Opinie

    • Frits Abrahams

„Noordwijk? Moordwijk!”

Omdat we een rustig weekje aan de kust wilden doorbrengen, hadden we voor Noordwijk gekozen. Het leek een veilige keuze, zo’n verblijf tussen al die vreedzame Duitse toeristen. We kenden Noordwijk slecht, ook daarom wilden we er eens wat langer heen.

Al onze eerste avondwandeling door Noordwijk bevestigde mijn vermoeden dat je er gemakkelijk ingeslapen kon raken zonder ooit nog wakker te worden. Gelukkig bleef mijn vrouw op haar hoede. Ze verwierp mijn voorstel om het raam op onze hotelkamer ’s nachts open te zetten. Ze wees naar het balkon: daar konden een paar lenige inbrekers zonder veel moeite op klimmen. Ach, wierp ik nog tegen, Noordwijk is een brave gemeente, zonder criminaliteit van enige betekenis.

Enkele dagen later informeerde mijn dochter per mail ongerust of we nog in leven waren. Jongeren hadden politiemensen en burgers bedreigd en autobranden gesticht, reden voor de burgemeester van Noordwijk een nachtelijke noodverordening, inclusief samenscholingsverbod, af te kondigen. Ik antwoordde verbouwereerd dat we in Noordwijk aan Zee, waar wij logeerden, een gat in de dag hadden geslapen. Die rellen waren vier kilometer verderop, in een wijk in Noordwijk-Binnen. Aan zee heerste rust en orde, zoals het hoort in een toeristenoord.

Maar niemand wilde me geloven. Toen ik in Amsterdam terugkeerde, was de eerste reactie: „Noordwijk! Moordwijk zal je bedoelen! Het was de opening van het Journaal!”

Ik deed er maar het zwijgen toe, want wie is opgewassen tegen de macht van de media? Maar zélf zal ik me een heel ander Noordwijk herinneren. Om te beginnen: een Noordwijk waar het altijd waait – steviger dan in andere badplaatsen waar ik logeerde. Was dat toeval? „Nee”, zei een hoteleigenaar laconiek, „dat klopt, het waait hier altijd.”

Verder bleek Noordwijk een plaats waar je volkomen onverwacht over bekende Nederlanders kunt struikelen. Ik noem er twee. We hadden thee gedronken in de weelderige tuin van het hotel Huis ter Duin, befaamd door het (inmiddels opgehouden) verblijf van het Nederlands elftal. We daalden de trappen naar het strand af, beneden passeerde ons een man met enkele stoelen in zijn armen. Samen met een vrouw en twee kinderen zocht hij de beschutting (uiteraard tegen de wind) van enkele schermen op het strand. Wim Kieft. Het was alsof hij nog voetbalde bij de beste elf van Nederland. Was het maar waar geweest.

De volgende dag zag ik een rozige, wat wazig kijkende man op het terras van café Rosser. Hij leefde pas op toen een passerende jonge vrouw hem vroeg of ze een foto van hem mocht maken. Harry Mens. Harry Mens!

Zoals de meeste Nederlandse badplaatsen is ook Noordwijk lelijk. Er bestaat een boekje, getiteld Wandelen door de badplaats Noordwijk toen en nu. Het is een ongewild komisch boekje omdat het laat zien wat er is afgebroken en wat ervoor in de plaats kwam. Wat lelijk was, werd alleen maar nóg lelijker. Neem het Jan Kroonsplein, vlak achter de boulevard. Daar werden in de jaren vijftig vissershuisjes gesloopt ten faveure van een afstotelijk parkeerterrein. Er zouden gezellige terrassen komen, maar er staan alleen maar geparkeerde auto’s. Het Jan Kroonsplein is het lelijkste plein van Nederland, vooral als het er waait. Altijd dus.

    • Frits Abrahams