Recensie

Zangers hoogtepunt in Van Hove’s Franse operaregie- debuut ‘Boris Godoenov’

Bij de opera in Parijs debuteerde Ivo van Hove dit weekend met een uitgebeende productie van Moessorgski´s psychologische tsarendrama Boris Godoenov. Vooral vocaal is de productie een triomf.

Ildar Abdrazakov als Boris in ‘ Boris Godoenov’ in Parijs. Er was lof en boegeroep voor Ivo van Hove’s Franse operaregiedebuut . Agathe Poupeney

Parallel aan zijn toneelloopbaan maakt Ivo van Hove carrière als operaregisseur. Aan de opera’s in Brussel en Amsterdam was hij al meermaals te gast; vorig jaar nog voor een spectaculaire Salome. Maar aan de Parijse opera, het rijkste huis van Europa, debuteerde Van Hove (59) pas donderdag met een nieuwe, tot de psychologische essentie uitgebeende productie van Moessorgski’s opera Boris Godoenov – een voorstelling die tevens Van Hoves Franse carrière lijkt te lanceren: in juli regisseert hij De Dingen die Voorbijgaan (naar Couperus) in Avignon, voor volgend seizoen staat er bij de opera in Parijs een Don Giovanni op de rol.

Bojaren in pakken

Het succès fou wat je Van Hove zou wensen voor een zo belangrijke première, is Boris Godoenov niet: de reacties waren gemengd, met dominante boeroepers. Van Hove koos ook voor het tegendeel van een Russische sprookjesboek-benadering: zijn ‘Boris’ oogt streng, kil en sober, met een decor van Jan Versweyveld waarin de leegte slechts wordt gebroken door een paleistrap die symbolisch uitmondt in het niets. Verder: wat stoeltjes, véél Bojaren (edelen) in eigentijdse maatpakken. Ook de kloostercel van monnik Pimen is niets dan een dun-benig tafeltje met dito stoeltje, omgeven door leegte.

De voorstelling drijft sterk op de videobeelden van Tal Yarden op een panoramascherm. Close ups of bovenaanzichten van het podium en (landschappelijke) sfeerplaten onderstrepen de tijdloze thematiek van het 17de-eeuwse tsarendrama over bojaar Boris. Hij vermoordt de 7-jarige tsarevitsj (hier zelfs eigenhandig) om de tsarenkroon te verwerven, maar zijn schuldgevoel maakt hem kapot.

Yardens beelden ogen fraai (kroon, rivierlandschap, Oostblokbrug in verval), met caleidoscopische vervormingen op de spiegelwanden aan weerszijden. Maar die vertroebelen niet het inzicht dat de beelden soms weinig toevoegen: bij Boris’ existentiële monologen over macht, Rusland, schuld en dood verwacht je een weerbarstiger visueel contrapunt. Van Hoves personenregie, ook in de grote koren, is wél gelaagd en geslaagd; Boris te laten achtervolgen door een jongenskoor van tsarevitsj-schimmen is een vondst, en ook de scène met de ‘Heilige Dwaas’ (Vasily Efimov) kruipt onder je huid. Maar het enorme, lege toneelbeeld maakt het vaak moeilijk op te gaan in de fijngetekende ontmoetingen: je kunt je goed voorstellen dat deze voorstelling, simultaan uitgezonden in talrijke bioscopen in heel Europa, op filmscherm (met meer close ups) sterker werkt.

Véél mannenmonologen

Boris Godoenov is een verrukkelijk duistere opera, en dat geldt zeker voor de hier (zonder pauze) gespeelde, oorspronkelijke versie. Die is een uur korter dan de latere versie, en door de kernachtiger focus op Boris (tegen de achtergrond van het Russische volk) psychologisch dubbel zo effectief.

Dirigent Vladimir Jurowski kiest voor een soms kamermuzikale, analytische benadering. Wanhoopskreten uit de krochten van de Russische ziel worden mondjesmaat toegelaten, maar treffen dan direct doel. Waar Boris sterft, weet Jurowski de energie samen te ballen tot een kernachtige intimiteit. Jammer dat het operagebouw aan de Bastille (2750 stoelen, t.o.v. 1600 in Amsterdam) zelf zo´n klank-usorpator is: de enorme ruimte zorgt voor een niet af te schudden afstandelijkheid, zelfs tijdens de grootse koorscènes.

Vocaal is deze Boris een onversneden mannenopera, vol gruizige monologen. De zeer Russische stemmencast is van zeldzame topkwaliteit, met Evgeny Nikitin als prachtige Varlaam, Ain Anger als ijzersterke Pimen en Maxim Paster als karaktervolle Shuisky. Dé triomf is het debuut van de bas Ildar Abdrazakov als Boris. Abdrazakov draagt de voorstelling en karakteriseert Boris precies zo intrigerend ambivalent (lief en kwetsbaar, maar met rouwranden van moordenaarsbloed) als Moessorgski voor ogen stond.

    • Mischa Spel