Italië wil niet meer wachten

Europees asielbeleid

Ook deze maand dreigt weer een poging Europees asielbeleid op te zetten vast te lopen. Het geruzie draait al jaren om de vraag in hoeverre EU-landen verplicht zijn elkaar te helpen bij de opvang van asielzoekers.

Migranten wachten tot ze van boord kunnen van de Aquarius in Catania (Sicilië) op 27 mei 2018 Guglielmo Mangiapane

Kan de EU een nieuwe vluchtelingencrisis aan? De voortekenen stellen niet gerust. Vorige week liep de jongste poging om een Europees asielbeleid van de grond te krijgen vast. En nu lijkt Italië in dit dossier een eigen koers te hebben ingezet, die de sfeer binnen de EU alleen maar verder dreigt te verzieken.

Zuid-Europa wil de migranten die binnen komen zo snel mogelijk herverdelen over de EU. Dat wordt geblokkeerd door de rest van de Europese landen.

De weigering dit weekeinde van Italië om een schip met uit zee opgepikte migranten toe te laten maakt opnieuw pijnlijk duidelijk dat de EU nog een lange weg te gaan heeft om (illegale) migratie om te buigen tot een ordentelijk, menswaardig proces. EU-leiders streven op een top eind juni naar een akkoord, maar hun ministers komen er maar niet uit. Theo Francken, de Belgische staatssecretaris voor Asiel en Migratie, verklaarde het hervormingsproces vorige week zelfs „dood”, na weer een vruchteloze EU-vergadering in Brussel.

Kampen buiten de EU

Sinds 2015, toen een miljoen mensen uit vooral Syrië op ongecontroleerde wijze Europa binnenkwamen, zijn er wel stappen gezet - zo kwam er een Europese grenswacht om de rommelige, per land verschillende bewaking van EU-buitengrenzen te stroomlijnen en te ondersteunen. Maar de sleutelvraag - in hoeverre kun je EU-landen verplichten om elkaar te helpen bij de opvang asielzoekers - ligt nog steeds op tafel. Italië wil niet meer wachten. Andere landen, zoals Oostenrijk, vanaf juli roulerend EU-voorzitter, zien ook geen EU-consensus ontstaan en pleiten daarom voor oplossingen die nog niet zo lang geleden golden als radicaal, zoals de opvang van asielzoekers in kampen buiten de EU.

Frontlinie

De harde Italiaanse opstelling roept in Brussel gemengde gevoelens op. Enerzijds is er begrip, omdat Italië en andere Zuid-Europese landen in de ‘frontlinie’ bovengemiddeld veel verantwoordelijkheid dragen voor wat eigenlijk een gedeeld Europees probleem zou moeten zijn. Tegelijkertijd wordt de Italiaanse houding alarmerend gevonden, en niet alleen om humanitaire redenen. Als de vluchtelingencrisis van 2015 iets duidelijk maakte, was het wel dat gebrek aan coördinatie tussen EU-landen de problemen uiteindelijk vrijwel altijd verergert.

Lees ook: Italië voelt zich gesteund in harde lijn na Spaanse geste

Het eenzijdige besluit van de Duitse bondskanselier Merkel destijds om de Duitse grenzen open te stellen voor Syriërs bezorgde landen die op de route naar Duitsland lagen acute problemen. Hetzelfde gebeurde bij het Hongaarse besluit om de eigen grens hermetisch af te sluiten met een hek.

Fel verzet Oost-Europa

Bij de hervorming van de Europese asielregels draait het onder meer om de zogenoemde Dublin-verordening, oorspronkelijk uit 1997. Die schrijft voor dat het EU-land waar een vluchteling de EU binnenkomt verantwoordelijk is voor registratie en afhandeling van de asielaanvraag. Asielzoekers die toch naar een ander EU-land doorreizen, moeten worden teruggestuurd naar het land van binnenkomst. In 2015 klapte ‘Dublin’, omdat de regels onevenredig veel druk legden op landen als Griekenland en Italië.

Om de ‘frontlanden’ te ontlasten, werd een ‘relocatiesysteem’ opgetuigd, om migranten eerlijker over de EU te verdelen. Vooral in Oost-Europa, waar traditioneel weinig migranten zijn, stuitte dit op fel verzet. In september 2015 leidde dit tot een harde politieke botsing, waarbij een handjevol Oost-Europese landen tijdens een vergadering in Brussel door de rest werd weggestemd. Hongarije en Polen hebben tot op heden nog geen enkele migrant opgenomen uit Italië of Griekenland. De huidige ruzie over de Europese asielregels is een voortzetting van dat conflict.

Acht jaar lang verantwoordelijk

Een van de struikelblokken is de vraag hoe lang een land verantwoordelijk blijft voor een asielzoeker. In de huidige Dublin-verordening is dat permanent, tot ergernis van Zuid-Europese landen. In het compromisvoorstel dat nu de ronde doet is dat acht jaar. Daarna pas zou een migrant asiel mogen aanvragen in een ander EU-land. Italië vindt dat nog steeds te lang en stelt twee jaar voor. Maar dat is, zo bleek vorige week, onacceptabel voor Noord-Europese landen. Zij wijzen erop dat asielprocedures in Italië doorgaans veel langer duren dan twee jaar. In de praktijk zou het land een ‘wachtkamer’ worden waar je na twee jaar alweer uit kan, en volgens Nederland, Duitsland en Frankrijk zal dat juist migratie aanwakkeren.

Het echt grote struikelblok is het idee van verplichte ‘migratiequota’. In de afgelopen maanden is alles geprobeerd om dit acceptabel te maken voor Oost-Europese landen. Zo zou de plicht om migranten op te nemen uit andere EU-landen alleen van kracht worden bij extreme migratiepieken, en dus niet permanent worden, zoals in eerdere voorstellen het geval was. Maar Oost-Europese landen blijven desondanks fel tegen. Dat dit conflict binnen nu en twee weken door EU-leiders kan worden opgelost, gelooft niemand in Brussel.

    • Stéphane Alonso