Recensie

Wrange en kluchtige mini-musical over vooroorlogse hypocrisie rond homo’s

De politie pakte homo's op voor de oorlog, ook succesvol revue-ondernemer Frits Schakel. Aan hem is een musical gewijd, met Frank Sanders in een geloofwaardige hoofdrol.

Frank Sanders en Petra Laseur (midden) als het echtpaar Schakel in de musical ‘Rondom het Rembrandtplein’

Frits Schakels bestond echt. In de jaren twintig en dertig oogstte hij succes als conferencier, illusionist en revue-ondernemer. En hij was homoseksueel, wat destijds betekende dat de Amsterdamse politie hem menigmaal inrekende. Men stuurde zelfs jongemannen als lokaas op hem af, zodat hij op heterdaad kon worden betrapt.

De mini-musical Rondom het Rembrandtplein maakt duidelijk hoe dat ongeveer moet zijn gegaan, in korte, pakkende scènetjes die de wrange waarheid laten botsen op het kluchtige vertier van zo’n vooroorlogs revuetje.

Maar dat gedateerde amusement is meteen ook het euvel van deze voorstelling. Juist het authentieke naspelen van een Cyrano-parodie, een goochelnummertje en een sleets staaltje moppentapperij, levert onherroepelijk ouderwetse oubolligheid op. Dat gaat soms ten koste van het echte drama achter de schermen.

Ernst en spottende grappen

Op een tjokvol toneeltje, in een beweeglijke regie van Eddy Habbema, maken de zeven spelers volop gebruik van de mogelijkheden die Dick van den Heuvel in zijn script biedt – met onsentimentele ernst en spottende grappen. Daarbij schreven Allard Blom (teksten) en Jeroen Sleyfer (muziek) een handjevol passende liedjes, soms in beproefd revue-idioom en soms ook in hedendaagse musicalstijl om de Schakels-figuur zijn hart te laten luchten: „Wat nooit eens wordt gezegd / zegt meestal nog het meest.”

Frank Sanders speelt die man doorleefd en toch ingehouden, met alle bitterheid die hem geloofwaardig maakt. Petra Laseur is gevoelig als de vrouw met wie hij een verstandshuwelijk heeft – om zijn publiek een heteroseksueel rad voor ogen te draaien.

Rondom het Rembrandtplein speelt maar kort, op kleine schaal, en krijgt na nauwelijks een uur en een kwartier een nogal abrupt eind. Maar het zou zonde zijn als het daarbij bleef. In deze aanzet schuilt een verhaal dat ooit een groter formaat verdient.

    • Henk van Gelder