrigo Duterte alleen maar kritiek. Hij haalt het nieuws met grove en vaak vrouwonvriendelijke uitspraken. Vorige week nog zoende hij, op bezoek in Zuid-Korea, zomaar een vrouw op haar mond. Volgens Duterte was het voor de gein, maar vrouwenorganisaties zagen hierin het zoveelste voorbeeld van zijn vrouwenhaat.

Meedogenloze strijd

De felste afkeuring krijgt zijn meedogenloze strijd tegen handel en gebruik van drugs. In de bijna twee jaar dat Duterte nu president is, vielen volgens de Filippijnse politie ruim 4.200 doden in anti-drugsoperaties. Mensenrechtenorganisaties denken dat het er zeker 12.000 zijn. Meestal zonder enige vorm van proces.

Ondanks dit alles is een ruime meerderheid van de Filippijnse bevolking, 69 procent, tevreden met Dutertes regering – dit is het recentste cijfer van het Filippijnse peilingbureau Social Weather Stations. Rond de jaarwisseling haalde Duterte zelfs de hoogste waardering van een kabinet ooit. En bevreemdend is al helemaal dat volgens het de regering een very good als beoordeling haalt voor de bescherming van mensenrechten. Hoe kan dat?

Omdat het echt veiliger is in zijn buurt, zegt autoverkoper Louie Pinera. Als de criminaliteit vóór Duterte 100 procent was, ligt die nu rond de 30 procent, zegt hij. „De criminelen zitten in de gevangenis. Duterte lost het probleem op.” Al gelooft hij niet dat de politie zomaar mensen neerschiet in opdracht van de president. „Niet al het nieuws is waar. Het kan zijn dat de oppositie dat soort dingen verzint.” Dit is precies wat aanhangers van Duterte, ze noemen zich de Diehard Duterte Supporters, op sociale media zeggen: dat de president ten onrechte wordt beschuldigd.

Onder Filipino’s is de steun voor de war on drugs ook groot. Volgens onderzoeksbureau SWS is bijna 80 procent er tevreden over. Analist Ramon Casiple – „het gaat alleen nog maar over Duterte” – legt uit hoe dat kan. In de Filippijnse cultuur draait alles om je eigen familie en de kring daaromheen, zegt hij: „Zodra het om mensen buiten je eigen netwerk gaat, is de algemene reactie: opgeruimd staat netjes.” En van Duterte zien mensen vooral dat hij levert, zegt Casiple. Hij maakt zijn verkiezingsbelofte waar om drugshandel aan te pakken.

Intussen blijft Rodrigo Duterte zichzelf profileren als anti-elite, als man die dezelfde taal spreekt als zijn volk, wat zo belangrijk was in zijn campagne twee jaar geleden. Laatst zei Duterte volgens de krant Philippine Daily Inquirer dat het onzin is om zijn familie de First family te noemen. Volgens hem is het een republikeinse gewoonte die niet meer thuishoort in een democratie. „Alle Filipino’s horen bij de First family.” Het paleis waar hij werkt, noemt hij zijn kantoor. Zijn ambtenaren zijn gewoon arbeiders.

Op het Plaza Miranda, een druk plein midden in Manila waar de Filipino’s vaak demonstraties houden, trekt Gina de Dios een vies gezicht als je haar vraagt op wie ze heeft gestemd twee jaar geleden. Ja, het was op Duterte. „Ik ben zo teleurgesteld. Ik heb mijn stem weggegooid.” De Dios staat bamboestekjes te verkopen, ergens tussen de kraampjes met schoenen en de vrouwen die je tarotkaarten leggen in. Op een gemiddelde dag verdient ze 2.000 pesos, ongeveer 32 euro. Ze moet er acht kinderen mee onderhouden.

War on Drugs

Gina de Dios had gehoopt dat Duterte zijn belofte om mensen uit armoede te halen, waar zou maken. Maar het leven is voor haar alleen maar zwaarder geworden, zegt ze. De Dios woont in een buitenwijk van Manila en in haar omgeving worden geregeld mensen vermoord. „Vrienden van mijn ex zijn neergeschoten. Natuurlijk ben ik bang dat één van mijn kinderen ook iets overkomt.”

Wat Gina de Dios beschrijft is precies het verschil tussen de middenklasse en de armen, zegt Rowena Legaspi. Ze is directeur van het Children’s Legal Rights and Development Center in Manila en haar organisatie verzamelt bewijs over de drugsmoorden. „De middenklasse voelt zich veilig. Wie het zich kan veroorloven om de andere kant op te kijken, doet het. Voor de lagere klasse is dat geen optie.”

Hoewel de War on Drugs in de media de laatste tijd minder aandacht krijgt, gaat het moorden volgens Rowena Legaspi gewoon door. De Filippijnse politie maakt alleen niet meer elke dag een lijstje met doden bekend, zoals in het begin wel gebeurde. Legaspi: „Langzaam begint in de arme gemeenschappen door te dringen dat de enige verkiezingsbelofte waaraan Duterte voldoet, is dat hij zoveel mensen zou vermoorden dat de vissen in de baai van Manila genoeg te eten zouden hebben.”

Lees ook: Waarom de Filippijnen zich terugtrekken uit het Strafhof

Het is ook lastig om Duterte op andere verkiezingsbeloften af te rekenen, omdat hij destijds niet eens een officieel programma had. „Zijn simpele boodschap was verandering”, zegt analist Ramon Casiple. De belastingmaatregel van begin dit jaar is wel onderdeel van een groter economisch plan, want met de inkomsten daarvan wil Duterte wegen, havens, en treinverbindingen aanleggen. Hier is nog de vraag wat ervan terecht komt – veel projecten die nu al lopen, stammen nog uit de vorige periode.

In de samenleving bestaat intussen een gebrek aan kritische massa, waarschuwt activiste Rowena Legaspi. Veel organisaties zijn bang om zich uit te spreken. Ze krijgt steun uit onverwachte hoek: een hoge Filippijnse ambtenaar zegt precies hetzelfde en wil mede daarom graag anoniem blijven. „Als mensen bang zijn zoals nu, kun je niet echt van democratie spreken.”

Twee priesters vermoord

Hij neemt ook de strijd die Duterte voert tegen corruptie binnen de overheid niet zo serieus. Geregeld zijn er nieuwsberichtjes over wie de president nu weer heeft ontslagen. „Maar hij ontslaat alleen degenen bij wie hij het kan maken. De hoge ambtenaren met echte macht blijven gewoon zitten, dat zijn al jaren dezelfde mensen.”

Ook de katholieke kerk, een belangrijke partij in dit gelovige land, houdt zich de laatste tijd liever op de vlakte. In vier maanden tijd zijn twee priesters vermoord. En senator Leila de Lima, zij is één van Dutertes belangrijkste critici, zit al sinds februari vorig jaar vast, op verdenking van betrokkenheid bij drugshandel. Vorige week werd bekend dat al haar bezwaren tegen haar arrestatie zijn afgewezen.

Als autoverkoper Louie Pinera symbool staat voor de gemiddelde Filipino, dan maakt die zich niet druk over democratie en het belang van een open samenleving. Mensen in zijn omgeving zijn helemaal niet angstig om zich uit te spreken, zegt hij. „Ja, als je een drugsverslaafde bent, dan heb je reden om bang te zijn.”

    • Annemarie Kas